VPB, werkgroep 4
Opgave 1
Ciska Holding BV houdt alle aandelen in Administratiekantoor Ciska BV. Enig aandeelhouder en tevens
directeur van Ciska Holding BV is Ciska de Jong. Elk jaar keert Administratiekantoor Ciska BV €200.000 dividend
uit aan Ciska Holding BV, zodat Ciska Holding BV diverse kosten, waaronder het salaris van de directeur, kan
voldoen.
Vanwege tegenvallende resultaten wordt besloten de dividenduitkering over 2017 te financieren door
€ 200.000 te lenen van de enig aandeelhouder van Ciska Holding BV, Ciska de Jong. Daartoe wordt onder
zakelijke voorwaarden een leningsovereenkomst gesloten tussen Ciska de Jong en Administratiekantoor Ciska
BV. Over deze lening is 5% rente verschuldigd. De lening en de inkomsten daaruit worden bij Ciska de Jong als
belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden in aanmerking genomen in box 1, op de voet van artikel 3.92,
lid 1, onderdeel a, Wet IB 2001.
Is de over deze lening verschuldigde rente bij Administratiekantoor Ciska BV aftrekbaar? Motiveer uw
antwoord.
Het stappenplan geldlening bestaat om een kapitaalverschaffing te kunnen onderscheiden van een lening. Bij
een lening is een verlies op de lening aftrekbaar. Hierover is behoorlijk wat jurisprudentie over verschenen en
hierdoor is een systeem ontstaan. De wettekst biedt geen houvast. Het gaat in deze jurisprudentie met name
om financieringen van groepsvennootschappen door andere groepsvennootschappen. Het Unileverarrest
speelt een belangrijke rol.
Stappenplan lening = lening van 200.000 euro van Ciska de Jong aan Administratiekantoor Ciska BV.
Stap 1 = is er sprake van een lening naar civiel recht? Beoordelen aan de hand van de vraag of aan de
geldverstrekking een terugbetalingsverplichting is verbonden. Als er sprake is van een
terugbetalingsverplichting (art. 7a:1800 BW), dan is er sprake van een lening naar civiel recht. In dit geval is er
dus sprake van een lening naar civiel recht.
Geen terugbetalingsverplichting dan is er sprake van (informeel kapitaal)
Stap 2 = is er sprake van een lening naar fiscaal recht? In beginsel volgt het fiscaal recht het civiele recht, tenzij
een van de uitzonderingen uit het Unileverarrest van toepassing is =
1. Schijnlening = wanneer partijen weliswaar het contract als lening hebben aangeduid, maar de
werkelijke bedoeling hebben gehad om kapitaal te verschaffen. Hier is geen sprake van.
2. Deelnemerschapslening = art. 10 lid 1 sub d vpb. Is aan deze voorwaarden voldaan, dan is sprake
van verschaffing van eigen vermogen. Hier is ook geen sprake van, want de geldverstrekking is
onder zakelijke voorwaarden overeengekomen: schappelijke rente en er is ook geen sprake van
een achtergestelde lening.
a. Looptijd langer dan 50 jaar
b. Achterstelling ten opzichte van andere leningen
c. Rente is winstafhankelijk
d. De lening is pas opeisbaar bij faillissement
3. Bodemlozeputlening = wanneer op het moment van verstrekken van de lening duidelijk was dat
de schuldenaar niet in staat zou zijn om de lening terug te kunnen betalen. In dit geval is geen
sprake van een bodemloze put met veel verliezen, de resultaten vielen op het moment van het
sluiten van de overeenkomst enkel wat tegen.
Stap 3 = is het een zakelijke of een onzakelijke lening?
1. Zakelijk = de rente + waardedaling is aftrekbaar (de rente is sowieso aftrekbaar, want je bent stap
2 al gepasseerd, dus je weet dat het fiscaal gezien een lening is). In dit geval gaat het om een
lening onder zakelijke voorwaarden waarbij 5% rente is verschuldigd.
2. Onzakelijk = is het mogelijk om de lening alsnog zakelijk te maken art. 8b vpb?
a. Ja = de waardedaling is toch aftrekbaar, dus waardedaling en rente zijn aftrekbaar
b. Nee = de waardedaling is niet aftrekbaar, enkel de rente is aftrekbaar
Stap 4 = is een van de renteaftrekbeperkingen van toepassing? Bij een renteaftrekbeperking komt bij
het bepalen van de winst, de rente toch niet in aftrek.
, 1. Art. 10a vpb = bij het bepalen van de winst komst mede niet in aftrek rente ter zake van schulden
rechtens dan wel in feite direct of indirect verschuldigd aan een verbonden lichaam of verbonden
natuurlijk persoon, voor zover die schulden verband houden met =
a. Een winstuitdeling of een teruggaaf van gestort kapitaal
b. Een kapitaalstorting door de belastingplichtige
c. De verwerving of uitbreiding van een belang door de belastingplichtige
In dit geval is Ciska een verbonden natuurlijk persoon op grond van art. 10a lid 4 sub b (Ciska heeft een 100%
belang in Ciska Holding en Ciska Holding heeft een 100% belang in Administratiekantoor Ciska Holding).
Ciska leent 200.000 aan Administratiekantoor Ciska Holding, zodat zij als belastingplichtige een winstuitdeling
kunnen doen aan Ciska Holding. Er is dus sprake van een art. 10a lid 1 sub a geval.
Lid 1 van art. 10a vpb vindt echter geen toepassing wanneer =
a. Indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat aan de schuld in overwegende mate zakelijke
overwegingen ten grondslag liggen. Dit is hier het geval, want de lening is er zodat bepaalde kosten zoals
het salaris voldaan kunnen worden.
b. Indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat over de rente per saldo een belasting naar winst of
het inkomen wordt geheven welke naar Nederlandse maatstaven redelijk is. Ook hier is in de casus
sprake van, want het bedrijf is in Nederland gevestigd en Ciska is in Nederland woonachtig, dus zij wordt
hier dan ook belast.
Sub b is het makkelijkst om uit te werken, dus ga hier dan ook als eerste voor!
Conclusie = in deze casus was een renteaftrekbeperking van toepassing, maar omdat een succesvol
beroep kan worden gedaan op art. 10a lid 3 vpb mag de rente toch in aftrek worden genomen.
Overige renteaftrekbeperkingen =
2. Art. 10b vpb = art. 10b ziet op renteloze en laagrentende geldleningen met een looptijd van langer
dan 10 jaar.
3. Art. 13l vpb = vervallen
4. Art. 15ad vpb = vervallen
Opgave 2
Pickwick BV houdt 100% van de aandelen in Mok BV en in Glas BV. Alle drie vennootschappen zijn gevestigd in
Nederland. Daarnaast houdt Pickwick BV 60% van de aandelen in Lipton Ltd. Deze vennootschap heeft zich
gespecialiseerd in bijzondere thee en is gevestigd in het buitenland. In dat land is Lipton Ltd. onderworpen aan
een belastingheffing van 8%. Glas BV lijdt al enkele jaren verlies.
- Mok BV leent € 500.000 tegen 6% rente van Glas BV om nieuwe voorraden theemokken aan te schaffen
(lening 1).
- Daarnaast leent Pickwick BV € 1.000.000 tegen een rentepercentage van 6% aan Mok BV (lening 2). Mok
BV gebruikt dit bedrag om de overige 40% van de aandelen in Lipton Ltd. te verkrijgen.
Beide geldverstrekkingen vormen naar zowel het civiele recht als het fiscale recht een zakelijke lening.
In hoeverre is de betaalde rente aftrekbaar bij Mok BV? Motiveer uw antwoord.
Lening 1 = stappenplan lening = er is sprake van een geldverstrekking van Glas BV aan Mok BV van 500.000
tegen een rente van 6%.
Stap 1 = is er sprake van een lening naar civiel recht? In dit geval is er dus sprake van een lening naar civiel
recht, want dit is gegeven in de casus.
Stap 2 = is er sprake van een lening naar fiscaal recht? In dit geval is ook sprake van een lening naar fiscaal
recht, want dit is gegeven in de casus.
Stap 3 = is het een zakelijke of een onzakelijke lening? In de casus is gegeven dat het gaat om een lening onder
zakelijke voorwaarden.
Stap 4 = is een van de renteaftrekbeperkingen van toepassing? Bij een renteaftrekbeperking komt bij het
bepalen van de winst, de rente toch niet in aftrek.
Opgave 1
Ciska Holding BV houdt alle aandelen in Administratiekantoor Ciska BV. Enig aandeelhouder en tevens
directeur van Ciska Holding BV is Ciska de Jong. Elk jaar keert Administratiekantoor Ciska BV €200.000 dividend
uit aan Ciska Holding BV, zodat Ciska Holding BV diverse kosten, waaronder het salaris van de directeur, kan
voldoen.
Vanwege tegenvallende resultaten wordt besloten de dividenduitkering over 2017 te financieren door
€ 200.000 te lenen van de enig aandeelhouder van Ciska Holding BV, Ciska de Jong. Daartoe wordt onder
zakelijke voorwaarden een leningsovereenkomst gesloten tussen Ciska de Jong en Administratiekantoor Ciska
BV. Over deze lening is 5% rente verschuldigd. De lening en de inkomsten daaruit worden bij Ciska de Jong als
belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden in aanmerking genomen in box 1, op de voet van artikel 3.92,
lid 1, onderdeel a, Wet IB 2001.
Is de over deze lening verschuldigde rente bij Administratiekantoor Ciska BV aftrekbaar? Motiveer uw
antwoord.
Het stappenplan geldlening bestaat om een kapitaalverschaffing te kunnen onderscheiden van een lening. Bij
een lening is een verlies op de lening aftrekbaar. Hierover is behoorlijk wat jurisprudentie over verschenen en
hierdoor is een systeem ontstaan. De wettekst biedt geen houvast. Het gaat in deze jurisprudentie met name
om financieringen van groepsvennootschappen door andere groepsvennootschappen. Het Unileverarrest
speelt een belangrijke rol.
Stappenplan lening = lening van 200.000 euro van Ciska de Jong aan Administratiekantoor Ciska BV.
Stap 1 = is er sprake van een lening naar civiel recht? Beoordelen aan de hand van de vraag of aan de
geldverstrekking een terugbetalingsverplichting is verbonden. Als er sprake is van een
terugbetalingsverplichting (art. 7a:1800 BW), dan is er sprake van een lening naar civiel recht. In dit geval is er
dus sprake van een lening naar civiel recht.
Geen terugbetalingsverplichting dan is er sprake van (informeel kapitaal)
Stap 2 = is er sprake van een lening naar fiscaal recht? In beginsel volgt het fiscaal recht het civiele recht, tenzij
een van de uitzonderingen uit het Unileverarrest van toepassing is =
1. Schijnlening = wanneer partijen weliswaar het contract als lening hebben aangeduid, maar de
werkelijke bedoeling hebben gehad om kapitaal te verschaffen. Hier is geen sprake van.
2. Deelnemerschapslening = art. 10 lid 1 sub d vpb. Is aan deze voorwaarden voldaan, dan is sprake
van verschaffing van eigen vermogen. Hier is ook geen sprake van, want de geldverstrekking is
onder zakelijke voorwaarden overeengekomen: schappelijke rente en er is ook geen sprake van
een achtergestelde lening.
a. Looptijd langer dan 50 jaar
b. Achterstelling ten opzichte van andere leningen
c. Rente is winstafhankelijk
d. De lening is pas opeisbaar bij faillissement
3. Bodemlozeputlening = wanneer op het moment van verstrekken van de lening duidelijk was dat
de schuldenaar niet in staat zou zijn om de lening terug te kunnen betalen. In dit geval is geen
sprake van een bodemloze put met veel verliezen, de resultaten vielen op het moment van het
sluiten van de overeenkomst enkel wat tegen.
Stap 3 = is het een zakelijke of een onzakelijke lening?
1. Zakelijk = de rente + waardedaling is aftrekbaar (de rente is sowieso aftrekbaar, want je bent stap
2 al gepasseerd, dus je weet dat het fiscaal gezien een lening is). In dit geval gaat het om een
lening onder zakelijke voorwaarden waarbij 5% rente is verschuldigd.
2. Onzakelijk = is het mogelijk om de lening alsnog zakelijk te maken art. 8b vpb?
a. Ja = de waardedaling is toch aftrekbaar, dus waardedaling en rente zijn aftrekbaar
b. Nee = de waardedaling is niet aftrekbaar, enkel de rente is aftrekbaar
Stap 4 = is een van de renteaftrekbeperkingen van toepassing? Bij een renteaftrekbeperking komt bij
het bepalen van de winst, de rente toch niet in aftrek.
, 1. Art. 10a vpb = bij het bepalen van de winst komst mede niet in aftrek rente ter zake van schulden
rechtens dan wel in feite direct of indirect verschuldigd aan een verbonden lichaam of verbonden
natuurlijk persoon, voor zover die schulden verband houden met =
a. Een winstuitdeling of een teruggaaf van gestort kapitaal
b. Een kapitaalstorting door de belastingplichtige
c. De verwerving of uitbreiding van een belang door de belastingplichtige
In dit geval is Ciska een verbonden natuurlijk persoon op grond van art. 10a lid 4 sub b (Ciska heeft een 100%
belang in Ciska Holding en Ciska Holding heeft een 100% belang in Administratiekantoor Ciska Holding).
Ciska leent 200.000 aan Administratiekantoor Ciska Holding, zodat zij als belastingplichtige een winstuitdeling
kunnen doen aan Ciska Holding. Er is dus sprake van een art. 10a lid 1 sub a geval.
Lid 1 van art. 10a vpb vindt echter geen toepassing wanneer =
a. Indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat aan de schuld in overwegende mate zakelijke
overwegingen ten grondslag liggen. Dit is hier het geval, want de lening is er zodat bepaalde kosten zoals
het salaris voldaan kunnen worden.
b. Indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat over de rente per saldo een belasting naar winst of
het inkomen wordt geheven welke naar Nederlandse maatstaven redelijk is. Ook hier is in de casus
sprake van, want het bedrijf is in Nederland gevestigd en Ciska is in Nederland woonachtig, dus zij wordt
hier dan ook belast.
Sub b is het makkelijkst om uit te werken, dus ga hier dan ook als eerste voor!
Conclusie = in deze casus was een renteaftrekbeperking van toepassing, maar omdat een succesvol
beroep kan worden gedaan op art. 10a lid 3 vpb mag de rente toch in aftrek worden genomen.
Overige renteaftrekbeperkingen =
2. Art. 10b vpb = art. 10b ziet op renteloze en laagrentende geldleningen met een looptijd van langer
dan 10 jaar.
3. Art. 13l vpb = vervallen
4. Art. 15ad vpb = vervallen
Opgave 2
Pickwick BV houdt 100% van de aandelen in Mok BV en in Glas BV. Alle drie vennootschappen zijn gevestigd in
Nederland. Daarnaast houdt Pickwick BV 60% van de aandelen in Lipton Ltd. Deze vennootschap heeft zich
gespecialiseerd in bijzondere thee en is gevestigd in het buitenland. In dat land is Lipton Ltd. onderworpen aan
een belastingheffing van 8%. Glas BV lijdt al enkele jaren verlies.
- Mok BV leent € 500.000 tegen 6% rente van Glas BV om nieuwe voorraden theemokken aan te schaffen
(lening 1).
- Daarnaast leent Pickwick BV € 1.000.000 tegen een rentepercentage van 6% aan Mok BV (lening 2). Mok
BV gebruikt dit bedrag om de overige 40% van de aandelen in Lipton Ltd. te verkrijgen.
Beide geldverstrekkingen vormen naar zowel het civiele recht als het fiscale recht een zakelijke lening.
In hoeverre is de betaalde rente aftrekbaar bij Mok BV? Motiveer uw antwoord.
Lening 1 = stappenplan lening = er is sprake van een geldverstrekking van Glas BV aan Mok BV van 500.000
tegen een rente van 6%.
Stap 1 = is er sprake van een lening naar civiel recht? In dit geval is er dus sprake van een lening naar civiel
recht, want dit is gegeven in de casus.
Stap 2 = is er sprake van een lening naar fiscaal recht? In dit geval is ook sprake van een lening naar fiscaal
recht, want dit is gegeven in de casus.
Stap 3 = is het een zakelijke of een onzakelijke lening? In de casus is gegeven dat het gaat om een lening onder
zakelijke voorwaarden.
Stap 4 = is een van de renteaftrekbeperkingen van toepassing? Bij een renteaftrekbeperking komt bij het
bepalen van de winst, de rente toch niet in aftrek.