HOOFDSTUK 11: PHOTOSYNTHETIC PROCESSES
Concept 11.1
Fotosynthese: omzetting van licht energie in chemische energie
Autotrofe organismen: organismen die zichzelf voeden. Ze produceren hun organische
moleculen uit CO2 en H2O en mineralen uit de grond
Heterotrofe organismen: organismen eten andere organismen om organische moleculen te
verkrijgen
Er zijn 2 soorten autotrofe organismen:
1. Foto autotrofe organismen: gebruiken licht als energie bron
(planten, algen en sommige prokaryoten)
2. Chemo autotrofe organismen: halen hun energie uit oxidatie van anorganische
stoffen (zwavel en ammonia)
Chloroplasten
Mesofylcellen (bladmoes): bladcellen
gespecialiseerd voor fotosynthese
Stoma: kleine porie die gasuitwisseling tussen de
omgeving en het inwendige van de plant mogelijk
maken
Stroma: het dichte fluïdum in de chloroplast dat
het thylakoïdmembraan omringt en ribosomen en
DNA bevat; betrokken bij de synthese van
organische moleculen uit CO2 en water
Fotosynthese vindt voornamelijk plaats in de
groene delen van planten → in de mesofyl cel
In de chloroplasten zitten thylakoid membranen
→ daar vindt de opname van licht plaats want
daarin zitten de pigmenten
Fotosynthese in planten
bruto
netto
Photosynthese als redox reactie
1
, Samenvatting chloroplasten:
● Bladeren zijn de voornaamste locaties voor fotosynthese
● Hun groene kleur komt van chlorofyl, het groene pigment binnen de chloroplasten
● Het chlorofyl bevindt zich in de membranen van de thylakoïden
● Licht energie geabsorbeerd door chlorofyl zorgt voor de synthese van organische
moleculen in de chloroplast
● Via de stromata van het blad gaat CO2 naar binnen en O2 naar buiten
● Chloroplasten zijn voornamelijk aanwezig in cellen van het mesofyl (het inwendige
van het blad)
● Een mesofyl cel bestaat uit 30-40 chloroplasten
● De H+ en elektronen afkomstig uit de splitsing van water, reduceert CO2 tot suiker
● De potentiële energie van de elektronen neemt toe als ze van water richting suiker
gaan
● Deze energie wordt geleverd door licht
● Bij de lichtreactie vindt overdracht plaats van elektronen en H+ naar NADP+ en geeft
NADPH
● Fotosynthese bestaat uit de lichtreactie en de Calvin cyclus
● Bij de lichtreactie wordt zonne-energie omgezet in chemische energie in de vorm van
ATP en NADPH
● In de Calvin cyclus wordt deze chemische energie (ATP en NADPH) gebruikt om
CO2 om te zetten in suiker
2
Concept 11.1
Fotosynthese: omzetting van licht energie in chemische energie
Autotrofe organismen: organismen die zichzelf voeden. Ze produceren hun organische
moleculen uit CO2 en H2O en mineralen uit de grond
Heterotrofe organismen: organismen eten andere organismen om organische moleculen te
verkrijgen
Er zijn 2 soorten autotrofe organismen:
1. Foto autotrofe organismen: gebruiken licht als energie bron
(planten, algen en sommige prokaryoten)
2. Chemo autotrofe organismen: halen hun energie uit oxidatie van anorganische
stoffen (zwavel en ammonia)
Chloroplasten
Mesofylcellen (bladmoes): bladcellen
gespecialiseerd voor fotosynthese
Stoma: kleine porie die gasuitwisseling tussen de
omgeving en het inwendige van de plant mogelijk
maken
Stroma: het dichte fluïdum in de chloroplast dat
het thylakoïdmembraan omringt en ribosomen en
DNA bevat; betrokken bij de synthese van
organische moleculen uit CO2 en water
Fotosynthese vindt voornamelijk plaats in de
groene delen van planten → in de mesofyl cel
In de chloroplasten zitten thylakoid membranen
→ daar vindt de opname van licht plaats want
daarin zitten de pigmenten
Fotosynthese in planten
bruto
netto
Photosynthese als redox reactie
1
, Samenvatting chloroplasten:
● Bladeren zijn de voornaamste locaties voor fotosynthese
● Hun groene kleur komt van chlorofyl, het groene pigment binnen de chloroplasten
● Het chlorofyl bevindt zich in de membranen van de thylakoïden
● Licht energie geabsorbeerd door chlorofyl zorgt voor de synthese van organische
moleculen in de chloroplast
● Via de stromata van het blad gaat CO2 naar binnen en O2 naar buiten
● Chloroplasten zijn voornamelijk aanwezig in cellen van het mesofyl (het inwendige
van het blad)
● Een mesofyl cel bestaat uit 30-40 chloroplasten
● De H+ en elektronen afkomstig uit de splitsing van water, reduceert CO2 tot suiker
● De potentiële energie van de elektronen neemt toe als ze van water richting suiker
gaan
● Deze energie wordt geleverd door licht
● Bij de lichtreactie vindt overdracht plaats van elektronen en H+ naar NADP+ en geeft
NADPH
● Fotosynthese bestaat uit de lichtreactie en de Calvin cyclus
● Bij de lichtreactie wordt zonne-energie omgezet in chemische energie in de vorm van
ATP en NADPH
● In de Calvin cyclus wordt deze chemische energie (ATP en NADPH) gebruikt om
CO2 om te zetten in suiker
2