Leerdoelen:
1. De student kan een verklaring geven voor de dualiteit van pijn aan de
hand van verschillen in type nocisensoren en zenuwvezels (VER).
Bij een beschadiging worden de receptoren van de nociceptieve afferente (pijn opvangende
neuronen) geprikkeld, deze zenden daardoor gevaarboodschappen naar de dorsale hoorn van het
ruggenmerg.
Wanneer men zich plotseling verwondt of brandt, voelt men meestal eerst een scherpe
gelokaliseerde pijn: de primaire pijn.
Pas later komt meer een diffuse, brandende pijn opzetten: de secundaire pijn.
De primaire pijn komt tot stand via gemyeliniseerde a-delta vezels, de secundaire via de dunne
ongemyeliniseerde, langzamer geleidende C-vezels.
De huid bevat als het ware twee waarschuwende lagen: 1 laag voor een in tijd en ruimte nauwkeurig
alarm (primaire pijn) en een tweede laag voor een paniekalarm, dat veel grover werkt maar waar
men niet omheen kan (secundaire pijn).
In iedere gewaarwording kan men een aantal componenten onderscheiden, zo ook bij pijn; aan de
ene kant aspecten van de pijnsensatie zelf, aan de andere kant allerlei reacties op en bij pijn. Bij het
tot stand komen van deze totaalgewaarwording speelt het zenuwstelsel als geheel een rol:
verschillende niveaus/ structuren hebben een deeltaak:
1. Sensorisch/ discriminiatief: Pijn ja of nee, precieze plaats van de pijn Gyrus postcentralis.
2. Affectief: pijn is een onaangenaam gevoel limbisch systeem.
3. Cognitief: De betekenis wordt begrepen Hersenschors.
4. Bewustzijn: Je wordt wakker door pijn en bent helemaal alert ARAS (arousel-systeem).
5. Expressief: je roept ‘au’ of schreeuwt het uit Basale kernen.
6. Ventilatie: De ademhaling wordt bij iedere emotie beïnvloedt Ademcentra.
7. Autonoom: Je wordt bleek, gaat zweten Sympatisch/parasympatisch zenuwstelsel.
8. Somatisch: Je trekt je arm weg, ontstaat een hoge spierspanning Dwarsgestreepte
spieren.
De student kan de verwerking van nociceptieve info in het centraal
zenuwstelsel beschrijven (REP):
Bij een beschadiging worden de receptoren van de nociceptieve afferente neuronen geprikkeld; deze
zenden daardoor gevaarboodschappen naar de dorsale hoorn van het ruggenmerg.
De dorsale hoorn is ook een voorname plaats waar de inkomende pijnprikkel wordt gemoduleerd. De
pijnmodulatie binnen het systeem is deels bepalend of de pijnprikkel al dan niet wordt doorgestuurd
naar hogere centra binnen het centrale zenuwstelsel. Deze modulatie binnen de dorsale hoorn is
beschreven als de ‘poorttheorie’.
Nociceptieve prikkels bereiken het ruggenmerg via primaire afferente zenuwen, die in het
ruggenmerg naar elkaar toe komen op tweedegraads afferente neuronen.
De neuronen die zorgen voor het transport van gevaarboodschappen zijn de wide-dynamic-range
neurons in de dorsale hoorn van het ruggenmerg. De tweedegraads afferente neuronen vormden de
primaire stijgende of ascenderende banen en eindigen in de thalamus.
1. De student kan een verklaring geven voor de dualiteit van pijn aan de
hand van verschillen in type nocisensoren en zenuwvezels (VER).
Bij een beschadiging worden de receptoren van de nociceptieve afferente (pijn opvangende
neuronen) geprikkeld, deze zenden daardoor gevaarboodschappen naar de dorsale hoorn van het
ruggenmerg.
Wanneer men zich plotseling verwondt of brandt, voelt men meestal eerst een scherpe
gelokaliseerde pijn: de primaire pijn.
Pas later komt meer een diffuse, brandende pijn opzetten: de secundaire pijn.
De primaire pijn komt tot stand via gemyeliniseerde a-delta vezels, de secundaire via de dunne
ongemyeliniseerde, langzamer geleidende C-vezels.
De huid bevat als het ware twee waarschuwende lagen: 1 laag voor een in tijd en ruimte nauwkeurig
alarm (primaire pijn) en een tweede laag voor een paniekalarm, dat veel grover werkt maar waar
men niet omheen kan (secundaire pijn).
In iedere gewaarwording kan men een aantal componenten onderscheiden, zo ook bij pijn; aan de
ene kant aspecten van de pijnsensatie zelf, aan de andere kant allerlei reacties op en bij pijn. Bij het
tot stand komen van deze totaalgewaarwording speelt het zenuwstelsel als geheel een rol:
verschillende niveaus/ structuren hebben een deeltaak:
1. Sensorisch/ discriminiatief: Pijn ja of nee, precieze plaats van de pijn Gyrus postcentralis.
2. Affectief: pijn is een onaangenaam gevoel limbisch systeem.
3. Cognitief: De betekenis wordt begrepen Hersenschors.
4. Bewustzijn: Je wordt wakker door pijn en bent helemaal alert ARAS (arousel-systeem).
5. Expressief: je roept ‘au’ of schreeuwt het uit Basale kernen.
6. Ventilatie: De ademhaling wordt bij iedere emotie beïnvloedt Ademcentra.
7. Autonoom: Je wordt bleek, gaat zweten Sympatisch/parasympatisch zenuwstelsel.
8. Somatisch: Je trekt je arm weg, ontstaat een hoge spierspanning Dwarsgestreepte
spieren.
De student kan de verwerking van nociceptieve info in het centraal
zenuwstelsel beschrijven (REP):
Bij een beschadiging worden de receptoren van de nociceptieve afferente neuronen geprikkeld; deze
zenden daardoor gevaarboodschappen naar de dorsale hoorn van het ruggenmerg.
De dorsale hoorn is ook een voorname plaats waar de inkomende pijnprikkel wordt gemoduleerd. De
pijnmodulatie binnen het systeem is deels bepalend of de pijnprikkel al dan niet wordt doorgestuurd
naar hogere centra binnen het centrale zenuwstelsel. Deze modulatie binnen de dorsale hoorn is
beschreven als de ‘poorttheorie’.
Nociceptieve prikkels bereiken het ruggenmerg via primaire afferente zenuwen, die in het
ruggenmerg naar elkaar toe komen op tweedegraads afferente neuronen.
De neuronen die zorgen voor het transport van gevaarboodschappen zijn de wide-dynamic-range
neurons in de dorsale hoorn van het ruggenmerg. De tweedegraads afferente neuronen vormden de
primaire stijgende of ascenderende banen en eindigen in de thalamus.