deel 2
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 – Inleiding.................................................................................................................................. 2
Hoofdstuk 2 – Homogene massaproductie (make to stock).............................................................................6
Hoofdstuk 3 – Stukproductie (make-to-order, engineer-to-order)...................................................................9
Hoofdstuk 4 – Heterogene massaproductie.................................................................................................. 13
Hoofdstuk 5 – Dienstverlenende ondernemingen.........................................................................................14
Hoofdstuk 6 – De kostprijsberekening bij de kostenplaatsmethode..............................................................16
Hoofdstuk 7 – Boekingen bij toepassing van de kostenplaatsmethode..........................................................18
Hoofdstuk 8 – Indirecte kostenbudgetten..................................................................................................... 20
Hoofdstuk 10 – Activity Based Costing.......................................................................................................... 23
,Hoofdstuk 1 – Inleiding
§1.1 - Management Accounting
Het begrip boekhouding kun je met behulp van de 4 V’s en ABC kennen:
Verzamelen van gegevens
Vastleggen van gegevens
Verwerken van gegevens, met als doel:
Verstrekken van informatie, met als doel:
o Afleggen van verantwoording;
o Besturen van de organisatie;
o Controleren van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.
Bij een industriële onderneming vindt een technisch omvormingsproces of
transformatieproces plaats waarbij grond- en hulpstoffen worden omgezet in
eindproducten.
Grond- en hulpstoffen Transformatieproces Eindproducten
Het verschil tussen grondstoffen en hulpstoffen, is dat grondstoffen opgaan in de
eindproducten en hulpstoffen niet. Hulpstoffen maken het productieproces namelijk
technisch mogelijk. Voorbeelden hiervan zijn benzine, olie, koelwater enzovoorts.
Bij de industriële boekhouding staat het verstrekken van informatie over het verloop van het
transformatieproces centraal. Deze informatie heeft dezelfde ABC-doeleinden, maar is meer
intern gericht.
Het Engelse woord control betekent beheersen en is erg belangrijk in management
accounting. Het is het achteraf toetsen of de gestelde normen zijn gehaald. Management
accounting is gericht op verantwoorde beheersing en besturing van de interne
bedrijfsprocessen. Het is het verzamelen, vastleggen en verwerken van gegevens met als
doel het analyseren en rapporteren van informatie voor planning en control van de interne
bedrijfsprocessen. Dit is handig voor de leiding van de onderneming.
2
, §1.2 – Het rekeningenstelsel voor de boekhouding van industriële ondernemingen.
Bij een industriële onderneming heb je een aantal rubrieken nodig die eerst niet werden
gebruikt.
Rubriek 0: rekeningen van vaste activa, eigen vermogen en vreemd vermogen op lange
termijn.
Rubriek 1: financiële rekeningen
Rubriek 2: neutrale rekeningen
Rubriek 3: rekeningen voor voorraden, grondstoffen en hulpstoffen.
Rubriek 4: kostensoorten (=kostenrekeningen)
Rubriek 5: rekeningen voor de verdeling van indirecte kosten (bij de kostenplaatsmethode:
rekeningen voor de kostenplaatsen).
Rubriek 6: fabricagerekeningen
Rubriek 7: rekeningen voor voorraden gereed product en voorraden goederen in bewerking.
Rubriek 8: verkooprekeningen
Rubriek 9: rekeningen voor de opstelling van de w/v-rekening.
Nieuwe rubrieken bij de industriële onderneming zijn de rubrieken 3, 5 en 6. Rubriek 7 heeft
een andere functie dan bij de handelsondernemingen.
Rubriek 3: grond- en hulpstoffen van de industriële ondernemingen. De voorraad hiervan
boek je in rubriek 3.
Rubriek 4: hier worden alle kosten ingedeeld op kostensoort of kostencategorie.
Rubriek 5: hier worden de indirecte fabricagekosten en indirecte verkoopkosten verzameld.
Rubriek 6: alle kosten die met het fabricageproces te maken hebben.
Rubriek 7: voorraad goederen
Rubriek 8: alles wat met de kosten en opbrengsten van de verkoop van het product te
maken heeft.
Rubriek 9: gebruiken om winst- en verliesrekening op te stellen.
Balansrekeningen: rubriek 0, 1, 3 en 7.
Winst- en verliesrekeningen: rubriek 4, 5, 6, 8 en 9.
Rubriek 2 hoort glad te lopen. Indien er een saldo op staat moet deze naar de balans.
§1.3 – Enkele bedrijfseconomische begrippen
Je onderscheidt de volgende kostensoorten:
- Kosten van grond- en hulpstoffen
- Arbeid
- Duurzame productiemiddelen
- Grond
- Diensten van derden
- Belastingen
- Financiering
Constante of vaste kosten = als het totale kostenbedrag niet veranderd als de bedrijfsdrukte
toe- of afneemt.
3