Samenvatting H1 (Wat is Integrale Veiligheid?) + NAVI handreiking (Security
Instruments)
- Asset = Kernwaarden van een organisatie, tastbaar/niet tastbaar, op geld gebaseerde
waarde voor een individu of een organisatie.
- Security = Het (preventief) weerstand bieden aan opzettelijke verstoring.
- Safety = (Zoveel mogelijk) voorkomen van ongewenste gebeurtenissen als gevolg van
natuurlijke rampen, technisch, organisatorisch of menselijk falen.
- 4 basis classifications of assets =
1. People
2. Information
3. Property
4. Image
- Threats (be)dreigingen =
1. Natural (natuurlijke bedreigingen) -> Overstromingen.
2. Intentional (bedoeld en doordacht) -> Diefstal.
3. Inadvertent (onbedoeld en onvoorzien) -> Pan op het fornuis, tegelijkertijd aan
het telefoneren.
- NAVI = Nationaal Adviescentrum Vitale Infrastructuur -> Overheid en bedrijfsleven
werken samen aan de verbetering van de fysieke/digitale beveiliging van de vitale
infrastructuur in Nederland.
- Operator Security Plan (OSP) = Beschrijft de veiligheidsmaatregelen die een
organisatie heeft getroffen. -> Wordt geschreven voor bedrijven met een vitale
infrastructuur.
- Andere aanleidingen om beveiligingsmaatregelen te treffen =
1. Wet- en regelgeving.
2. Safety -> Voorkomen dat niet-gewenste personen een gebouw kunnen betreden.
3. Maatschappelijke opinie om een bepaalde maatregeling te treffen.
4. Aantoonbaarheid van beveiliging.
5. Kosteneffectiviteit van maatregelen ten opzichte van andere maatregelen met
een vergelijkbaar beveiligingseffect.
6. Beheerkosten van maatregelen.
- Inhoud OSP =
1. De relatie met de omgeving van het OSP -> Wetgeving, beleid, doelstellingen.
2. Het beveiligings- en beveiligingsmaatregelenbeleid.
3. De belangen en afhankelijkheden van de organisatie.
4. De dreigingen, opponenten en incidentscenario’s.
5. Het operationeel beheren van de maatregelen.
6. De risicoafwegingen op operationeel niveau.
7. De beveiligingsdoelen en –concepten van de organisatie.
8. De doelstellingen en effectiviteit van de getroffen maatregelen.
Instruments)
- Asset = Kernwaarden van een organisatie, tastbaar/niet tastbaar, op geld gebaseerde
waarde voor een individu of een organisatie.
- Security = Het (preventief) weerstand bieden aan opzettelijke verstoring.
- Safety = (Zoveel mogelijk) voorkomen van ongewenste gebeurtenissen als gevolg van
natuurlijke rampen, technisch, organisatorisch of menselijk falen.
- 4 basis classifications of assets =
1. People
2. Information
3. Property
4. Image
- Threats (be)dreigingen =
1. Natural (natuurlijke bedreigingen) -> Overstromingen.
2. Intentional (bedoeld en doordacht) -> Diefstal.
3. Inadvertent (onbedoeld en onvoorzien) -> Pan op het fornuis, tegelijkertijd aan
het telefoneren.
- NAVI = Nationaal Adviescentrum Vitale Infrastructuur -> Overheid en bedrijfsleven
werken samen aan de verbetering van de fysieke/digitale beveiliging van de vitale
infrastructuur in Nederland.
- Operator Security Plan (OSP) = Beschrijft de veiligheidsmaatregelen die een
organisatie heeft getroffen. -> Wordt geschreven voor bedrijven met een vitale
infrastructuur.
- Andere aanleidingen om beveiligingsmaatregelen te treffen =
1. Wet- en regelgeving.
2. Safety -> Voorkomen dat niet-gewenste personen een gebouw kunnen betreden.
3. Maatschappelijke opinie om een bepaalde maatregeling te treffen.
4. Aantoonbaarheid van beveiliging.
5. Kosteneffectiviteit van maatregelen ten opzichte van andere maatregelen met
een vergelijkbaar beveiligingseffect.
6. Beheerkosten van maatregelen.
- Inhoud OSP =
1. De relatie met de omgeving van het OSP -> Wetgeving, beleid, doelstellingen.
2. Het beveiligings- en beveiligingsmaatregelenbeleid.
3. De belangen en afhankelijkheden van de organisatie.
4. De dreigingen, opponenten en incidentscenario’s.
5. Het operationeel beheren van de maatregelen.
6. De risicoafwegingen op operationeel niveau.
7. De beveiligingsdoelen en –concepten van de organisatie.
8. De doelstellingen en effectiviteit van de getroffen maatregelen.