Auteur: Niels Smits, Kees-Jan Kan en Andries van der Ark
mei 2016
Dit tentamen bevat 30 meerkeuzevragen. Bij elke meerkeuzevraag is slechts één alternatief het juiste of het beste
antwoord. Als u van mening bent dat het juiste antwoord niet bij een vraag staat, kies dan het best passende
antwoord. Vergeet niet uw versienummer in te vullen! Formulieren zonder versienummer worden niet
nagekeken.
Op uw tafel ligt alleen: Na afloop:
• legitimatie en collegekaart (rechter boven- • lever gebruikt kladpapier in
hoek)
• noteer uw naam op de afte-
• MC-antwoordblad kenlijst
• rekenmachine (geen grafische)
• geheel onbeschreven formuleboekje
• door de surveillant verstrekt kladpapier
• pen of potlood, gum of tipp-ex
1
, 2 Versie B
Opgave 1. Bij het vergelijken van twee gemiddelden (onafhankelijke groepen) wordt soms aangeno-
men dat de standaardeviaties op populatieniveau gelijk zijn. In welke van de volgende gevallen mag
deze aanname worden gedaan?
I. Als we in de steekproeven vinden s1 = 20 en s2 = 25.
II. Als we in de steekproeven vinden s1 = 20 en s2 = 8.
a. In beide gevallen.
b. In geen van de gevallen.
c. Enkel in geval I.
d. Enkel in geval II.
*****
Opgave 2. In welke Normale verdeling is een geobserveerde score van x = 14 relatief het hoogst?
a. µ = 10, = 2.
b. µ = 10, = 3.
c. µ = 12, = 2.
d. µ = 12, = 3.
*****
Opgave 3. Gegeven de volgende proporties in twee onafhankelijke steekproeven met beide een steek-
proefgrootte van 250: pˆ1 = 0.40 en pˆ2 = 0.60. Wat is de bovengrens van het 90% betrouwbaarheids-
interval van pˆ1 pˆ2 ?
a. 0.29.
b. 0.27.
c. 0.13.
d. 0.11.
*****