Rigter
6.1 Typering van de algemene systeemtheorie
De systeemtheorie kent meerdere uitgangspunten:
1. Er wordt vanuit gegaan dat een persoon een context (omgeving) heeft.
2. Er zijn meerdere invalshoeken. Hierdoor komen de relaties tussen systeemonderdelen en
tussen systeem en omgeving in beeld.
3. Heeft minder interesse in onderdelen. (Kijkt eerder naar gezin dan individu).
4. Wordt niet gezien als losstaand, maar meer als wisselwerking met zijn omgeving.
5. Eigenschap wordt gezien als: eigenschap die niet los van de omgeving te zien is.
6. De eigenschappen van een geheel worden wel beïnvloed, maar niet bepaald door de
kenmerken van de onderdelen.
7. Wijst eenvoudige verklaringen van gedrag af. Het wordt altijd door meerdere aspecten
beïnvloed.
8. Eerst werd er gekeken naar het hier-en-nu en niet naar ontwikkelingen, dit is later aangepast
met de ecologische systeemtheorie van Bronfenbrenner.
De systeemtheorie kon tot ontwikkeling komen dankzij ontdekkingen in andere wetenschappen
(cybernetica en informatietheorie) en door steeds meer aanwijzingen dat met eenvoudige oorzaak-
gevolgredenering de werkelijkheid niet goed verklaard kon worden.
De combinatie van systeemtheorie en gezinstherapie kwam later samen. Hierdoor ging het zich
verder ontwikkelen en kwamen er verschillende stromingen binnen gezinstherapie, zoals cognitieve
gedragstherapie.
Systeemtheorie houdt zich bezig met de gehele complexe werkelijkheid, dit heeft twee gevolgen
voor het mensenbeeld, namelijk: we zien eigenschappen niet als een unieke eigenschappen van de
persoon zelf, maar als eigenschap binnen de context waar de persoon zich bevindt. Verder staat de
persoon niet centraal, maar de relaties tussen de persoon en de omgeving. Er wordt erg gekeken
naar het hier en nu, dus er wordt geen verklaring in het verleden gezocht, dit is echter aangepast.
6.2 systeemtheorieën
De strategische stroming in de gezinstherapie
De overtuiging groeide dat een psychische stoornissen niet opgevat moest worden als een kenmerk
van een individu, maar als een kenmerk van een systeem. De hulpverlening moet zich dus ook
richten op het systeem.
Het gezinssysteem is opgebouwd uit een aantal elementen: de gezinsleden (subsystemen). De ouder
apart vormt een systeem, maar ook tussen ouder en kind.
Regels
Het belangrijkste van een systeem vindt hij (Watzlawick) onderlinge relaties en regels. “In een spel
zijn de regels belangrijker dan de spelers”. De regels bepalen het spel en de spelers hebben alleen
inbreng in de grenzen.
1