Zuid-Amerika
IHOUD
HOOFDSTUK 1.1 – LIGGING....................................................................................................................2
HOOFDSTUK 1.2 – ONGEKENDE NATUUR...............................................................................................2
HOOFDSTUK 1.3 – EEN GEOLOGISCH ‘PARADIJS’...................................................................................5
HOOFDSTUK 1.4 – RIJKDOM IN DE BODEM............................................................................................9
HOOFDSTUK 1.5 – STEDEN IN ZUID-AMERIKA......................................................................................10
HOOFDSTUK 2.1 – MIGRANTEN IN EEN NIEUW CONTINENT................................................................11
HOOFDSTUK 2.2 – ARMOEDE EN WELVAART.......................................................................................13
HOOFDSTUK 2.3 – WIE TREKT ER AAN DE TOUWTJES?........................................................................14
HOOFDSTUK 2.4 – CULTUUR EN ETNICITEIT.........................................................................................16
HOOFDSTUK 3.1 – RELATIES BINNEN ZUID-AMERIKA...........................................................................17
HOOFDSTUK 4.1 – NATUURLIJKE HULPBRONNEN................................................................................20
HOOFDSTUK 4.2 – NATUURLIJKE GEVAREN IN ZUID-AMERIKA............................................................21
HOOFDSTUK 5.1 – DE INHEEMSE BEVOLKING IN ZUID-AMERIKA & HOOFDSTUK 5.2 – TERRITORIALE
CONFLICTEN.........................................................................................................................................23
1
,HOOFDSTUK 1.1 – LIGGING
In Zuid-Amerika zitten 13 zelfstandige staten: Argentinië, Bolivia, Brazilië, Chili, Colombia, Ecuador,
Guyana, Panama, Paraguay, Peru, Suriname, Uruguay, Venezuela
Zuid-Amerika ≠ Latijns-Amerika; Latijns-Amerika = Zuid-Amerika + Midden-Amerika
Stereotype: een beeld gebaseerd op vooroordelen (vaak onjuist)
Perceptie: beeld die iemand van de werkelijkheid heeft (soms een stereotype)
Geografisch beeld: controleerbaar op feiten gebaseerd beeld van een gebied
HOOFDSTUK 1.2 – ONGEKENDE NATUUR
Klimaat wordt door de volgende punten bepaald:
Breedteligging
Zeestromen
Drukgebieden
Windpatronen
Ligging gebergten
2
, Een groot deel van Zuid-Amerika ligt
in de tropische luchtstreek = altijd
warm → opstijgende lucht →
lagedrukgebied aan aardoppervlak =
intertropische convergentiezone
(ITCZ)
Opstijgende lucht koelt af → condenseert →
vormt wolken met neerslag
De ITCZ schuift met seizoen beweging zon
mee:
In juli/augustus: ITCZ op 10⁰ N.B.
In januari: ITCZ op 20⁰ N.B.
Regengebieden schuiven dus ook mee met
de zon → tropische klimaten met 1 of 2
natte & droge perioden per jaar
Op de Grote en Atlantische Oceaan liggen
bij de keerkringen hogedrukgebieden →
lucht waait van hogedrukgebied naar
lagedrukgebied:
Op noordelijke halfrond:
zuidoostpassaat naar ITCZ
Op zuidelijke halfrond:
noordoostpassaat naar ITCZ
Aan de oostkant van Zuid-Amerika is
de passaat aanlandig (vochtig)
Aan loefzijde van het kustgebergte in Brazilië: stuwingsregen
Aan lijzijde van het kustgebergte in Brazilië: droogte
Zuidelijker aan oostkant is geen kustgebergte → vochtige lucht verder landinwaarts
De warme Zuid-Equatoriale stroom splitst bij de oostelijke punt van Brazilië naar het
noorden en het zuiden:
o De restante Zuid-Equatoriale stroom stroomt naar het noorden en naar het zuiden
(en wordt dan Brazilië stroom
o Bij Kaap Frio buigt de warme Brazilië stroom naar de oceaan af → koude
Falklandstroom kan tot aan Kaap Frio stromen
De invloed van de Grote Oceaan is minder aan de westkant van Zuid-Amerika door de ligging
van de Andesgebergte en door aflandige passaatwinden
Koude Peru-/Humboldtstroom: temperatuur aan de westkant = lager → minder verdamping
→ minder neerslag
Het Zuiden heeft een gematigd zeeklimaat met neerslag in alle jaargetijden (Cf)
Oorzaak aanlandige westenwinden:
o Zit aan de loefzijde van de bergen: stuwingsregens
o Zit aan de lijzijde van de bergen: ook dus woestijn- en steppeklimaten
De poolwinde uit het zuiden neemt zeer koude lucht mee (=pamperos) → hierdoor zijn in de
winter wel lage temperaturen mogelijk; deze koude lucht kan best ver landinwaarts komen.
3
IHOUD
HOOFDSTUK 1.1 – LIGGING....................................................................................................................2
HOOFDSTUK 1.2 – ONGEKENDE NATUUR...............................................................................................2
HOOFDSTUK 1.3 – EEN GEOLOGISCH ‘PARADIJS’...................................................................................5
HOOFDSTUK 1.4 – RIJKDOM IN DE BODEM............................................................................................9
HOOFDSTUK 1.5 – STEDEN IN ZUID-AMERIKA......................................................................................10
HOOFDSTUK 2.1 – MIGRANTEN IN EEN NIEUW CONTINENT................................................................11
HOOFDSTUK 2.2 – ARMOEDE EN WELVAART.......................................................................................13
HOOFDSTUK 2.3 – WIE TREKT ER AAN DE TOUWTJES?........................................................................14
HOOFDSTUK 2.4 – CULTUUR EN ETNICITEIT.........................................................................................16
HOOFDSTUK 3.1 – RELATIES BINNEN ZUID-AMERIKA...........................................................................17
HOOFDSTUK 4.1 – NATUURLIJKE HULPBRONNEN................................................................................20
HOOFDSTUK 4.2 – NATUURLIJKE GEVAREN IN ZUID-AMERIKA............................................................21
HOOFDSTUK 5.1 – DE INHEEMSE BEVOLKING IN ZUID-AMERIKA & HOOFDSTUK 5.2 – TERRITORIALE
CONFLICTEN.........................................................................................................................................23
1
,HOOFDSTUK 1.1 – LIGGING
In Zuid-Amerika zitten 13 zelfstandige staten: Argentinië, Bolivia, Brazilië, Chili, Colombia, Ecuador,
Guyana, Panama, Paraguay, Peru, Suriname, Uruguay, Venezuela
Zuid-Amerika ≠ Latijns-Amerika; Latijns-Amerika = Zuid-Amerika + Midden-Amerika
Stereotype: een beeld gebaseerd op vooroordelen (vaak onjuist)
Perceptie: beeld die iemand van de werkelijkheid heeft (soms een stereotype)
Geografisch beeld: controleerbaar op feiten gebaseerd beeld van een gebied
HOOFDSTUK 1.2 – ONGEKENDE NATUUR
Klimaat wordt door de volgende punten bepaald:
Breedteligging
Zeestromen
Drukgebieden
Windpatronen
Ligging gebergten
2
, Een groot deel van Zuid-Amerika ligt
in de tropische luchtstreek = altijd
warm → opstijgende lucht →
lagedrukgebied aan aardoppervlak =
intertropische convergentiezone
(ITCZ)
Opstijgende lucht koelt af → condenseert →
vormt wolken met neerslag
De ITCZ schuift met seizoen beweging zon
mee:
In juli/augustus: ITCZ op 10⁰ N.B.
In januari: ITCZ op 20⁰ N.B.
Regengebieden schuiven dus ook mee met
de zon → tropische klimaten met 1 of 2
natte & droge perioden per jaar
Op de Grote en Atlantische Oceaan liggen
bij de keerkringen hogedrukgebieden →
lucht waait van hogedrukgebied naar
lagedrukgebied:
Op noordelijke halfrond:
zuidoostpassaat naar ITCZ
Op zuidelijke halfrond:
noordoostpassaat naar ITCZ
Aan de oostkant van Zuid-Amerika is
de passaat aanlandig (vochtig)
Aan loefzijde van het kustgebergte in Brazilië: stuwingsregen
Aan lijzijde van het kustgebergte in Brazilië: droogte
Zuidelijker aan oostkant is geen kustgebergte → vochtige lucht verder landinwaarts
De warme Zuid-Equatoriale stroom splitst bij de oostelijke punt van Brazilië naar het
noorden en het zuiden:
o De restante Zuid-Equatoriale stroom stroomt naar het noorden en naar het zuiden
(en wordt dan Brazilië stroom
o Bij Kaap Frio buigt de warme Brazilië stroom naar de oceaan af → koude
Falklandstroom kan tot aan Kaap Frio stromen
De invloed van de Grote Oceaan is minder aan de westkant van Zuid-Amerika door de ligging
van de Andesgebergte en door aflandige passaatwinden
Koude Peru-/Humboldtstroom: temperatuur aan de westkant = lager → minder verdamping
→ minder neerslag
Het Zuiden heeft een gematigd zeeklimaat met neerslag in alle jaargetijden (Cf)
Oorzaak aanlandige westenwinden:
o Zit aan de loefzijde van de bergen: stuwingsregens
o Zit aan de lijzijde van de bergen: ook dus woestijn- en steppeklimaten
De poolwinde uit het zuiden neemt zeer koude lucht mee (=pamperos) → hierdoor zijn in de
winter wel lage temperaturen mogelijk; deze koude lucht kan best ver landinwaarts komen.
3