Typen variabelen
Een variabele is een factor of attribuut die 2 of meer waardes heeft.
Kwalitatieve en kwantitatieve variabelen
Kwalitatieve variabelen zijn variabelen die verschillen in type (geslacht, religie etc.).
Kwantitatieve variabelen zijn variabelen die verschillen in hoeveelheid (gewicht, lengte etc.).
Type errors die we kunnen maken kwalitatief
Hoeveel errors we kunnen maken kwantitatief
Discrete en continue variabele
Discrete variabelen houdt in dat er tussen 2 aangrenzende waarde niks anders kan liggen.
> Je kan 0,1,2,3 kinderen hebben, maar niet 1.3, 2.6.
Continue variabelen is het tegenovergestelde, waarbij dus wel andere waarden tussen 2 aangrenzende
waarden kan liggen.
Onafhankelijke en afhankelijke variabele
Een onafhankelijke variabele is de veronderstelde oorzaak in een oorzaak-effect relatie. Deze variabele
wordt bij onderzoek gemanipuleerd om te meten of deze de uitkomst (afhankelijke variabele) beïnvloed.
Een afhankelijke variabele is het veronderstelde effect in een oorzaak-effect relatie. In een onderzoek
wordt gemeten of deze variabele beïnvloed wordt door de onafhankelijke variabele.
Een situational variable is een karakteristiek dat verschilt per omgeving of stimulus.
Een subject variable is een persoonlijke karakteristiek dat verschilt per individu.
Hypothetische constructen
Een hypothetical construct is een onderliggende karakteristiek of proces die niet direct geobserveerd zijn,
maar gebaseerd worden op meetbare gedragingen en uitkomsten.
> Iemand veel zien eten of horen zeggen ‘ik wil pizza’ kunnen indicatoren zijn voor de onderliggende
staat van ‘honger’.
Mediator en moderator variabelen
Een mediator is een variabele die een causale link legt tussen een onafhankelijke (X) en afhankelijke
variabele (Y).
> Waarom heeft X invloed op Y?
Een moderator is een factor die de sterkte of richting van de relatie tussen een onafhankelijke en
afhankelijke variabele aangeeft.
> Wanneer heeft X invloed op Y en voor wie?
Definiëren van variabelen
Conceptuele definitie
Een conceptuele definitie vertelt wat een concept betekent en de onderliggende constructen.
Operationele definitie
Een operationele definitie definieert een variabele in termen van de procedure die gebruikt is om te meten
of te manipuleren.
Schalen van meting
, Meten is het proces van systematisch toewijzen van waarden als representatie van karakteristieken van
organismen, objecten of gebeurtenissen.
Categorische / kwalitatieve variabelen
Nominaal: De meetwaarde is alleen representatief voor kwalitatieve verschillen. De ene categorie is niet
‘meer’ of ‘beter’ dan anderen er is géén rangorde.
> Geslacht, schoolvakken
Ordinaal: De meetwaarde representeert verschillen in hoeveelheid van een variabele. Er zijn verschillen
tussen groepen en er kan orde aan gebracht worden er is wel rangorde.
> Opleidingsniveau, volgorde van winnaars (eerste, tweede, derde)
Continue / kwantitatieve variabelen
Interval: Afstanden tussen waarden zijn gelijk aan verschillen in hoeveelheid van de variabele dat
gemeten wordt. Afstanden tussen waarden zijn te interpreteren en vergelijkbaar geen
absoluut nulpunt
> Temperatuur, IQ
Ratio: Afstanden tussen waarden zijn gelijk aan verschillen in hoeveelheid van de variabele dat
gemeten wordt. Delen van waarden zijn te interpreteren absoluut nulpunt
> Gewicht, hoogte, tijd
Meting accuraatheid, betrouwbaarheid en validiteit
Accuraatheid is de mate waarin een meting resultaten oplevert die overeenkomen met een bekend standaard.
Een systematic error (bias) is een consistente fout die bij elke meting optreedt. Dit kan voorkomen worden
door de schaal te kalibreren tegen een bekende standaard.
Betrouwbaarheid is de consistentie van een meting.
Een random measurement error is een schommeling dat ontstaat tijdens het meten dat ervoor zorgt dat de
resultaten afwijken van de echte score.
Kan komen door karakteristieken van de deelnemers, meetsetting of procedure, meetinstrument of
andere factoren.
Hoe groter de error, hoe minder betrouwbaar het meetinstrument zal zijn
Soorten betrouwbaarheid:
Test-retest reliability
Bij test-retest reliability wordt een test meerdere malen herhaalt onder dezelfde omstandigheden. Dit
zorgt voor betrouwbare resultaten.
Split-half reliability
Bij split-half reliability wordt de test in 2 subtesten verdeeld en wordt de correlatie tussen deze 2 testen
gemeten.
Deze betrouwbaarheid is een voorbeeld van een internal(- consistency) reliability. Deze benadering meet
de correlatie van items binnen een meting. Sterkere correlatie is bewijs voor hogere betrouwbaarheid.
Cronbach’s alpha reflecteert hoe sterk de individuele items van een test of subtest correleren met elkaar.
Interobserver (interrater) reliability
Interobserver reliability representeert de mate waarin onafhankelijke observatoren het eens zijn over de
observaties.
Validiteit stelt de vraag of we echt meten wat we willen meten.
Om een onderzoek valide te maken, moet deze ook betrouwbaar zijn. Wanneer een onderzoek