Leerdoelen probleem 1:
1a: Wat is de invloed van situaties op gedrag? kw: situationism
1b: Wat is de invloed van tijd op gedrag? kw: Epstein
1c: Wat is de invloed van persoonlijkheid op gedrag? kw: interactionism
Hoe consistent zijn mensen in verschillende situaties?
Leerdoel 2:
Is gedrag (persoonlijkheid) veranderbaar? kw: stability, behavior
Gelezen:
Mishel: H4, vanaf pag. 73
Artikelen
Begrippen
Behavioral signature → gedragssignatuur = het patroon van situatieschema-koppelingen
dat de persoon heeft gelegd over ervaringen in een specifiek domein
Situationisme = het idee dat situaties de belangrijkste bepalende factoren zijn voor gedrag.
Kenmerken/traits = continue dimensies van persoonlijkheid waarop mensen variëren.
Types = duidelijke en discontinue categorieën van personen.
Interactionisme = het idee dat situaties en persoonlijkheid op elkaar inwerken om gedrag te
bepalen
,1a: Wat is de invloed van situaties op gedrag? kw: situationism
Situationism
Situationism = de nadruk op de kracht van situationele variabelen en de overtuiging dat de
persoonlijkheid minder belangrijk was dan de situatie → neiging hebben om foutieve
verklaringen te geven voor de oorzaken van het gedrag van anderen → the fundamental
attribution error.
De visie dat situationele krachten gedrag bepalen, meer dan dat de persoonlijkheid dat
bepaalt →
d
e situatie bepaalt het gedrag.
Deze visie beweert dat correlaties tussen traits en gedrag laag waren, omdat situationele
variabelen het effect van persoonlijkheid “verpletterden”.
Funder en Ozer (1983) wezen erop dat effecten van situaties en traits normaal gesproken
gerapporteerd worden met verschillende statistieken, waardoor het moeilijk is om te
vergelijken, Dit wordt Error Variance genoemd. Het probleem werd opgelost door de situatie
van het gedrag weg te halen, waardoor alleen de andere factor overbleef om te observeren.
Dit wordt “de herrie/het geluid (the noise) weghalen” genoemd. → fundamental attribution
error (FAE).
the fundamental attribution error = de neiging om zich te concentreren op disposities in
causale verklaringen werd al snel gezien als een fout begaan door leken in het dagelijks
leven, e
venals door de psychologen d
ie ze bestudeerden.
systematic judgmental errors in personality = systematische beoordelingsfouten in de
beoordeling en gevolgtrekkingen van de persoonlijkheid
The error = de fout dat ze systematisch de rol van de situatie verwaarlozen en in plaats
daarvan persoonlijkheid posities als favoriet beschouwen, maar onjuiste verklaringen van
sociaal gedrag.
De rol van de situatie
Sinds het begin van het veld, een eeuw geleden, was het kenmerk van analyse meestal
gericht op het bestuderen van de persoon, los van de situatie.
Daarentegen was het gebied van de sociale psychologie gewijd aan het begrijpen van de
algemene effecten en macht van situaties ongeacht individuele verschillen.
, The error variance— the noise— that had to be removed = men dacht dat de effecten van
situaties verwijderd moesten worden- en ze als ruis of fouten moest behandelen → om een
glimp op te vangen van de echte, situatie-vrije persoonlijkheid die consistent bleef.
Gezien de manier waarop de missie van persoonlijkheid en sociale psychologie als
disciplines werd gedefinieerd, hoorden veel persoonlijkheidspsychologen een sterk
argument voor het belang van de situatie als het proberen om persoonlijkheid te
ondermijnen als een veld en als een constructie. Veel sociaal psychologen begroetten
daarentegen bewijzen voor de kracht van de situatie en interpreteerden dit als een verwijzing
naar de relatieve nietigheid van individuele verschillen in persoonlijkheid. De verkeerde
veronderstelling dat, in de mate dat de persoon belangrijk was, de situatie niet was, en vice
versa, leidde tot het ongelukkige persoon versus situatie debat.
Reciprocal interaction = Gedrag wordt bepaald door de situatie en andersom (hoort onder
interactionisme).
Situational specificity = een persoon gedraagt zich op een specifieke manier in bepaalde
omstandigheden → verschillen tussen mensen kan men zien in bepaalde situaties. Dit
maakt geen deel uit van het karakter. bijvoorbeeld: iemand is erg zelfverzekerd en nergens
bang voor, maar tijdens een examen is hij angstig.
Nominal situations = er is een standaard/norm gesteld. Denk hier bijvoorbeeld aan een
volkslied wat gezongen wordt, iedereen zal dan voor zijn eigen volkslied wel even opstaan om
dan wel of niet mee te zingen. Situational specificity → iedere situatie vraagt een specifiek
gedrag.
Je hebt twee verschillende soorten s
ituaties:
Strong situation = gedrag wordt in een bepaalde richting gedwongen door de situatie.
Hierdoor wordt de uiting van persoonlijkheid tegengehouden. Sommige situaties zijn zo sterk
dat bijna iedereen hetzelfde reageert. Wanneer hele erge dingen gebeuren, reageert bijna
iedereen met een sterke emotie. b
ijvoorbeeld; een begrafenis.
Weak situation = meer ruimte voor persoonlijkheid, de situatie eist niets. bijvoorbeeld: thuis
zijn. je kunt gewoon jezelf zijn.