Poë van Looveren
S1007409
EUROPEAN GOVERNANCE 19/20
ASSIGNMENT SEMINAR 1
1. Who are the Europeans? Who are you?
McCormick discusses the extent to which Europeans identify with Europe. To what extent do
you identify with Europe? In which of the four categories, which are mentioned by
McCormick, would you place yourself?
De vier categorieën zijn:
1. Eigen nationaliteit
2. Europees
3. Europees en nationaal: Europees eerste
4. Nationaal en Europees: nationaal eerste
4 categorieën:
- Eigen naonaliteit onaliteit
- Europees
- Europees en naonaliteit onaal :
europees eerste keus en
naonaliteit onaal tweede keus
- Naonaliteit onaal en europees :
naonaliteit onaal eerste keus en
europees tweede keus
, 4 categorieën:
- Eigen naonaliteit onaliteit
- Europees
- Europees en naonaliteit onaal :
europees eerste keus en
naonaliteit onaal tweede keus
- Naonaliteit onaal en europees :
naonaliteit onaal eerste keus en
europees tweede keus
Ik identificeer mij het meest met optie één. Ik voel mij vooral een Nederlander, omdat ik mijzelf lastig
vind te vergelijken met bijvoorbeeld iemand in Frankrijk of Spanje, omdat de culturen compleet
anders zijn. Ik zie de eenheid niet zo.
Europa regelt eigenlijk heel veel, maar wij zien dat als vanzelfsprekend
2. Treaty reforms
A. Read the so-called preambles to the various Treaties (attached below). Too what extent are
the two distinct stages of the “treaty-building epic”, as described by McCormick in chapter 8,
reflected in the preambles of the Treaties?
Er zijn twee fasen geweest in de totstandkoming van de Europese Unie. In de eerste fase was er
niet een hele grote drang naar een echte unie en waren de doelen, ambities en samenwerkingen
matig. 1951 (Verdrag van Parijs)-1987 (Single European Pact). Hier waren technocraten en
diplomaten meer betrokken. Er is ook weinig aandacht voor vanuit het publiek en het was meer
achter gesloten deuren. Dit kwam hierdoor snel tot stand. Parijs was meer een economisch
verband, Rome ook en single European act (QMV, parlement grotere rol in beleid maken, interne
S1007409
EUROPEAN GOVERNANCE 19/20
ASSIGNMENT SEMINAR 1
1. Who are the Europeans? Who are you?
McCormick discusses the extent to which Europeans identify with Europe. To what extent do
you identify with Europe? In which of the four categories, which are mentioned by
McCormick, would you place yourself?
De vier categorieën zijn:
1. Eigen nationaliteit
2. Europees
3. Europees en nationaal: Europees eerste
4. Nationaal en Europees: nationaal eerste
4 categorieën:
- Eigen naonaliteit onaliteit
- Europees
- Europees en naonaliteit onaal :
europees eerste keus en
naonaliteit onaal tweede keus
- Naonaliteit onaal en europees :
naonaliteit onaal eerste keus en
europees tweede keus
, 4 categorieën:
- Eigen naonaliteit onaliteit
- Europees
- Europees en naonaliteit onaal :
europees eerste keus en
naonaliteit onaal tweede keus
- Naonaliteit onaal en europees :
naonaliteit onaal eerste keus en
europees tweede keus
Ik identificeer mij het meest met optie één. Ik voel mij vooral een Nederlander, omdat ik mijzelf lastig
vind te vergelijken met bijvoorbeeld iemand in Frankrijk of Spanje, omdat de culturen compleet
anders zijn. Ik zie de eenheid niet zo.
Europa regelt eigenlijk heel veel, maar wij zien dat als vanzelfsprekend
2. Treaty reforms
A. Read the so-called preambles to the various Treaties (attached below). Too what extent are
the two distinct stages of the “treaty-building epic”, as described by McCormick in chapter 8,
reflected in the preambles of the Treaties?
Er zijn twee fasen geweest in de totstandkoming van de Europese Unie. In de eerste fase was er
niet een hele grote drang naar een echte unie en waren de doelen, ambities en samenwerkingen
matig. 1951 (Verdrag van Parijs)-1987 (Single European Pact). Hier waren technocraten en
diplomaten meer betrokken. Er is ook weinig aandacht voor vanuit het publiek en het was meer
achter gesloten deuren. Dit kwam hierdoor snel tot stand. Parijs was meer een economisch
verband, Rome ook en single European act (QMV, parlement grotere rol in beleid maken, interne