Mondhygiëne
7f.1 inleiding
Als de mondgezondheid verslechtert, neemt het risico op andere aandoeningen toe.
Verenso (2007) WHO NIC
Oral health
Mondzorg/mondhygiëne Oral health (mondgezondheid) maintenance
(mondzorg)
Oral health is essential to general health
and quality of life. It is a state of being Maintenance and
De dagelijkse, door de cliënt zelf of
free from mouth and facial pain, oral promotion of oral
zijn verzorgers te verrichten
and throat cancer, oral infection and hygiene and dental
verzorgende en preventiegerichte
sores, periodontal (gum) disease, tooth health for the
maatregelen die nodig zijn om het
decay, tooth loss, and other diseases patient at risk for
orofaciale systeem gezond te
and disorders that limit an individual's developing oral or
maken of gezond te houden.
capacity in biting, chewing, smiling, dental lesions.
speaking, and psychosocial wellbeing.
7f.2 preventie
Exacte cijfers over mondproblemen bij ouderen zijn niet voorhanden. Er is wel sprake van een
stijgende trend: steeds meer ouderen maken gebruik van professionele mondzorg
7f.2.1 frequent voorkomende gebitsafwijkingen
De meest voorkomende gebitsafwijkingen zijn cariës (tandbederf), erosie (gebitsslijtage) en gingivitis
en parodontale afwijkingen (ontsteking van het tandvlees en het steunweefsel rond de tanden en
kiezen). Deze kunnen uiteindelijk resulteren in tandeloosheid
7f.3 anatomie en functies
7f.3.1 afweersysteem
Een gezonde mond heeft een orale flora waarbinnen bacteriën in een symbiotische relatie met het
speeksel leven. Bacteriën kunnen zich snel vermenigvuldigen en zo inspelen op een veranderende
omgeving. Het natuurlijke evenwicht binnen de mond kan worden verstoord doordat al aanwezige
bacteriën in de mond ziekmakers kunnen worden. Oorzaken hiervoor zijn terug te vinden in figuur. Er
vormen zich dan drie bedreigingen voor de mondgezondheid
1. Verminderde weerstand in de mond. Het speeksel in de mond zorgt voor stabilisatie van de
zuurgraad in de mond. Hiermee wordt de groei tegengegaan van bacteriën die cariës en
periodontale ziekten veroorzaken. Wanneer er minder speeksel is of de concentratie van
afweerstoffen in het speeksel vermindert, bedreigt dit de weerstand in de mond van
ouderen. Er zijn veel medicijnen die de speekselaanmaak remmen en dus een droge mond
veroorzaken
2. Vermindering van normaal aanwezige bacteriën in de mond. Een normale aanwezigheid van
bacteriën speelt een rol in de weerstand. Antibiotica bijvoorbeeld kunnen dit evenwicht
verstoren. Verminderd speeksel in combinatie met een slechte mondhygiëne draagt bij aan
het creëren van een zure omgeving die onvriendelijk is voor de normaal aanwezige bacteriën
in de mond
, 3. Groei van orale biofilm. Bacteriën kunnen zich hechten aan oppervlakten (tanden en
tandvlees) binnen de mond. Ze vormen een cluster die wordt omschreven als een biofilm.
Deze biofilm kan een bron worden voor bacteriegroei, die tot ziekten in het
ademhalingssysteem kan leiden
Medicatiegroepen Bijwerking
Thyreostatica, antihypertensiva, chloorhexidine, jodium, fenothiazinen, Speekselklierzwelling en
cytostatica, sulfonamiden pijn
Parasympathicolytica, anticholinesterase (clozapine) Speekselvloed
ACTH (adrenocorticotroop hormoon), anti-epileptica, busulfan,
Verkleuring of pigmentatie
chloorhexidine, chloroquine, fenothiazinen, mepacrine ( = quinacrine),
van mondslijmvlies
minocycline, orale anticonceptiva
Antiaritmica, antibiotica, zoals cefalosporinen, chinolonen,
antihypertensiva, antimycotica, antiprotozoica, antireumatica, NSAID’s, Smaakstoornissen
hypnotica
Oncolytica, orale bloedsuikerverlagende middelen,
Mucosa-afwijkingen
protonpompremmers, bètablokkers, NSAID’s, proteaseremmers
Antibiotica, antidepressiva, anti-epileptica, antihypertensiva, zoals ACE-
remmers, lisdiuretica, bètablokkers, calciumantagonisten, antimycotica, Stomatitis
antireumatica, NSAID’s, protonremmers
Cytostatica, (methotrexaat) immunosuppressiva Mucositis
Op pemfigoïd lijkende
ACE-remmers, NSAID’s, penicillamine, sulfonamiden
reactie
Fenytoïne, ciclosporine, calciumantagonisten (amlodipine, diltiazem,
Tandvleeshyperplasie
felodipine en nifedipine)
Antibiotica, antihypertensiva, zoals ACE-remmers, bètablokkers,
lisdiuretica, antipsychotica, antireumatica, NSAID’s, orale Lichenoïde reacties
bloedglucoseverlagende middelen, cholesterolverlagende middelen
Antidepressiva, antimycotica, antiretrovirale middelen, nitraten, jodium Slechte adem (foetor ex
bevattende geneesmiddelen, vitamine B-preparaten ore/ halitose)
Tetracyclinen, langdurig gebruik van chloorhexidinemondspoeling en Verkleuring van de
orale antibiotica, vooral amoxicilline in vloeibare vorm gebitselementen
Tandplaque kan leiden tot ontstoken tandvlees. Niet-verwijderde plaque kan tandsteen worden,
waar zich weer nieuwe plaque aan hecht. De ontsteking kan zich zo uitbreiden en zelfs leiden tot het
verdwijnen van kaakbot en het verlies van tanden en kiezen.