Privaatrecht tentamen deel A door professor Alexander Steneker
Stof: HC 1: sluiten van contracten, HC 2: inhoud en uitleg van contracten, HC 3:
aantasting en wijziging van de omvang van contracten, HC 4: nakoming van
contracten, HC 5: niet-nakoming van contracten
Week 1 sluiten van contracten
Er komt een overeenkomst tot stand wanneer er sprake is van aanbod en een
aanvaarding volgens artikel 6:217 BW. Voor een geldige overeenkomst moet er sprake
zijn van een zuiver gevormde wil die zich openbaart door middel van een verklaring
volgens art. 3:33 BW. Dit hoeft niet schriftelijk; dit is vormvrij dus mag ook mondeling
geschieden volgens art. 3:37 BW.
Aanbod
- Als er één gewild product is, waar er maar één van is, is dat geen aanbod. Dit wordt
een uitnodiging tot een aanbod genoemd (vrijblijvend aanbod) volgens art. 6:219 lid 2
BW.
- intrekking is alleen mogelijk vóór of tegelijk met de ontvangst van het aanbod door
de wederpartij art. 3:37 lid 5 BW.
Het moment van ontvangen is het moment van bereiken
- Herroeping is mogelijk zolang het aanbod niet is aanvaard en nog geen mededeling
houdende aanvaarding is verzonden art. 219 lid 1 BW.
- Onherroepelijk aanbod; als een termijn voor de aanvaarding is bepaald of
anderszins blijkt dat de aanbieder niet zal herroepen-> onherroepelijk aanbod kan
dus niet worden herroepen
Aanvaarding
Een mondeling aanbod vervalt als het niet meteen aanvaard wordt, tenzij anders
aangegeven volgens art. 6:221 BW.
Een schriftelijk aanbod geldt alleen binnen redelijke tijd volgens artikel 6:221 BW.
Een te late aanvaarding geldt niet als een aanvaarding, maar als een nieuw aanbod.
Rechtshandelingen
Aanbod en aanvaarding zijn rechtshandelingen volgens art. 3:33 BW.
Een rechtshandeling in de zin van 3:33 komt tot stand door:
- Een zuiver gevormde wil
- Een met de wil overeenstemmende verklaring
We kennen eenzijdige en meerzijdige rechtshandelingen. Een eenzijdige
rechtshandeling is bijvoorbeeld een aanbod of een aanvaarding; daar is maar één
persoon voor nodig.
Een eenzijdige rechtshandeling kan bijvoorbeeld een aanbod zijn of aanvaarding.
Een meerzijdige is dan weer een overeenkomst, daar heb je twee personen voor nodig
die het aanbod en de aanvaarding moeten doen. Ook kennen we een onderscheid
tussen gerichte en ongerichte rechtshandelingen. Een gerichte handeling is gericht tot
één persoon, bijvoorbeeld een aanbod of aanvaarding. Een ongerichte handeling kan
gericht zijn op meerdere personen. Dit kan bijvoorbeeld een testament zijn.
Geestelijke stoornis
Wanneer er een discrepantie tussen wil en verklaring is, is de overeenkomst nietig. Dit
betekent dat de overeenkomst nooit heeft bestaan en niet geldig is.
Ook bestaat er vernietigbaarheid. Dit kan in twee gevallen bij een geestelijke stoornis
volgens art. 3:34 BW:
- Als de stoornis een redelijke belangenwaardering belette;
- Als de verklaring onder invloed van de stoornis is gedaan-> dit wordt vermoed zo te
zijn als de overeenkomst nadelig was voor de persoon met de stoornis.
, Bij vernietigbaarheid was de overeenkomst al tot stand gekomen, maar wordt deze
terug gedraaid.
Gerechtvaardigd vertrouwen
Bij een overeenkomst mag je er gerechtvaardigd op vertrouwen dat een gedane
verklaring overeenkomt met iemands wil. Dit noemen we dus ook gerechtvaardigd
vertrouwen volgens art. 3:35 BW. Dit beschermt ook tegen een geestelijke stoornis.
Wanneer je er niet van op de hoogte was/kon zijn dat deze persoon te maken had met
een geestelijke stoornis. 3:35 BW beschermt alleen niet tegen
“handelingsonbekwaamheid”: wanneer iemand minderjarig is of onder curatele is
gesteld.
HR: Hofland/Hennis
Een advertentie waarbij een individueel bepaalde zaak voor een bepaalde prijs te koop
wordt aangeboden, is geen aanbod. Dit wordt een uitnodiging tot het doen van een
aanbod genoemd. Advertenties daarentegen waarin soortzaken worden aangeboden
zoals een kilo tomaten of een pak melk gelde wel als aanbod in de zin van 6:217 BW.
Week 2: inhoud en uitleg van contracten
Nietigheid
Een overeenkomst is nietig wanneer:
- de vorm in strijd is met de wet (3:39 BW) bv. Een niet-schriftelijke
koopovereenkomst
- Als de inhoud in strijd is met de wet (3:40 BW)
- strijd met de openbare orde
- strijd met de goede zeden
Niet de hele overeenkomst hoeft nietig te zijn, maar bijvoorbeeld alleen sommige
bedingen.
Algemene voorwaarden
- voorwaarden die voor alle consumenten hetzelfde zijn;
- Wederpartij hoeft de inhoud niet te kennen, maar moet redelijke mogelijkheid
hebben tot kennisneming ervan art. 6:234 BW.
- Bedingen in de algemene voorwaarden mogen niet “onredelijk bezwarend” zijn.
- De zwarte en grijze lijst geven aan wat onredelijk bezwarend kan zijn.
art.6:236+6:237
Als de algemene voorwaarden in strijd zijn met art. 6:233 BW leidt dit tot
vernietigbaarheid.
Je hebt een exoneratiebeding dat zorgt voor uitsluiting van aansprakelijkheid. Een
exoneratiebeding geldt alleen niet als er sprake is van opzet.
Een normaal contract
- Bij een leemte in het contracten kun je het opvullen met wart uit de redelijkheid en
billijkheid voortvloeit. Dit is de aanvullende werking. Leemtes in contracten worden
hierdoor vaak aangevuld met wat uit het ‘regelend recht’ voortvloeit.
- Je kunt ook wél overeengekomen bedingen schrappen die naar maatstaven van
redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Zoals bv. In sommige
exoneratiebedingen (art. 6:248 lid 2)
Soms is het onduidelijk wat er nou eigenlijk in het contract staat. Hierbij moet er niet
louter gekeken worden naar de taalkundige uitleg van bepalingen:
Het komt aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer
redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen en op hetgeen wat zij te dien
aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.
Een voorbeeld hierbij:
Stof: HC 1: sluiten van contracten, HC 2: inhoud en uitleg van contracten, HC 3:
aantasting en wijziging van de omvang van contracten, HC 4: nakoming van
contracten, HC 5: niet-nakoming van contracten
Week 1 sluiten van contracten
Er komt een overeenkomst tot stand wanneer er sprake is van aanbod en een
aanvaarding volgens artikel 6:217 BW. Voor een geldige overeenkomst moet er sprake
zijn van een zuiver gevormde wil die zich openbaart door middel van een verklaring
volgens art. 3:33 BW. Dit hoeft niet schriftelijk; dit is vormvrij dus mag ook mondeling
geschieden volgens art. 3:37 BW.
Aanbod
- Als er één gewild product is, waar er maar één van is, is dat geen aanbod. Dit wordt
een uitnodiging tot een aanbod genoemd (vrijblijvend aanbod) volgens art. 6:219 lid 2
BW.
- intrekking is alleen mogelijk vóór of tegelijk met de ontvangst van het aanbod door
de wederpartij art. 3:37 lid 5 BW.
Het moment van ontvangen is het moment van bereiken
- Herroeping is mogelijk zolang het aanbod niet is aanvaard en nog geen mededeling
houdende aanvaarding is verzonden art. 219 lid 1 BW.
- Onherroepelijk aanbod; als een termijn voor de aanvaarding is bepaald of
anderszins blijkt dat de aanbieder niet zal herroepen-> onherroepelijk aanbod kan
dus niet worden herroepen
Aanvaarding
Een mondeling aanbod vervalt als het niet meteen aanvaard wordt, tenzij anders
aangegeven volgens art. 6:221 BW.
Een schriftelijk aanbod geldt alleen binnen redelijke tijd volgens artikel 6:221 BW.
Een te late aanvaarding geldt niet als een aanvaarding, maar als een nieuw aanbod.
Rechtshandelingen
Aanbod en aanvaarding zijn rechtshandelingen volgens art. 3:33 BW.
Een rechtshandeling in de zin van 3:33 komt tot stand door:
- Een zuiver gevormde wil
- Een met de wil overeenstemmende verklaring
We kennen eenzijdige en meerzijdige rechtshandelingen. Een eenzijdige
rechtshandeling is bijvoorbeeld een aanbod of een aanvaarding; daar is maar één
persoon voor nodig.
Een eenzijdige rechtshandeling kan bijvoorbeeld een aanbod zijn of aanvaarding.
Een meerzijdige is dan weer een overeenkomst, daar heb je twee personen voor nodig
die het aanbod en de aanvaarding moeten doen. Ook kennen we een onderscheid
tussen gerichte en ongerichte rechtshandelingen. Een gerichte handeling is gericht tot
één persoon, bijvoorbeeld een aanbod of aanvaarding. Een ongerichte handeling kan
gericht zijn op meerdere personen. Dit kan bijvoorbeeld een testament zijn.
Geestelijke stoornis
Wanneer er een discrepantie tussen wil en verklaring is, is de overeenkomst nietig. Dit
betekent dat de overeenkomst nooit heeft bestaan en niet geldig is.
Ook bestaat er vernietigbaarheid. Dit kan in twee gevallen bij een geestelijke stoornis
volgens art. 3:34 BW:
- Als de stoornis een redelijke belangenwaardering belette;
- Als de verklaring onder invloed van de stoornis is gedaan-> dit wordt vermoed zo te
zijn als de overeenkomst nadelig was voor de persoon met de stoornis.
, Bij vernietigbaarheid was de overeenkomst al tot stand gekomen, maar wordt deze
terug gedraaid.
Gerechtvaardigd vertrouwen
Bij een overeenkomst mag je er gerechtvaardigd op vertrouwen dat een gedane
verklaring overeenkomt met iemands wil. Dit noemen we dus ook gerechtvaardigd
vertrouwen volgens art. 3:35 BW. Dit beschermt ook tegen een geestelijke stoornis.
Wanneer je er niet van op de hoogte was/kon zijn dat deze persoon te maken had met
een geestelijke stoornis. 3:35 BW beschermt alleen niet tegen
“handelingsonbekwaamheid”: wanneer iemand minderjarig is of onder curatele is
gesteld.
HR: Hofland/Hennis
Een advertentie waarbij een individueel bepaalde zaak voor een bepaalde prijs te koop
wordt aangeboden, is geen aanbod. Dit wordt een uitnodiging tot het doen van een
aanbod genoemd. Advertenties daarentegen waarin soortzaken worden aangeboden
zoals een kilo tomaten of een pak melk gelde wel als aanbod in de zin van 6:217 BW.
Week 2: inhoud en uitleg van contracten
Nietigheid
Een overeenkomst is nietig wanneer:
- de vorm in strijd is met de wet (3:39 BW) bv. Een niet-schriftelijke
koopovereenkomst
- Als de inhoud in strijd is met de wet (3:40 BW)
- strijd met de openbare orde
- strijd met de goede zeden
Niet de hele overeenkomst hoeft nietig te zijn, maar bijvoorbeeld alleen sommige
bedingen.
Algemene voorwaarden
- voorwaarden die voor alle consumenten hetzelfde zijn;
- Wederpartij hoeft de inhoud niet te kennen, maar moet redelijke mogelijkheid
hebben tot kennisneming ervan art. 6:234 BW.
- Bedingen in de algemene voorwaarden mogen niet “onredelijk bezwarend” zijn.
- De zwarte en grijze lijst geven aan wat onredelijk bezwarend kan zijn.
art.6:236+6:237
Als de algemene voorwaarden in strijd zijn met art. 6:233 BW leidt dit tot
vernietigbaarheid.
Je hebt een exoneratiebeding dat zorgt voor uitsluiting van aansprakelijkheid. Een
exoneratiebeding geldt alleen niet als er sprake is van opzet.
Een normaal contract
- Bij een leemte in het contracten kun je het opvullen met wart uit de redelijkheid en
billijkheid voortvloeit. Dit is de aanvullende werking. Leemtes in contracten worden
hierdoor vaak aangevuld met wat uit het ‘regelend recht’ voortvloeit.
- Je kunt ook wél overeengekomen bedingen schrappen die naar maatstaven van
redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Zoals bv. In sommige
exoneratiebedingen (art. 6:248 lid 2)
Soms is het onduidelijk wat er nou eigenlijk in het contract staat. Hierbij moet er niet
louter gekeken worden naar de taalkundige uitleg van bepalingen:
Het komt aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer
redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen en op hetgeen wat zij te dien
aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.
Een voorbeeld hierbij: