Relatie patiënt
o Ervaring, wensen van pt, betrek pt bij de behandeling zodat je goed kan inspelen op wensen van pt.
o Bepalen van o.a. hoogte van prothese interactie met pt speelt een belangrijke rol
Frontopstelling
Frontopstelling maken
o Veel variatie
o Richtlijnen
Vorm
Breedte neusbasis (relatie neusbasis en breedte van elementen)
o Breedte neus afh. van breedte kaak breedte kaak te maken met breedte elementen dus
daarom dit gebruikt
o Mbv condulor meten
Krachtige uitstraling: hoeken
Positie
Antero-postero position van central incisors
o Oorspronkelijke positie intact houden
o Niet te diep leggen; ingevallen mond en gezicht
o Incisieven positie bepalen voor opstelling rest prothese
Verhoudingen
Lengte-breedte
Boven-onder
Li-re
Symmetrie
Eenheid
Harmonie
Uitgangspunten esthetiek
o Uitstraling + succes hangen samen met gezicht.
o L-B verhoudingen moeten kloppen = guldensnede.
o Afspiegeling van innerlijk (karakter)
o Waar kijk je naar:
Het gezicht
Physiognomy: koppelen van iemands gezicht aan zijn karakter of persoonlijkheid
Morphopsychology: uiterlijk is een afspiegeling van het innerlijke, maar ook kenmerken gekoppeld aan
het geslacht
o Zachte/harde uitstraling
, Geometrisch: wiskundige benadering van de gezichtsvorm:
o Gulden snede
o Parallelle lijnen
De mond
Je kijkt naar mond als geheel, dus niet alleen op tandniveau (m.n. ook lippen)
Zichtbaarheid tandmateriaal
o Verschil tussen m en v
o Statisch en dynamisch
In rust/ praten en lachen
o Bv bij spreken/lachen hoe verandert zichtbaarheid?
o Dus belangrijk rekening mee te houden bij maken van prothese
Lachlijn
o Verloop van incisale randen vergeleken met verloop
van lippen
o Afh van lipstand (lachlijn) moet matchen met
verloop dentitie
o Anders scheef: front staat wat hoger dan zijdelingse delen wordt
als lelijk beschouwd.
o Soms komt het prothetisch niet helemaal uit.
Rijtje tanden moet begrensd zijn: ‘buccal corridor’
o Rijtje tanden moet als het ware stoppen
o Zijkant een afgrenzing
Repeterend verloop naar achteren; suggestie van diepte
o Ook te maken met hoogte van elementen; zijdelings naar achteren steeds
wat hoger
o Geeft suggestie van diepte
o Lage zijdelingse elementen; klopt niet en lelijk
Correcte mediaanlijn
o Midden van gezicht aanhouden
o Bijna iedereen is asymmetrisch (kaak, stand van neus etc)
o Soms moet je met asymmetrie meegaan, soms juist wat meer naar midden gaan
o Als het maar past in het totaal plaatje
De tanden
Leeftijd:
o Vorm: effect op vorm van tanden door slijtage
Incisale rand verdwijnt door slijtage/ erosie
o Kleur: worden donkerder: rijpingsproces glazuur doorzichtiger waardoor dentine kleur
erdoorheen schijnt + van voeding (aanslag etc)
o Oppervlakte van structuur veranderd
Geribbeld steeds gladder en gladder (ook door slijtage)
Geslacht
o Eigenlijk nooit echt ontdekt
o Robuustere elementen bij de man (hoekiger en vlakker)
o Vorm: hoekiger, ronder
Verhoudingen breedte en lengte
o Ronder, driehoekig, rechthoekige vorm
Relatie met vorm/verhouding van gezicht is gering
o Meer papil zichtbaar bij driehoekige tanden
Verhoudingen binnen de boog
o Naar achteren kleinere + smaller elementen
o Cenraal en lateraal hebben andere breedte
o Incisale randen moeten afgerond zijn natuurlijk aanzicht
Separatie van elementen
o Incisale randen: hoekjes die er ontstaan separeert elementen van elkaar
De gingiva
Pigmentatie
o Mogelijkheid gingiva te kleuren
o Enorme diversiteit van pigmentatie per persoon; hoe dit plaatsvindt
Gekeratiniseerde gingiva zorgt voor kleur
o Ras/huidskleur
o Verdwijnt bij edentate pt; dus niet meer
o Maar wil je wel in prothese hebben; dus beste als je dit vooraf al bekijkt en rekening mee
houdt
Maak je passend bij de persoon
Contour van gingiva
o Te hoog / vlak / gezwollen en geen papillae = ‘lelijk’
o Variatie per pt en kijk wat passen is bij oudere persoon
Dus niet: te hoog