STRAFRECHT
Hoorcollege 28-08-2019 (1)
Strafrecht bestaat al vele jaren, vanaf de Germaanse tijd. In 1800 is de basis gelegd
voor het hedendaagse strafrecht in Frankrijk. Met het verstedelijken van de
samenleving is ook de bemoeienis van de overheid gegroeid. Het gaat er om dat de
mensen niet zelf het heft in eigen hand gaan nemen, ofwel de eigenrichting.
De belangrijkste functie van het strafrecht is
1. het bewaken van de veiligheid en het ordelijk verloop van de samenleving
door bepaalde schadelijke en gevaarlijke menselijke gedragingen tegen te
gaan door middel van
a. vervolging en
b. bestraffing.
voorkomen van eigenrichting.
Het strafrecht behoort tot het publiekrecht en is onder te verdelen in:
1. formeel recht spelregels voor politie, justitie, enzovoorts. Dit is vastgelegd
in het wetboek van strafverordening.
2. materieel recht de inhoudelijke invulling de rechtsregels in het strafrecht.
Het wetboek van strafrecht.
Fasen strafproces
1. Strafbaar feit – er is iets gebeurd en daar moet actie op worden ondernomen
2. Verdachte – er is een persoon in beeld gekomen die het strafbaar feit zou
hebben gepleegd.
3. Opsporingsonderzoek – er wordt een opsporingsonderzoek gestart, waarbij het
belangrijkste is het verzamelen van bewijs door middel van onder andere
verhoren, foto’s, DNA, etc.
4. Hoofdonderzoek
a. Onderzoek ter terechtzitting de verdachte kan zich verdedigen
b. beraadslaging de rechters beraadslagen zich over wat ze voor straf op
kunnen leggen en wat zij ervan vinden.
c. Uitspraak
Procesdeelnemers
1. Slachtoffer bijzondere positie en heeft recht op slachtofferhulp.
Het slachtoffer kan ook bestaan uit nabestaanden. Tegenwoordig heeft een
slachtoffer steeds meer rechten. Ze hebben inzagen in processtukken,
schadevergoeding via de civiele rechter of tijdens een strafzaak en het
belangrijkste recht is het spreekrecht. Het slachtoffer mag tijdens de
rechtszaak spreken en daarbij ingaan op de zaak, het leed, de verdachte en de
strafmaat.
2. Verdachte centrale rol.
Het bewijs wordt verzameld tegen de verdachte. Een verdachte heeft allerlei
verschillende rechten. Onder andere het recht op een advocaat, tolk, inzien
proces stukken, zwijgrecht en de onschuldresumptie. Dit is dat de verdachte
onschuldig is totdat het tegendeel is bewezen.
1
, 3. Politie zij komen als eerste in actie tijdens een strafproces. Zij verzamelen
het bewijs, horen de betrokkenen en leggen de documentatie aan.
4. Openbaar ministerie – officier van justitie zodra de politie voldoende bewijs
heeft voor een zaak gaat het over naar het OM en wordt er overgegaan op de
vervolging. Er wordt een strafeis bepaald. Zij heten ook wel de staande
magistratuur.
5. Rechtelijke macht – zittende magistratuur.
Het strafbaar feit
Er zijn vier voorwaarden voor strafbaar feit:
1. Het moet gaan om een menselijke gedraging dit noemt men ook wel een
gewilde menselijke spierbeweging.
2. Die binnen een delictsomschrijving valt Dit is het legaliteitsbeginsel dat
staat in art. 1 Sr. Je bent pas strafbaar als er een geldende wet is. Er zijn 2
legaliteitsbeginselen. Eén is het wetboek van strafrecht en 1 in het wetboek
van strafvordering.
3. En die wederrechtelijk is Het moet in strijd zijn met het recht. Denk
bijvoorbeeld aan ‘noodweer’ je hebt het recht je te verdedigen en dan ben je
dus niet in strijd met het recht.
4. En aan schuld te wijten je hebt bewust met je volle verstand het strafbaar
feit gepleegd.
2