Hoofdstuk 4 Hormonale regulatie tijdens inspanning (diabetes) blz 131-
133)
De pancreas:
De pancreas ligt achter en onder de maag. Pancreas zorgt voor 2 hormonen: insuline en glucagon.
Het evenwicht hiervan zorgt voor regulatie van glucose spiegel.
Na maaltijd ontvangt pancreas signalen om insuline aan te maken.
Pancreas geeft glucagon af als de glucoseconcentratie in het plasma beneden niveau zakt.
Functie insuline:
- Verminderen van hoeveelheid in het bloed circulerende glucose.
- Betrokken bij eiwit en vetmetabolisme.
Insuline helpt de vrijgekomen glucose de vellen binnen te gaan, waar de glucose kan worden
gebruikt voor energieproductie. Maar insuline spiegels dalen tijdens langdurige inspanning, wat
aangeeft dat inspanning de celgevoeligheid voor insuline verhoogt waardoor er minder hormoon
nodig is tijdens inspanning dan in rust.
Glucagon:
- Bevorderd de toename van de afbraak van leverglucagon naar glucose (glycogenolyse)
- Houdt voornamelijk de glucoseconcentraties in het plasma in stand door het stimuren van
de glycogenolyse in de lever.
Regulatie van het koolhydraatmetabolisme tijdens inspanning:
Glucose wordt in het lichaam opgeslagen als glycogeen (bevindt zich voornamelijk in spieren en
lever).
Glucose moet worden vrijgemaakt uit die opslag.
Vrijgemaakte glucose uit de lever gaat het bloed in om door het hele lichaam te circuleren.
Regulatie van de glucosespiegel in het bloed:
Plasma glucose concentratie tijdens inspanning hangt af van een evenwicht tussen glucoseopname
door de werkende spieren en de afgifte van glucose door de lever.
Actieve hormonen die actief zijn om plasma te verhogen:
- Glucagon
- Adrenaline
- Noradrenaline
- Cortisol
Glucagon, adrenaline en noradrenaline werken samen.
Cortisol verhoogt de eiwitafbraak, wat aminozuren vrij maakt die in de lever gebruikt worden voor
gluconeogenese.
Groeihormoon zorgt voor toename in de mobilisatie van vrije vetzuren en in een afname van glucose
door de cellen
De schildklierhormonen bevorderen de glucoseafbraak en vetmetabolisme.
De concentratie glucose in het bloed wordt verhoogd door de gecombineerde werking van glucagon,
adrenaline, noradrenaline en cortisol. Deze hormonen bevorderen de glycogenolyse en de
gluconeogenese, waardoor de beschikbare hoeveelheid glucose voor gebruik als brandstofbron
toeneemt. Dit is belangrijk tijdens inspanning vooral bij inspanning van lange duur of hoge intensiteit
waardoor bloedglucose niveau`s kunnen dalen.
133)
De pancreas:
De pancreas ligt achter en onder de maag. Pancreas zorgt voor 2 hormonen: insuline en glucagon.
Het evenwicht hiervan zorgt voor regulatie van glucose spiegel.
Na maaltijd ontvangt pancreas signalen om insuline aan te maken.
Pancreas geeft glucagon af als de glucoseconcentratie in het plasma beneden niveau zakt.
Functie insuline:
- Verminderen van hoeveelheid in het bloed circulerende glucose.
- Betrokken bij eiwit en vetmetabolisme.
Insuline helpt de vrijgekomen glucose de vellen binnen te gaan, waar de glucose kan worden
gebruikt voor energieproductie. Maar insuline spiegels dalen tijdens langdurige inspanning, wat
aangeeft dat inspanning de celgevoeligheid voor insuline verhoogt waardoor er minder hormoon
nodig is tijdens inspanning dan in rust.
Glucagon:
- Bevorderd de toename van de afbraak van leverglucagon naar glucose (glycogenolyse)
- Houdt voornamelijk de glucoseconcentraties in het plasma in stand door het stimuren van
de glycogenolyse in de lever.
Regulatie van het koolhydraatmetabolisme tijdens inspanning:
Glucose wordt in het lichaam opgeslagen als glycogeen (bevindt zich voornamelijk in spieren en
lever).
Glucose moet worden vrijgemaakt uit die opslag.
Vrijgemaakte glucose uit de lever gaat het bloed in om door het hele lichaam te circuleren.
Regulatie van de glucosespiegel in het bloed:
Plasma glucose concentratie tijdens inspanning hangt af van een evenwicht tussen glucoseopname
door de werkende spieren en de afgifte van glucose door de lever.
Actieve hormonen die actief zijn om plasma te verhogen:
- Glucagon
- Adrenaline
- Noradrenaline
- Cortisol
Glucagon, adrenaline en noradrenaline werken samen.
Cortisol verhoogt de eiwitafbraak, wat aminozuren vrij maakt die in de lever gebruikt worden voor
gluconeogenese.
Groeihormoon zorgt voor toename in de mobilisatie van vrije vetzuren en in een afname van glucose
door de cellen
De schildklierhormonen bevorderen de glucoseafbraak en vetmetabolisme.
De concentratie glucose in het bloed wordt verhoogd door de gecombineerde werking van glucagon,
adrenaline, noradrenaline en cortisol. Deze hormonen bevorderen de glycogenolyse en de
gluconeogenese, waardoor de beschikbare hoeveelheid glucose voor gebruik als brandstofbron
toeneemt. Dit is belangrijk tijdens inspanning vooral bij inspanning van lange duur of hoge intensiteit
waardoor bloedglucose niveau`s kunnen dalen.