HOOFDSTUK 12: MITOSIS
Concept 12.1
Organisatie van genetisch materiaal
Genoom: alle genetische informatie in een cel
Prokaryoot: 1 DNA molecuul
Eukaryoten: meerdere DNA moleculen
DNA moleculen verpakt in chromosomen
Chromosomen bestaan uit chromatine
Chromatine bestaat uit DNA en eiwitten
Elke soort heeft een karakteristiek aantal chromosomen:
● Somatische cellen: 2 sets chromosomen (alle lichaamscellen behalve de
reproductieve cellen) → 46 chromosomen
● Gameten: helft aantal chromosomen van somatische cellen (reproductieve cellen)
→ 23 chromosomen
Chromosomen zijn het merendeel van de
celcyclus een dunne chromatinedraad
Na het dupliceren van het chromosoom:
● 2 zusterchromatiden (maar nog
ongecondenseerd!)
Zusterchromatiden zitten sterk aan elkaar vast (sister
chromatid cohesion)
● Door cohesine eiwitten
Elk zusterchromatide heeft 1 centromeer:
● Repeterende DNA sequentie, gebonden door
specifieke eiwitten
● Sterkste cohesie met zusterchromatiden en
chromosoom samengeknepen
Als zuster chromatiden uit elkaar gaan →
chromosomen
Mitose: de deling van genetisch materiaal in de
nucleus
Cytokinese: de deling van het cytoplasma (komt
meestal na mitose)
S-fase: chromosomen worden gerepliceerd (nog steeds dunne chromatinedraad)
M-fase: chromosomen condenseren
1
, Concept 12.2
Celcyclus
Mitotische (M) fase:
● Mitose
● Cytokinese
Interfase:
● G1 fase
● S fase (DNA duplicatie)
● G2 fase
→ tijdens alle fases celgroei
Fases in mitose:
1. Profase
2. Prometafase
3. Metafase
4. Anafase
5. Telofase
Profase
● Start chromosoom condensatie
● Nucleoli verdwijnen
● Start vormen mitotische spoelfiguur
● Centrosomen bewegen weg van elkaar
Prometafase
● Kernenvelop fragmenteert
● Chromosoom condensatie
● Kinetochoren vorming
○ Eiwitten op centromeer
● Microtubuli in kerngebied (want geen kernenvelop meer)
● Microtubuli aan kinetochoren
○ = Kinetochore microtubuli
● Microtubuli van verschillende polen interactie
○ = Niet kinetochore microtubuli
Metafase
● Centrosomen tegenover elkaar
● Chromosomen op de metafase plaat
● Kinetochoren van zusterchromatiden zitten vast aan microtubuli van
tegenovergestelde centrosomen
2
Concept 12.1
Organisatie van genetisch materiaal
Genoom: alle genetische informatie in een cel
Prokaryoot: 1 DNA molecuul
Eukaryoten: meerdere DNA moleculen
DNA moleculen verpakt in chromosomen
Chromosomen bestaan uit chromatine
Chromatine bestaat uit DNA en eiwitten
Elke soort heeft een karakteristiek aantal chromosomen:
● Somatische cellen: 2 sets chromosomen (alle lichaamscellen behalve de
reproductieve cellen) → 46 chromosomen
● Gameten: helft aantal chromosomen van somatische cellen (reproductieve cellen)
→ 23 chromosomen
Chromosomen zijn het merendeel van de
celcyclus een dunne chromatinedraad
Na het dupliceren van het chromosoom:
● 2 zusterchromatiden (maar nog
ongecondenseerd!)
Zusterchromatiden zitten sterk aan elkaar vast (sister
chromatid cohesion)
● Door cohesine eiwitten
Elk zusterchromatide heeft 1 centromeer:
● Repeterende DNA sequentie, gebonden door
specifieke eiwitten
● Sterkste cohesie met zusterchromatiden en
chromosoom samengeknepen
Als zuster chromatiden uit elkaar gaan →
chromosomen
Mitose: de deling van genetisch materiaal in de
nucleus
Cytokinese: de deling van het cytoplasma (komt
meestal na mitose)
S-fase: chromosomen worden gerepliceerd (nog steeds dunne chromatinedraad)
M-fase: chromosomen condenseren
1
, Concept 12.2
Celcyclus
Mitotische (M) fase:
● Mitose
● Cytokinese
Interfase:
● G1 fase
● S fase (DNA duplicatie)
● G2 fase
→ tijdens alle fases celgroei
Fases in mitose:
1. Profase
2. Prometafase
3. Metafase
4. Anafase
5. Telofase
Profase
● Start chromosoom condensatie
● Nucleoli verdwijnen
● Start vormen mitotische spoelfiguur
● Centrosomen bewegen weg van elkaar
Prometafase
● Kernenvelop fragmenteert
● Chromosoom condensatie
● Kinetochoren vorming
○ Eiwitten op centromeer
● Microtubuli in kerngebied (want geen kernenvelop meer)
● Microtubuli aan kinetochoren
○ = Kinetochore microtubuli
● Microtubuli van verschillende polen interactie
○ = Niet kinetochore microtubuli
Metafase
● Centrosomen tegenover elkaar
● Chromosomen op de metafase plaat
● Kinetochoren van zusterchromatiden zitten vast aan microtubuli van
tegenovergestelde centrosomen
2