Nociceptoren: worden geactiveerd bij weefselbeschadiging. Na activatie komen overdrachtsstoffen
vrij (mediatoren) die hun informatie langs langs zeer gecompliceerde wegen doorgeven aan bepaalde
delen van het centrale zenuwstelsel. Hier word men de pijn bewust, men gaat pijn voelen.
Analgetica: middelen tegen alle soorten van pijn.
Niet-opioïden:
- Paracetamol, algemeen pijnstillend middel voor vele doeleinden.
- NSAID’s (Non Steroidal Anti Inflammatory Drugs) worden gebruikt bij ontstekingen en
reuma zoals diclofenac (Voltaren), ibuprofen (brufen, advil, nurofen), naproxen (aleve)
en indometacine (Indocid). De laatste is de enige NSAID die een werking heeft op het
centrale zenuwstelsel (duizeligheid en sufheid). Op deze moet altijd een gele sticker.
Bijwerkingen: maagirritatie, verlengde stolling en soms oedeem.
Opioïden:
- Van opium afgeleide stoffen zoals morfine, dat gebruikt word bij hevige acute pijn.
(Oxycodon, Codeine, Fentanyl, Tramadol en Methadon) Bijwerkingen: obstipatie,
misselijkheid en ademhalingsremming, bovendien erg verslavend.
Antireumatica worden ingedeeld in:
NSAID’s
DMARD’s (Disease Modifying Anti Reumatic Drugs). Remicade (infliximab) en arava
(leflunomide). Veel bijwerkingen.
Prostaglandinesynthestaseremmers (NSAID’s)
COX = cyclo-oxygenase. COX1 en COX2 enzym. COX1 heeft beschermende werking op het
maagslijmvlies. COX2 is verantwoordelijk voor de pijn bij ontsteking.
Psychofarmaca
Hypnotica, sedativa en anxiolytica (benzodiazepines)
Antipsychotica (neuroleptica)
Antidepressiva
Psychostimulantia (peppillen)
Sedativa
In een lage dosering kunnen de hieronder genoemde preparaten als rust en kalmeringsmiddel
dienen:
- Nitrazepam (Mogadon)