vMRI 01-01
Een MRI-beeld kan worden gemaakt door middel van een open MRI (afbeelding 1) of een tunnel
MRI (afbeelding 2).
1. 2.
Een MRI-onderzoek wordt gemaakt als:
Aanvullende diagnostiek
Eerste keus onderzoek
Geen röntgenstraling
Minder invasief dan andere onderzoeken voor dezelfde vraagstelling
Goede afbeelding van weke delen
MRI staat voor Magnetic Resonance Imaging. In het Nederland is het Kernspintomografie of NMR
(nucleaire magnetische resonantie tomografie)
Werken met een magneet (M)
Resonantie tussen waterstofprotonen en een radiofrequente (RF)-puls (R)
Imaging, beeldvorming (I)
vMRI 01-03
Waterstof protonen worden als kleine magneten gericht in het magneetveld
Precessiefrequentie
RF-pul voor het aanslaan (excitatie)
Relaxatie
Echotijd
vMRI 01-6
Soorten beelden: T1w, T2w, PD
Contrast/ weging:
o Instelling m.b.v. parameters TR en TE.
Verschillende soorten weefsels zenden verschillende signaalsterktes uit.
Door de waarden van de scanparameters TR en TE te variëren, worden die
verschillen wel of niet benadrukt.
Vlakken:
o Instelling door het magneetveld lokaal m.b.v. gradienten in sterkte te variëren.
Coupedikte:
o Instelling door gradienten en bandbreedte zendpuls aan te passen.
Weging
Contras/weging m.b.v. parameters TR en TE
, Relaxatie
Na 90˚ puls treed relaxatie op.
Ieder weefsel heeft zijn specifieke T1 herstel.
Ieder weefsel heeft zijn specifieke T2 verval.
Bij MRI wordt M d.m.v. een RF puls omgeklapt.
• Mz wordt omgeklapt naar Mxy
• Mxy vervalt = T2 relaxatie = T2 verval
• Mz herstelt = T1 relaxatie = T1 herstel
Voxels
Elke slice van een MRI bestaat uit blokjes, deze blokjes heten voxels, en elke voxel heeft een bepaalde
magnetische waarde M. de M wordt bepaald door het aantal protonen , en door de richting waarin deze
protonen om hun eigen as draaien. De M wordt bij de MRI door middel van een RF puls omgeklapt
Omklappen van protonen
Magnetisatie M – gele vector
Protonen – rode pijlen = overschot aan parallelle protonen.
Onderstaande figuur: 90˚ puls: Mz wordt omgeklapt naar Mxy, en Mz verdwijnt. Figuur van links naar rechts:
- Overschot 6 parallele protonen – grote vector Mz (parallel vs. antiparallel: 6-0)
- Van het overschot zijn 2 parallele protonen omgeklapt naar antiparallel – kleinere vector Mz (parallel
vs. antiparallel: 4-2)
- Van het overschot is nog 1 parallel proton omgeklapt naar antiparallel – geen vector Mz (parallel vs.
antiparallel: 3-3)