Hoofdlijnen Nederlands Recht
Functies van recht:
- Normatieve functie; gedragsregels waaraan nagenoeg iedereen in de samenleving vindt, dat
zij moeten worden nageleefd en opgevolgd.
- Geschiloplossende functie; een rechterlijke organisatie die bij uitsluiting oordeelt of iemand
moet worden gestraft en zo ja, op welke wijze en met behulp van welke procedure.
- Additionele functie; biedt een rechtsregel als partijen vergeten zijn op een bepaald punt
afspraken te maken.
- Instrumentele functie; de wetgever hakt op tal van onderwerpen de knoop door, zo doen we
het en niet anders.
De rechtsbronnen binnen het Nederlands recht:
- De wet
Wetten met betrekking tot het privaatrecht
valt uiteen in twee deelgebieden: personen- en familierecht en het vermogensrecht.
Het personen- en familierecht regelt zaken als geboorte, huwelijk, geregistreerd partnerschap ,
echtscheiding, adoptie, ondercuratelestelling en de regeling van het vermogen tussen echtgenoten.
Binnen het vermogensrecht vallen alle op geld waardeerbare handelingen tussen burgers onderling
waaraan juridische gevolgen verbonden zijn.
Het privaatrecht bestaat niet alleen uit het personen- en familierecht maar ook uit het
ondernemingsrecht, dit recht regelt alles wat ondernemingen en bedrijven betreft.
Heeft iemand een privaatrechtelijk geschil met een ander, dan moet de persoon naar de rechter
stappen om zijn gelijk te krijgen. Naar de rechter gaan om een geschil te laten beslechten, noemen
we procederen.
De regels die op het voeren van juridische procedures op het terrein van het privaatrecht van
toepassing zijn, worden tot het burgerlijk procesrecht gerekend.
Privaatrecht
Personen- en Burgerlijk
familierecht Vermogensrecht Ondernemingsrecht procesrecht
Wetten met betrekking tot het publiekrecht
Het strafrecht houdt in dat de staat door middel van het Openbaar Ministerie actief optreedt om
sancties te eisen bij overtreding van de normen. Bij het strafrecht bezit de staat een
monopoliepositie.
Het staatsrecht regelt ruwweg gesproken de wijze waarop het Nederlands staatsbestel wordt
vormgegeven en de invloed die burgers daarop kunnen uitoefenen.
Op het terrein van het staatsrecht komen de Eerste en Tweede Kamer (regering) verkiezingen en de
totstandkoming van wetten aan de orde.
Publiekrecht
Strafrecht Staatsrecht Bestuursrecht
, Decentrale wetgevers treffen we onder meer aan op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ook
provincies en gemeenten vaardigen dus wetten uit, dit worden ook wel verordeningen genoemd.
Rangorde tussen wetgevende organen:
1. hogere regels gaan boven lagere regels
2. bijzondere regels gaan boven algemene regels
3. jongere regels gaan boven oudere regels
Een wet in formele zin is een wet die tot stand is gekomen door regering en Staten-Generaal
gezamenlijk. Ieder product van deze wetgever wordt met uitsluiting van alle andere daden van
wetgeving, een wet in formele zin genoemd.
Een wet in materiële zin is iedere regeling van een wetgever die bestemd is voor een onbepaald
aantal en dus niet bij name genoemde personen te gelden.
- Het verdrag
Niet alleen in wetten treffen we recht aan, ook verdragen behelzen rechtsregels. Deze regels noemen
we verdragsbepalingen. Een verdrag is een afspraak, een overeenkomst, gesloten door twee of meer
staten.
Bilateraal verdrag; een verdrag tussen twee landen.
Multilateraal verdrag; een verdrag waar meer dan twee landen betrokken zijn.
- De jurisprudentie
Jurisprudentie betekent rechtspraak. Recht wordt gesproken door een enkele rechter (unus) of door
een rechterlijk college. Hun beslissingen worden vonnissen, arresten of uitspraken genoemd.
Vonnis; wordt gegeven door de rechtbank
Arrest; wordt gegeven door een gerechtshof en de Hoge Raad
Uitspraken; wordt gegeven door alle andere terreinen van het recht
- De gewoonte
Ook de gewoonte kan ten slotte als bron van recht fungeren, uiteraard moet er wel aan bepaalde
voorwaarden worden voldaan.
Allereerst moet er sprake zijn van een vaste gedragslijn, daarnaast moeten de betrokkenen het als
hun rechtsplicht beschouwen overeenkomstig die regel te handelen. Is aan deze beide eisen voldaan
dan kan er worden gesproken over gewoonterecht.
Materieel recht heeft betrekking op datgene wat men mag en niet mag, welke rechten en plichten
men heeft. Het formele recht daarentegen houdt de regels in die men moet volgen om het materiële
recht te effectueren.
Een verbintenis wordt doorgaans gedefinieerd als een rechtsbetrekking tussen twee of meer
partijen, op grond waarvan de ene persoon tegenover de ander tot handelen of nalaten verplicht is,
terwijl die ander recht heeft op dit handelen of nalaten.
Een overeenkomst, zegt art. 6:217 BW, komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan.
Een aanbieder kan zijn bod intrekken, hiervoor zijn echter wel twee voorwaarden. Het aanbod mag
nog niet aanvaard zijn (art. 6:219 lid 2 BW) en de aanbieder mag zijn bod niet onherroepelijk hebben
gemaakt. Dat doet hij onder andere als hij een termijn heeft gesteld waarbinnen de aanvaarding
moet plaatsvinden (art. 6:219 lid 1 BW).
Functies van recht:
- Normatieve functie; gedragsregels waaraan nagenoeg iedereen in de samenleving vindt, dat
zij moeten worden nageleefd en opgevolgd.
- Geschiloplossende functie; een rechterlijke organisatie die bij uitsluiting oordeelt of iemand
moet worden gestraft en zo ja, op welke wijze en met behulp van welke procedure.
- Additionele functie; biedt een rechtsregel als partijen vergeten zijn op een bepaald punt
afspraken te maken.
- Instrumentele functie; de wetgever hakt op tal van onderwerpen de knoop door, zo doen we
het en niet anders.
De rechtsbronnen binnen het Nederlands recht:
- De wet
Wetten met betrekking tot het privaatrecht
valt uiteen in twee deelgebieden: personen- en familierecht en het vermogensrecht.
Het personen- en familierecht regelt zaken als geboorte, huwelijk, geregistreerd partnerschap ,
echtscheiding, adoptie, ondercuratelestelling en de regeling van het vermogen tussen echtgenoten.
Binnen het vermogensrecht vallen alle op geld waardeerbare handelingen tussen burgers onderling
waaraan juridische gevolgen verbonden zijn.
Het privaatrecht bestaat niet alleen uit het personen- en familierecht maar ook uit het
ondernemingsrecht, dit recht regelt alles wat ondernemingen en bedrijven betreft.
Heeft iemand een privaatrechtelijk geschil met een ander, dan moet de persoon naar de rechter
stappen om zijn gelijk te krijgen. Naar de rechter gaan om een geschil te laten beslechten, noemen
we procederen.
De regels die op het voeren van juridische procedures op het terrein van het privaatrecht van
toepassing zijn, worden tot het burgerlijk procesrecht gerekend.
Privaatrecht
Personen- en Burgerlijk
familierecht Vermogensrecht Ondernemingsrecht procesrecht
Wetten met betrekking tot het publiekrecht
Het strafrecht houdt in dat de staat door middel van het Openbaar Ministerie actief optreedt om
sancties te eisen bij overtreding van de normen. Bij het strafrecht bezit de staat een
monopoliepositie.
Het staatsrecht regelt ruwweg gesproken de wijze waarop het Nederlands staatsbestel wordt
vormgegeven en de invloed die burgers daarop kunnen uitoefenen.
Op het terrein van het staatsrecht komen de Eerste en Tweede Kamer (regering) verkiezingen en de
totstandkoming van wetten aan de orde.
Publiekrecht
Strafrecht Staatsrecht Bestuursrecht
, Decentrale wetgevers treffen we onder meer aan op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ook
provincies en gemeenten vaardigen dus wetten uit, dit worden ook wel verordeningen genoemd.
Rangorde tussen wetgevende organen:
1. hogere regels gaan boven lagere regels
2. bijzondere regels gaan boven algemene regels
3. jongere regels gaan boven oudere regels
Een wet in formele zin is een wet die tot stand is gekomen door regering en Staten-Generaal
gezamenlijk. Ieder product van deze wetgever wordt met uitsluiting van alle andere daden van
wetgeving, een wet in formele zin genoemd.
Een wet in materiële zin is iedere regeling van een wetgever die bestemd is voor een onbepaald
aantal en dus niet bij name genoemde personen te gelden.
- Het verdrag
Niet alleen in wetten treffen we recht aan, ook verdragen behelzen rechtsregels. Deze regels noemen
we verdragsbepalingen. Een verdrag is een afspraak, een overeenkomst, gesloten door twee of meer
staten.
Bilateraal verdrag; een verdrag tussen twee landen.
Multilateraal verdrag; een verdrag waar meer dan twee landen betrokken zijn.
- De jurisprudentie
Jurisprudentie betekent rechtspraak. Recht wordt gesproken door een enkele rechter (unus) of door
een rechterlijk college. Hun beslissingen worden vonnissen, arresten of uitspraken genoemd.
Vonnis; wordt gegeven door de rechtbank
Arrest; wordt gegeven door een gerechtshof en de Hoge Raad
Uitspraken; wordt gegeven door alle andere terreinen van het recht
- De gewoonte
Ook de gewoonte kan ten slotte als bron van recht fungeren, uiteraard moet er wel aan bepaalde
voorwaarden worden voldaan.
Allereerst moet er sprake zijn van een vaste gedragslijn, daarnaast moeten de betrokkenen het als
hun rechtsplicht beschouwen overeenkomstig die regel te handelen. Is aan deze beide eisen voldaan
dan kan er worden gesproken over gewoonterecht.
Materieel recht heeft betrekking op datgene wat men mag en niet mag, welke rechten en plichten
men heeft. Het formele recht daarentegen houdt de regels in die men moet volgen om het materiële
recht te effectueren.
Een verbintenis wordt doorgaans gedefinieerd als een rechtsbetrekking tussen twee of meer
partijen, op grond waarvan de ene persoon tegenover de ander tot handelen of nalaten verplicht is,
terwijl die ander recht heeft op dit handelen of nalaten.
Een overeenkomst, zegt art. 6:217 BW, komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan.
Een aanbieder kan zijn bod intrekken, hiervoor zijn echter wel twee voorwaarden. Het aanbod mag
nog niet aanvaard zijn (art. 6:219 lid 2 BW) en de aanbieder mag zijn bod niet onherroepelijk hebben
gemaakt. Dat doet hij onder andere als hij een termijn heeft gesteld waarbinnen de aanvaarding
moet plaatsvinden (art. 6:219 lid 1 BW).