Evolutie kan niet iets uit niets maken (het creëert niks)
Mutatie wel → grijpt in op evolutionaire veranderingen.
Moleculaire klok → dingen mee dateren.
Carbon dating → kijken naar de leeftijd van verschillende lagen
Twee hypotheses voor origin of life:
● Replicator first (DNA en RNA eerst)
Pro → RNA heeft twee functies (katalyse en opslaan van informatie) → essentieel
voor evolutie om plaats te vinden. Selectie kan niet opereren als informatie niet wordt
doorgegeven.
Con → RNA is labiel (breekt snel af). DNA is wel stabie, en wordt daarom gebruikt
om data op te slaan.
● Metabolisme first
Pro → het is eenvoudig voor te stellen dat zo’n reactie ontstaat en metabolisme
voorkomt.
Con → Metabolisme is misschien niet genoeg reden om te zeggen dat selectie daar
op in kan grijpen, omdat het onduidelijk is hoe informatie wordt opgeslagen.
Replicator first :
1. Abiotische (niet levende) synthese van kleine organische moleculen (er moeten iets
van aminozuren ontstaan)
Miller-Urey → laat zien dat een hele simpele reactie aminozuren gemaakt kunnen
worden.
2. Formatie van polymeren → oplossingen van aminozuren die op bv klei terecht komen
→ formatie van polymeren (dehydratie reacties)
3. Formatie van protobionten → een aggregatie van abiotisch producerende moleculen.
Een afgesloten milieu is nu gecreërd. (membranen)
4. Origin van zelf-replicatie → informatie wordt overgegeven → DNA/RNA wereld.
Waarom RNA meer waarschijnlijke kandidaat? → RNA kan repliceren met behulp van
aminozuur-polymeren. Proces is te repliceren.
RNA heeft de functie als enzym (ribosoom)
protobiont + RNA → groei → splitten en het verdelen/overbrengen van RNA → inheritance
RNA wereld → DNA wereld → explosie van levensvormen
1. Eerste Prokaryoten → stromaliten (lagen steen door bindingen van prokaryoten)
2. GEO → aanwezigheid van zuurstof op aarde (ontstaan van cyanobacteriën)
Opeens vinden oxidatie-reacties plaats, waardoor een grote extinctie plaatsvond.
3. Eerste eukaryoten (protisten) waren 2 miljard jaar geleden aanwezig door
endosymbiose, maar nog wel unicellulair.
, Ontstaan van Endosymbiose → Een prokaryotische cel slokt een kleinere cel op
wat evolueert tot een belangrijk organel: mitochondrium. Hierdoor ontstonden
eukaryotische cellen.
Dit is de Serial Endosymbiose: een hypothese dat eukaryotische cellen zijn ontstaan
door endosymbiotische gebeurtenissen waarbij mitochondria, chloroplasten en
wellicht andere organellen zijn ontstaan.
4. Multicellulair → Eukaryoten begonnen zich de evolueren tot complexere structuren
(eerst in de vorm van algen).
5. In precambium eigenlijk nog bijna geen complexiteit! (88% van geschiedenis van het
leven)
Cambrian explosion → ontstaan van predatoren. Een cyclus wordt hierdoor
gecreëerd en de selectieve druk wordt groter. Nieuwe mogelijkheden om te
ontwikkelen.
Eerste bouwplannen zijn al te zien.
Cambrische explosie → oorzaken:
- Evolutie van genetische toolkit (hox-genes): mutaties → nieuwe bouwplannen
- Grotere veranderingen in de oceanen (rise in sea level) → kringloop van fosfaten
ontstaat.
- Hogere zuurstof niveaus → hogere metabolische activiteit
- Nieuwe niches → hoe meer divers het wordt, hoe meer het diverser blijft worden.
Resultaten→ cambrische explosie begon nadat organismen begonnen de
diversificeren.
6. 500 mil jaar geleden gaan planten voor het eerst het land op. → was eerst
moeilijk.
Voordelen aan leven op land → licht en ruimte (minder competitie)
Nadelen aan het op land gaan van planten →
● Uitdroging
● Meer UV radiatie
● Geen ondersteuning
● Reproductie → Gameten loslaten in water, komen wel ergens terecht. Op het land is
dat anders.
Planten kregen een wax-laag, huidmondjes, wortels, cambium voor secundaire dikte
groei, vasculair weefsel voor intern transport.
Ontwikkeling van
● waxy water-proof cuticle
● Harig oppervlakte → stilstaande laag van lucht (boundary layer) → minder
verdamping
Steeds meer mechanismen om gassen te reguleren.
Dieren hadden een beetje dezelfde problemen met het gaan van water naar land.
Vooral reproductie was een probleem → Amniotisch ei ontwikkeld
Mutatie wel → grijpt in op evolutionaire veranderingen.
Moleculaire klok → dingen mee dateren.
Carbon dating → kijken naar de leeftijd van verschillende lagen
Twee hypotheses voor origin of life:
● Replicator first (DNA en RNA eerst)
Pro → RNA heeft twee functies (katalyse en opslaan van informatie) → essentieel
voor evolutie om plaats te vinden. Selectie kan niet opereren als informatie niet wordt
doorgegeven.
Con → RNA is labiel (breekt snel af). DNA is wel stabie, en wordt daarom gebruikt
om data op te slaan.
● Metabolisme first
Pro → het is eenvoudig voor te stellen dat zo’n reactie ontstaat en metabolisme
voorkomt.
Con → Metabolisme is misschien niet genoeg reden om te zeggen dat selectie daar
op in kan grijpen, omdat het onduidelijk is hoe informatie wordt opgeslagen.
Replicator first :
1. Abiotische (niet levende) synthese van kleine organische moleculen (er moeten iets
van aminozuren ontstaan)
Miller-Urey → laat zien dat een hele simpele reactie aminozuren gemaakt kunnen
worden.
2. Formatie van polymeren → oplossingen van aminozuren die op bv klei terecht komen
→ formatie van polymeren (dehydratie reacties)
3. Formatie van protobionten → een aggregatie van abiotisch producerende moleculen.
Een afgesloten milieu is nu gecreërd. (membranen)
4. Origin van zelf-replicatie → informatie wordt overgegeven → DNA/RNA wereld.
Waarom RNA meer waarschijnlijke kandidaat? → RNA kan repliceren met behulp van
aminozuur-polymeren. Proces is te repliceren.
RNA heeft de functie als enzym (ribosoom)
protobiont + RNA → groei → splitten en het verdelen/overbrengen van RNA → inheritance
RNA wereld → DNA wereld → explosie van levensvormen
1. Eerste Prokaryoten → stromaliten (lagen steen door bindingen van prokaryoten)
2. GEO → aanwezigheid van zuurstof op aarde (ontstaan van cyanobacteriën)
Opeens vinden oxidatie-reacties plaats, waardoor een grote extinctie plaatsvond.
3. Eerste eukaryoten (protisten) waren 2 miljard jaar geleden aanwezig door
endosymbiose, maar nog wel unicellulair.
, Ontstaan van Endosymbiose → Een prokaryotische cel slokt een kleinere cel op
wat evolueert tot een belangrijk organel: mitochondrium. Hierdoor ontstonden
eukaryotische cellen.
Dit is de Serial Endosymbiose: een hypothese dat eukaryotische cellen zijn ontstaan
door endosymbiotische gebeurtenissen waarbij mitochondria, chloroplasten en
wellicht andere organellen zijn ontstaan.
4. Multicellulair → Eukaryoten begonnen zich de evolueren tot complexere structuren
(eerst in de vorm van algen).
5. In precambium eigenlijk nog bijna geen complexiteit! (88% van geschiedenis van het
leven)
Cambrian explosion → ontstaan van predatoren. Een cyclus wordt hierdoor
gecreëerd en de selectieve druk wordt groter. Nieuwe mogelijkheden om te
ontwikkelen.
Eerste bouwplannen zijn al te zien.
Cambrische explosie → oorzaken:
- Evolutie van genetische toolkit (hox-genes): mutaties → nieuwe bouwplannen
- Grotere veranderingen in de oceanen (rise in sea level) → kringloop van fosfaten
ontstaat.
- Hogere zuurstof niveaus → hogere metabolische activiteit
- Nieuwe niches → hoe meer divers het wordt, hoe meer het diverser blijft worden.
Resultaten→ cambrische explosie begon nadat organismen begonnen de
diversificeren.
6. 500 mil jaar geleden gaan planten voor het eerst het land op. → was eerst
moeilijk.
Voordelen aan leven op land → licht en ruimte (minder competitie)
Nadelen aan het op land gaan van planten →
● Uitdroging
● Meer UV radiatie
● Geen ondersteuning
● Reproductie → Gameten loslaten in water, komen wel ergens terecht. Op het land is
dat anders.
Planten kregen een wax-laag, huidmondjes, wortels, cambium voor secundaire dikte
groei, vasculair weefsel voor intern transport.
Ontwikkeling van
● waxy water-proof cuticle
● Harig oppervlakte → stilstaande laag van lucht (boundary layer) → minder
verdamping
Steeds meer mechanismen om gassen te reguleren.
Dieren hadden een beetje dezelfde problemen met het gaan van water naar land.
Vooral reproductie was een probleem → Amniotisch ei ontwikkeld