1: a: 0,462 mol/L oftewel 0,46 M
b: 0,230 g = 0,23 g (ik weet niet of dit in kg is of g) - iemand?
2: a: 7,52 mL
b: 0,005 M
c: pH = 2,3
3: 9,79 = 10 tabletten
4: a: 10mL
b:
5: a:
b: 0,00168 mL
2: Doseringscontrole
1: a: Dit klopt
b: 2 tabletten van 500mg
c: Nee, voor chronisch zieken is er een maximum van 2,5 gram per dag: met deze
inname zou mevrouw 3 gram innemen en dit is dus te veel.
2: a:
b:
3: eigenlijk 1,08 gram per dag (uitgerekend met haar lichaamsgewicht) maar dit zou
over de grens van maximaal 1 gram per dag gaan, dus kindje Bijlsma moet 1 gram per
dag nemen
4: Acetylsalicylzuur (aspirine) in een dosis van 80 mg is bedoeld als bloedverdunner
en niet als pijnstiller. (verdere uitleg?????)
5: a: Ja, kuur duurt 5-7 dagen: in dit geval is 7 dagen dus goed
b: ja, je mag 5-6 mg per kg lichaamsgewicht, 16x5=80 mg. 80x4=320 mg
c: 80 mg: 10mg/ml= 8 ml per keer, dat 4 keer op een dag dus 4x8=32 ml
d: ja Max is 400 mg het kind krijgt 4x80=320 mg in een dag
e: het kind heeft 224 ml nodig je levert dus 2 flessen (apotheek G heeft maar 1 fles
van 100 ml, er mist nog 124 ml dus 2 flesjes)
3.3: Membraanpassages
Deel 1: Digestive function and processes
, 1)
- Epithelium/epitheel: weefsel dat onderliggende weefsels bedekt en beschermt. Het
bestaat uit epitheelcellen.
- Lumen: cilindervormig structuur met aan de binnenkant diverse
transportmechanismen. Zoals in bijvoorbeeld de darmen en bloedvaten
- ECF (extracellulaire vloeistof): lichaamsvloeistof die zich buiten de lichaamscellen
bevindt.
Deel 2: Transport door biologische membranen
2)
- Farmacon: (chemisch) geneesmiddel/medicijn
3) 5 manieren:
- oraal (via mond en slokdarm)
- rectaal (via anus)
- inhalatie (via de longen)
- Intraveneuze (injectie in je ader)
- Intramusculair (injectie in de spieren)
- dermaal (via huidoppervlakte)
- Sublinguaal (onder de tong, als het niet in aanraking met maagzuur mag
komen)
1. Paracellulair transport (transport tussen aangrenzende cellen door)
4)
- Enterocyten: epitheelcellen van de dikkedarm, vormen samen darmepitheel welke
de opname van voedingsstoffen uit de lumen regelen
- Colon: vergelijkbaar met een lumen, cilindervormige structuur deel van het
darmstelsel.
- karteldarm en grootste gedeelte van de dikke darm
- Lipofiliteit: de mate waarin iets oplost in vetten oliën en apolaire oplosmiddeleneen
lipide laag/vet (vetoplosbaarheid)
5) Processen die rol spelen bij paracellulaire transport
- 1. lipofiliteit
- 2. grootte molecuul / chemische verbinding
- 3. lading molecuul / chemische verbinding
- 4. mogelijkheid van stof om opgenomen te worden via andere wegen (zoals carriere
gemedieerd transport)
2a. passief transport
6)