Leerdoelen:
Wat is het autobiografisch geheugen? (Hoe werkt het, wat voor factoren)
Welke invloed hebben ruimte en houding op het autobiografisch geheugen?
Hoe kan je het beste je herinneringen ophalen?
Hoe kan je autobiografisch geheugen verdraaid worden?
Hoe creëer je valse herinneringen?
Wat is de invloed van anderen op je autobiografische geheugen?
Keywords: Episodic memory, repressed memory, Conway & Rubin
Gebruikte boeken: Eysenk, Matlin & artikelen
Autobiografisch geheugen
Het autobiografische geheugen bestaat uit herinneringen van gebeurtenissen van je eigen leven.
Deze herinneringen zijn belangrijk omdat ze betrekking hebben op onze belangrijkste levensdoelen, meest
krachtige emoties en op onze persoonlijke betekenissen.
Volgens Conway, Pleydell-Pearce en Whitecross heeft autobiografische kennis een functie van het definiëren
van identiteit, persoonlijke geschiedenis koppelen aan publieke geschiedenis en het ondersteunen van een
netwerk van persoonlijke doelen en projecten gedurende je hele leven, wat uiteindelijk doorgaat naar het in
zelf ervaring opbouwen.
Het verschil met episodisch geheugen, is dat episodisch geheugen gaat om persoonlijke ervaringen of
gebeurtenissen die gebeurt zijn op een bepaalde tijd en op een specifieke plek.
Er is een overlap tussen beide geheugen, omdat het beide gerelateerd is aan persoonlijke ervaringen
De verschillen:
Autobiografisch geheugen is meer gericht op persoonlijke betekenis, terwijl episodisch geheugen meer
betrekking heeft op alledaagse gebeurtenissen.
Autobiografisch geheugen kan jaren teruggaan, terwijl het episodisch geheugen maar minuten of uren
terug kan gaan.
Autobiografisch geheugen handelt met complexe herinneringen die geselecteerd zijn van een grote
collectie van persoonlijke ervaringen, terwijl het episodische geheugen meer gelimiteerd is.
Giboa heeft brain-imaging bewijs. Hij heeft een metaanalyse uitgevoerd op het autobiografisch en
episodisch geheugen. Hieruit blijkt dat er duidelijke verschillen zijn in patronen van activatie van het
prefrontale cortex.
- Er was meer activatie in de rechter mid-dorsolaterale prefrontale cortex in het episodisch geheugen
dan in het autobiografische geheugen.
Een verklaring hiervoor is dat het episodisch bewust toezicht vereist om fouten te voorkomen
- Er was meer veel meer activatie in de linker ventromediale prefrontale cortex in het autobiografische
geheugen dan in het episodisch geheugen.
Een verklaring hiervoor is dat bij het autobiografisch geheugen toezicht houdt op de
nauwkeurigheid van opgehaalde herinneringen in relatie tot de geactiveerde zelfkennis.
Uit onderzoek van Burianova en Grady blijkt dat alleen bij het autobiografische geheugen mediale frontale
activatie betrokken is en alleen bij het episodisch geheugen rechter middel frontale activatie betrokken is.
De studies naar het autobiografisch geheugen hebben een hoge ecological validity. Een onderzoek heeft een
hoge ecologische validiteit als de omstandigheden waarin het onderzoek uitgevoerd is, vergelijkbaar zijn met
de natuurlijk omgeving waarop de resultaten worden toegepast.
Flashbulb herinneringen zijn levendige en gedetailleerde herinneringen van heftige gebeurtenissen.
, Vaak bevatten deze herinneringen informatie over:
De informant (de persoon van wie je de informatie hebt)
Plaats waar je het nieuws hebt gehoord
Lopende gebeurtenis
Eigen emotionele toestand van het individu Niet diepgaand
Emotionele staat van anderen
En de gevolgen van het evenement voor de persoon
Flashbulb herinneringen zijn anders dan andere herinneringen in levensduur, nauwkeurigheid en
afhankelijkheid van een speciaal neuraal mechanisme.
Deze herinneringen hangen af van verschillende factoren: relevante voorkennis, persoonlijk belang, verrassing,
openlijke repetitie, nieuwheid van het evenement en de affectieve houding van het individu ten opzichte van
de centrale persoon of personen in het evenement.
Deze factoren spelen een rol in het vormen van een nieuwe herinnering.
Het proust phenomenom is de ontdekking dat geuren bijzonder krachtige signalen zijn voor het terughalen van
oude en emotionele autobiografische herinneringen.
Theorie Rubin
Methoden waarmee het autobiografisch geheugen gemeten kan worden:
Cue word techniek herinneringen ophalen m.b.v. cues
3 effecten:
- Recency effect
- Infantile amnesia houdt in dat volwassenen geen autobiografische herinneringen kunnen ophalen van
de kindertijd.
- Reminiscence bump houdt in dat volwassenen maar een bepaalde hoeveelheid autobiografische
herinneringen kunnen ophalen uit de adolescentie en vroege volwassenheid.
Dagboek bijhouden
Infantile amnesia
Het autobiografische geheugen is een soort declaratief geheugen dat afhankelijk is van de hippocampus.
De ‘dentate gyrus’ in de hippocampus heeft ongeveer 70% van het aantal volwassen cellen bij geboorte en blijft
zich ontwikkelen door het eerste levensjaar. Andere delen van de hippocampus zijn mogelijk niet volledig
ontwikkeld tot het kind tussen de 2 en 8 jaar oud is.
Reminiscence bump
Reminiscence bump komt voor in verschillende culturen. Hierbij is zowel stabiliteit en nieuwigheid een rol.
Oudere individuen hebben een reminiscence bump voor positieve herinneringen, maar niet voor negatieve.
Dit betekend dat het gelimiteerd is.
Een life script is een culturele verwachting met betrekking tot de aard en volgorde van belangrijke
levensgebeurtenissen.
Uit het onderzoek van Rubin et al. blijkt dat de belangrijkste gebeurtenissen in het leven dat
individuen terughaalde duidelijke overeenkomsten had met die in hun levensscript.
Self-memory theory van Conway
Volgens Conway hebben we een self-memory systeem met twee grote componenten: