Infectie en Immuniteit Evelien Floor
Immunologie
Inleiding immunologie
Immunologie is de wetenschap die onderzoek doet naar het immuunsysteem. Het immuunsysteem
zijn de afweermechanismen die in organismen voorkomen tegen binnen gedrongen organismen en
lichaamsvreemde cellen of stoffen.
Verschillende pathogenen zijn:
• Schimmels
• Parasieten
• Bacteriën
• Virussen
• Prionen (eiwitten)
Deze pathogenen verschillen in replicatiecyclus, levenscyclus en intra- en extracellulaire lokalisatie.
Het immuunsysteem heeft zich hierop aangepast en heeft tegen elke soort pathogeen een ander
afweermechanisme. De diversiteit van het immuunsysteem gaat gepaard met de diversiteit van de
ziekteverwekker.
Er zijn drie niveaus van de afweer. De barrières remmen de ziekteverwekkers van binnen dringen, dit
hoort ook bij het innate immuunsysteem. Het innate immuunsysteem rekt tijd en probeert de
ziekteverwekkers te doden. Het adaptieve immuunsysteem herkent pathogenen specifiek en doodt
deze. Het innate immuunsysteem kan pathogenen doden maar kan dit niet compleet, hiervoor is het
adaptieve immuunsysteem nodig. Deze wordt pas na een paar dagen geactiveerd dus tijdrekken is
essentieel.
Cellen en eiwitten van de afweer
Innate Adaptief
Cellen (cellulair) Dendritische cellen T-lymfocyten
Macrofagen (monocyten) B-lymfocyten
(Neutrofiele) granulocyten
Mestcellen
Natural killer cellen
Eiwitten (humoraal) Complement Antistoffen (= immunoglobuline)
Antibacteriële peptiden
Interferonen
1
, Infectie en Immuniteit Evelien Floor
Hematopoëse vindt plaats in het beenmerg. Uit een hematopoëtische stamcel ontstaan twee
progenitors: de myeloïde en lymfoïde progenitors. Uit de lymfoïde progenitor cel ontstaan de cellen
van het adaptieve immuunsysteem.
Antistoffen zijn specifiek en hebben verschillende effectormechanismen. In het geval van opsonisatie
wordt het pathogeen opgenomen door een fagocyt bij binding van antigen en antistof. In het geval
van neutralisatie kan een pathogeen niet meer zorgen voor infectie na binding van antigen en antistof.
In het geval van complement activatie leidt dit tot opsonisatie en ontsteking.
Afweermechanismen
Bacteriën worden door het innate immuunsysteem gefagocyteerd door neutrofielen. Fagocytose kan
ook plaatsvinden door macrofagen nadat een innate cel een bacterie herkent en hiermee het
adaptieve immuunsysteem activeert. B-lymfocyten zullen antistoffen aanmaken welke er op hun beurt
weer voor zorgen dat de bacteriën gefagocyteerd worden. Macrofagen kunnen beter bacteriën
opruimen dan neutrofielen alleen.
2
Immunologie
Inleiding immunologie
Immunologie is de wetenschap die onderzoek doet naar het immuunsysteem. Het immuunsysteem
zijn de afweermechanismen die in organismen voorkomen tegen binnen gedrongen organismen en
lichaamsvreemde cellen of stoffen.
Verschillende pathogenen zijn:
• Schimmels
• Parasieten
• Bacteriën
• Virussen
• Prionen (eiwitten)
Deze pathogenen verschillen in replicatiecyclus, levenscyclus en intra- en extracellulaire lokalisatie.
Het immuunsysteem heeft zich hierop aangepast en heeft tegen elke soort pathogeen een ander
afweermechanisme. De diversiteit van het immuunsysteem gaat gepaard met de diversiteit van de
ziekteverwekker.
Er zijn drie niveaus van de afweer. De barrières remmen de ziekteverwekkers van binnen dringen, dit
hoort ook bij het innate immuunsysteem. Het innate immuunsysteem rekt tijd en probeert de
ziekteverwekkers te doden. Het adaptieve immuunsysteem herkent pathogenen specifiek en doodt
deze. Het innate immuunsysteem kan pathogenen doden maar kan dit niet compleet, hiervoor is het
adaptieve immuunsysteem nodig. Deze wordt pas na een paar dagen geactiveerd dus tijdrekken is
essentieel.
Cellen en eiwitten van de afweer
Innate Adaptief
Cellen (cellulair) Dendritische cellen T-lymfocyten
Macrofagen (monocyten) B-lymfocyten
(Neutrofiele) granulocyten
Mestcellen
Natural killer cellen
Eiwitten (humoraal) Complement Antistoffen (= immunoglobuline)
Antibacteriële peptiden
Interferonen
1
, Infectie en Immuniteit Evelien Floor
Hematopoëse vindt plaats in het beenmerg. Uit een hematopoëtische stamcel ontstaan twee
progenitors: de myeloïde en lymfoïde progenitors. Uit de lymfoïde progenitor cel ontstaan de cellen
van het adaptieve immuunsysteem.
Antistoffen zijn specifiek en hebben verschillende effectormechanismen. In het geval van opsonisatie
wordt het pathogeen opgenomen door een fagocyt bij binding van antigen en antistof. In het geval
van neutralisatie kan een pathogeen niet meer zorgen voor infectie na binding van antigen en antistof.
In het geval van complement activatie leidt dit tot opsonisatie en ontsteking.
Afweermechanismen
Bacteriën worden door het innate immuunsysteem gefagocyteerd door neutrofielen. Fagocytose kan
ook plaatsvinden door macrofagen nadat een innate cel een bacterie herkent en hiermee het
adaptieve immuunsysteem activeert. B-lymfocyten zullen antistoffen aanmaken welke er op hun beurt
weer voor zorgen dat de bacteriën gefagocyteerd worden. Macrofagen kunnen beter bacteriën
opruimen dan neutrofielen alleen.
2