DEEL 3
Experimenting society Een idee van Donald Campbell dat verwijst naar een samenleving die zich aandient als
laboratorium waarin sociale interventies via experimenteel onderzoek getest worden
op hun merites. Bv. Sesamstraat voor arme kinderen
Veldexperiment Het toedienen van de experimentele stimulus vindt plaats in een natuurlijke, en dus
moeilijke beheersbare setting.
Laboratoriumexperiment Het toedienen van de experimentele stimulus vindt plaats in de strikt controleerbare,
maar hoogst artificiële omgeving van het laboratorium.
Experimentele groep De groep individuen die op gecontroleerde wijze de experimentele stimulus
toegediend krijgen.
Vergelijkingsgroep De groep individuen die de experimentele stimulus niet toegediend krijgen.
Stimulus/experimentele manipulatie De factor die de onderzoeker ‘toedient’ aan de proefpersonen in de experimentele
groep, en waarin deze groep dus verschilt van de vergelijkingsgroep.
Conditie De situatie in een experiment waarin ofwel de stimulus wordt toegediend
(=experimentele conditie) ofwel niet (=controleconditie).
Randomiseren Het proces dat instaat om gelijkwaardige/equivalente groepen te creëren voor het
experiment van start gaat. Dit gebeurt op toevallige wijze.
Controlegroep Een vergelijkingsgroep die is samengesteld op basis van randomisering.
Netto effect stimulus (O2-O1) – (O4-O3)
Het effect van stimulus X op de afhankelijke variabele.
Matchen Een procedure binnen een experimenteel ontwerp om op basis van relevant geachte
, kenmerken vergelijkbare groepen samen te stellen.
Precisie-of paarsgewijs matchen: Een type matching waarbij je voor elke
combinatie van kenmerken bij een lid van de experimentele groep zorgt voor
eenzelfde combinatie van kenmerken in de vergelijkingsgroep.
Frequentie-of groepsmatchen: Een type matching waarbij je enkel rekening
houdt met elk kenmerk afzonderlijk, niet met de combinatie van die
kenmerken.
Zwak matchen: Een type matching waarbij je alleen rekening houdt met de
vergelijkbaarheid van het gemiddelde en/of de spreiding van een reeks
kenmerken tussen de verschillende condities.
Voormeting De meting van de score op de afhankelijke variabele in alle condities voor de stimulus
wordt toegediend; gaat statistische equivalentie van individuen in diverse condities
na.
Buitenexperimentele gebeurtenissen Gebeurtenissen die tussen de voor-en nameting optreden los van de stimulus, en die
een bedreiging kunnen vormen voor de interne geldigheid.
Maturatie/spontane veranderingen Het proces dat proefpersonen gedurende de looptijd van een experiment veranderen
op psychologisch, biologisch of emotioneel vlak. Gewoon door het verstrijken van tijd,
ouder worden,..
Testeffect
Het ondergaan van een voormeting heeft invloed op de scores van de nameting
Consistent willen antwoorden
Geheugen effecten
Practice effect: Een vorm van testeffect die verwijst naar het beter scoren op
een test omdat proefpersonen zich de testprocedure eigen hebben gemaakt.
Instrumentatie Een bedreiging voor de interne geldigheid door veranderingen in de betrouwbaarheid
van het gebruikte meetinstrument.
Experimenting society Een idee van Donald Campbell dat verwijst naar een samenleving die zich aandient als
laboratorium waarin sociale interventies via experimenteel onderzoek getest worden
op hun merites. Bv. Sesamstraat voor arme kinderen
Veldexperiment Het toedienen van de experimentele stimulus vindt plaats in een natuurlijke, en dus
moeilijke beheersbare setting.
Laboratoriumexperiment Het toedienen van de experimentele stimulus vindt plaats in de strikt controleerbare,
maar hoogst artificiële omgeving van het laboratorium.
Experimentele groep De groep individuen die op gecontroleerde wijze de experimentele stimulus
toegediend krijgen.
Vergelijkingsgroep De groep individuen die de experimentele stimulus niet toegediend krijgen.
Stimulus/experimentele manipulatie De factor die de onderzoeker ‘toedient’ aan de proefpersonen in de experimentele
groep, en waarin deze groep dus verschilt van de vergelijkingsgroep.
Conditie De situatie in een experiment waarin ofwel de stimulus wordt toegediend
(=experimentele conditie) ofwel niet (=controleconditie).
Randomiseren Het proces dat instaat om gelijkwaardige/equivalente groepen te creëren voor het
experiment van start gaat. Dit gebeurt op toevallige wijze.
Controlegroep Een vergelijkingsgroep die is samengesteld op basis van randomisering.
Netto effect stimulus (O2-O1) – (O4-O3)
Het effect van stimulus X op de afhankelijke variabele.
Matchen Een procedure binnen een experimenteel ontwerp om op basis van relevant geachte
, kenmerken vergelijkbare groepen samen te stellen.
Precisie-of paarsgewijs matchen: Een type matching waarbij je voor elke
combinatie van kenmerken bij een lid van de experimentele groep zorgt voor
eenzelfde combinatie van kenmerken in de vergelijkingsgroep.
Frequentie-of groepsmatchen: Een type matching waarbij je enkel rekening
houdt met elk kenmerk afzonderlijk, niet met de combinatie van die
kenmerken.
Zwak matchen: Een type matching waarbij je alleen rekening houdt met de
vergelijkbaarheid van het gemiddelde en/of de spreiding van een reeks
kenmerken tussen de verschillende condities.
Voormeting De meting van de score op de afhankelijke variabele in alle condities voor de stimulus
wordt toegediend; gaat statistische equivalentie van individuen in diverse condities
na.
Buitenexperimentele gebeurtenissen Gebeurtenissen die tussen de voor-en nameting optreden los van de stimulus, en die
een bedreiging kunnen vormen voor de interne geldigheid.
Maturatie/spontane veranderingen Het proces dat proefpersonen gedurende de looptijd van een experiment veranderen
op psychologisch, biologisch of emotioneel vlak. Gewoon door het verstrijken van tijd,
ouder worden,..
Testeffect
Het ondergaan van een voormeting heeft invloed op de scores van de nameting
Consistent willen antwoorden
Geheugen effecten
Practice effect: Een vorm van testeffect die verwijst naar het beter scoren op
een test omdat proefpersonen zich de testprocedure eigen hebben gemaakt.
Instrumentatie Een bedreiging voor de interne geldigheid door veranderingen in de betrouwbaarheid
van het gebruikte meetinstrument.