1. Genereren van onderzoek ideeën
Een onderzoeksproces begint wanneer we iets observeren dat ons nieuwsgierig maakt en we een toetsbare
vraag over kunnen stellen.
Bronnen voor onderzoek:
Persoonlijke ervaringen en dagelijkse gebeurtenissen
Voorgaand onderzoek en theorieën
Real-world problemen
Serendipiteit Toevallige ontdekking van iets belangrijkste
2. Verzamelen van achtergrondinformatie
Door middel van:
Zoeken in databases
Het lezen van artikelen
3. Het vormen van een hypothese
Een hypothese is een voorlopige stelling over de oorzaak of uitkomst van een gebeurtenis of hoe variabelen
met elkaar in verband staan.
If-then vorm (If X, then Y)
Hypotheses kunnen gevormd worden door:
Inductief redeneren gebruikt specifieke feiten om een algemene conclusie te trekken. De feiten zijn hier
bevindingen uit voorgaand onderzoek.
Een theorie is een set formele statements die specificeren hoe en waarom variabelen/gebeurtenissen
gerelateerd zijn
Deductief redeneren gebruikt een algemeen principe om een meer specifieke conclusie te trekken.
Karakteristieken van een goede hypothese:
Toetsbaar
Falsifieerbaarheid er moet tegenstrijdig bewijs zijn
Duidelijk gedefinieerd en genereert specifieke verwachtingen
Ondersteund door data verzameld van andere studies
4. Ontwerpen en vormen van een studie
Benaderingen op het vormen van onderzoek:
Kwantitatief en kwalitatief onderzoek
Kwantitatief onderzoek vertrouwd op numerieke data en analyse om gedrag te beschrijven en begrijpen.
Kwalitatief onderzoek analyseert data op een non-statistieke manier en streeft naar een thematisch begrip
en beschrijving van gedrag.
combinatie = gemixte methode onderzoek
Content analyse is de analyse van verschillende typen content die gevonden is binnen een dataset.
Experimenteel en beschrijvend onderzoek
Bij een experiment worden er 1 of meerdere variabelen gemanipuleerd, probeert de externe factoren te
beheersen, en meet hoeveel invloed de gemanipuleerde variabelen hebben op de reacties.
Onafhankelijke variabele (de gemanipuleerde variabele) heeft invloed op de afhankelijke variabele
(gemeten variabele)
In-between subject design verschil tussen groepen bekijken.
, Random assignment is een procedure waarbij iedereen dezelfde kans heeft om toegewezen te worden
naar 1 van de condities.
Het is bij deze benadering belangrijk om de condities voor het worden van een confounding variabele te
verminderen. Een confounding variabele is een externe factor dat mee varieert met de variabelen die we
bestuderen en een alternatieve verklaring kan bieden voor de resultaten.
Om dit te minimaliseren wordt er gebruikt gemaakt van counterbalancing: een procedure waarbij de
volgorde van condities gevarieerd is zodat 1 conditie geen voordeel heeft over de andere condities.
Bij een beschrijvend onderzoek (non-experimenteel) worden variabele gemeten, maar niet gemanipuleerd.
De bevindingen worden gebruikt voor het beschrijven van karakteristieken van variabelen en associaties
tussen variabelen.
Laboratorium en veldonderzoek
Een voordeel bij laboratorium onderzoek is maximale controle. De externe wereld wordt afgesloten dus
kunnen ze de kans op extraneous variables minimaliseren. Extraneous variabelen zijn factoren die zich niet
focust op de studie, maar wel van invloed kan zijn op de uitkomsten.
Het doel van het oefenen van controle hebben in een experiment is het bereiken van hoge interne
validiteit. Interne validiteit is de mate waarin we zeker kunnen zeggen dat in de studie 1 variabele een
causaal effect heeft op een andere variabele.
Een limitatie is dat laboratorium onderzoek een lage externe validiteit heeft. Externe validiteit gaat om de
conclusies over de generaliseerbaarheid van de studie, buiten de omstandigheden van de studie.
Veldonderzoek is onderzoek in een veld (real-world) setting. Hierbij wordt aangenomen dat de studie een
hoge externe validiteit heeft.
Een veldexperiment is een studie waarin onderzoekers een onafhankelijke variabele manipuleren in een
natuurlijke setting en controle oefenen over extraneous factoren.
Transversaal en longitudinaal onderzoek
In een transversaal onderzoek worden mensen van verschillende leeftijden vergeleken op hetzelfde
moment. Hierbij horen age cohorts (leeftijdsgroepen). Een voordeel hierbij is dat data relatief snel
verzameld kan worden. Een nadeel is een potentiele confouding variabele cohort effects: verschillende
leeftijdsgroepen hebben verschillende omgevingsgeschiedenis.
In een longitudinaal onderzoek worden participanten getest over verschillende tijdperiodes. Een voordeel
hierbij is dat het leeftijdsproces bestudeerd kan worden. Een nadeel is dat het langer de tijd kost om data
te verzamelen en de kans er is dat sommige participanten er na een tijd mee stoppen.
Een manier om de voordelen van transversaal en longitudinaal te combineren is het gebruik van een
cohort sequential research design: verschillende age cohorts worden longitudinaal getest.
5. Analyseren van data en conclusies trekken
Kwantitatieve en kwalitatieve analyse
Kwantitatieve analyse is wiskundig en bevat het gebruik van statistieken om te gebruiken bij samenvatten en
het interpreteren van data.
Kwalitatieve analyse is niet wiskundig en bevat het identificeren, classificeren en beschrijven van verschillende
typen karakteristieken, uitkomsten of gedrag.
Deze kunnen ook gecombineerd worden.