Samenvatting NAVI handleiding: Bijlage 1 t/m 5.
- Wat zijn de bedrijfsbelangen en/of doelwitten waarop de dader het gemunt kan
hebben? =
1. Fysieke producten.
2. Fysieke diensten.
3. Imago.
4. Gebouwen en terreinen.
5. Informatie producten.
6. Besturingssystemen.
7. Communicatie en communicatiemiddelen.
- Doelwit vanuit daderperspectief =
1. Contanten.
2. Financiële middelen.
3. Status.
4. Aantrekkelijke goederen.
5. Verhandelbare goederen.
6. Vervoerbare goederen.
- Verschillende mogelijke dadertypen =
1. Lichte crimineel.
2. Zware crimineel.
3. Gelegenheidscrimineel.
4. Verward persoon.
5. Terrorist.
6. Activist.
7. Hacker.
- Wat is de onbevoegde daad? =
1. Afluisteren.
2. Bom.
3. Bezetten en/of blokkeren.
4. Brandstichting.
5. Insluiping.
6. Inbraak.
7. Nucleaire, biologische of chemische aanval.
8. Manipulatie.
, - Hulmiddelen van de dader =
1. Kennis.
2. Samenwerking.
3. Hulpmiddelen voor de vlucht.
4. Hulpmiddelen voor de toegangsverschaffing.
5. Geld.
6. Hulpmiddelen om genot te krijgen van de actie.
Helingmarkt voor gestolen goederen.
Communicatiekanaal voor actievoerders.
- De dreigingen kunnen op geopereerd worden op =
1. Fysieke aanvallen -> Diefstal, dan al niet met braak, brandstichting, bomaanslag
en/of sabotage.
2. Ordeverstoringen -> Zoals een demonstratie, actie, arbeidsonlust en/of blokkade
van bedrijf of transport.
3. ICT-aanvallen -> Zoals hacken, sabotage, virussen.
- Plaats delict =
1. Locatie van de leverancier.
2. (Semi)openbaar gebied.
3. Door operator gecontroleerde en bemande locatie.
4. Door operator gecontroleerde maar onbemande locatie.
- Omstandigheden van de onbevoegde handeling =
1. Gedurende werktijd.
2. Buiten werktijd.
3. Gedurende een incident in de omgeving van het bedrijf.
4. Tijdens een verhuizing.
5. Tijdens een staking.
6. Tijdens een onderhoud.
7. Tijdens de opstart en shutdown fase.
- Het feitelijk getoonde gedrag van de dader = Is in elke fase sterk afhankelijk van het
type dader, zijn doelstellingen, motivatie en hulpmiddelen, het doelwit en de
omstandigheden waarbij het doelwit bereikbaar is.
- Voorbereidingsfase gelegenheidscrimineel/verward persoon = Korte
voorbereidingsfase, vaak ook ondoordacht.
- Taken van een planmatige dader =
- Wat zijn de bedrijfsbelangen en/of doelwitten waarop de dader het gemunt kan
hebben? =
1. Fysieke producten.
2. Fysieke diensten.
3. Imago.
4. Gebouwen en terreinen.
5. Informatie producten.
6. Besturingssystemen.
7. Communicatie en communicatiemiddelen.
- Doelwit vanuit daderperspectief =
1. Contanten.
2. Financiële middelen.
3. Status.
4. Aantrekkelijke goederen.
5. Verhandelbare goederen.
6. Vervoerbare goederen.
- Verschillende mogelijke dadertypen =
1. Lichte crimineel.
2. Zware crimineel.
3. Gelegenheidscrimineel.
4. Verward persoon.
5. Terrorist.
6. Activist.
7. Hacker.
- Wat is de onbevoegde daad? =
1. Afluisteren.
2. Bom.
3. Bezetten en/of blokkeren.
4. Brandstichting.
5. Insluiping.
6. Inbraak.
7. Nucleaire, biologische of chemische aanval.
8. Manipulatie.
, - Hulmiddelen van de dader =
1. Kennis.
2. Samenwerking.
3. Hulpmiddelen voor de vlucht.
4. Hulpmiddelen voor de toegangsverschaffing.
5. Geld.
6. Hulpmiddelen om genot te krijgen van de actie.
Helingmarkt voor gestolen goederen.
Communicatiekanaal voor actievoerders.
- De dreigingen kunnen op geopereerd worden op =
1. Fysieke aanvallen -> Diefstal, dan al niet met braak, brandstichting, bomaanslag
en/of sabotage.
2. Ordeverstoringen -> Zoals een demonstratie, actie, arbeidsonlust en/of blokkade
van bedrijf of transport.
3. ICT-aanvallen -> Zoals hacken, sabotage, virussen.
- Plaats delict =
1. Locatie van de leverancier.
2. (Semi)openbaar gebied.
3. Door operator gecontroleerde en bemande locatie.
4. Door operator gecontroleerde maar onbemande locatie.
- Omstandigheden van de onbevoegde handeling =
1. Gedurende werktijd.
2. Buiten werktijd.
3. Gedurende een incident in de omgeving van het bedrijf.
4. Tijdens een verhuizing.
5. Tijdens een staking.
6. Tijdens een onderhoud.
7. Tijdens de opstart en shutdown fase.
- Het feitelijk getoonde gedrag van de dader = Is in elke fase sterk afhankelijk van het
type dader, zijn doelstellingen, motivatie en hulpmiddelen, het doelwit en de
omstandigheden waarbij het doelwit bereikbaar is.
- Voorbereidingsfase gelegenheidscrimineel/verward persoon = Korte
voorbereidingsfase, vaak ook ondoordacht.
- Taken van een planmatige dader =