Samenvatting Orthopedagogiek 2.1
Hoorcollege 1.
Een normaal persoon houdt zich aan een bepaalde norm van een specifieke sociale groep.
- Normaal: Alle ontwikkelingen in het leven die mogelijk zijn en zodanig voorkomen zonder
dat deze tot grote opvoedproblemen leiden.
Abnormaliteit houdt in dat je afwijkt van die norm.
Afwijking van de norm komt ook door cultuur, tijd, opvoedingssituatie, context en
ontwikkelfasen.
Statische benadering: Gedrag of ontwikkeling vergelijken met een bepaalde norm, over de
kwaliteit van het gedrag wordt geen uitspraak gedaan.
Het gedrag wordt gemeten en op basis van een statische vergelijking kan dan worden
nagegaan of er een afwijking van het gemiddelde significant is. Een afwijking is significant
als zij niet aan het toeval kan worden geweten of tot de normale variaties behoort. Al het
gedrag dat te veel afwijkt van het gemiddelde is dan abnormaal te noemen.
- Nadelen:
o Houdt geen rekening met tijd, cultuur en de opvoedingssituatie waarin het kind
opgroeit.
o Niet elk afwijkend gedrag is ernstig genoeg voor professionele interventies.
o Tempo van ontwikkeling verschilt per kind, door factoren.
Wanneer is de opvoedingssituatie problematisch?
Kinderen die meer aandacht vragen, criteria (Rutter):
1. Leeftijdsadequaat Past het gedrag bij de leeftijd?
2. Duur van het probleemgedrag Hoe lang speelt het gedrag al?
3. Omstandigheden Is er een specifieke gebeurtenis, aanleiding, waarom het gedrag nu
plaatsvindt?
4. Socio-culturele setting Past het gedrag met de (sub)cultuur waarin je opgroeit, wijk,
culturele status?
5. Frequentie van de problemen Hoe vaak en veel komt het gedrag voor?
6. Type problemen en mate van voorkomen van die problemen in de populatie In
welke omgeving groei je op, in welke maatschappij, wat speelt daar?
7. De intensiteit van de problemen Hoe intensiever, hoe ernstiger.
8. Verandering van het gedrag Wat deed het kind hier voorafgaand, hoe heeft het zich
ontwikkeld, is het logisch dat het kind het gedrag veranderd in deze situatie?
9. Situatiegebondenheid Komt het op een plek of op meerdere plekken voor?
Classificeren Rangschikken van factoren die een rol spelen, die je in kaart brengt om te
achterhalen of het normaal of problematisch gedrag is. Systematisch ordenen.
Classificatie: Wat is eer aan de hand?
Diagnostiek: Hoe is dat zo gekomen?
Classificatiesystemen Wijkt gedrag af van de gestelde normen?
1. De categorale benadering
Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorder (DSM): Classificatiesysteem van
psychische of psychiatrische stoornissen.
- Gebaseerd op klinische ervaringen van deskundigen.
- Op basis van hun ervaringen zijn belangrijke gedragskenmerken gecategoriseerd die met
elkaar verwijzen naar een specifiek ontwikkelings- of psychiatrisch probleem. Een
stoornis.
- Een categoriaal systeem omdat het werkt met observeerbare gedragskenmerken op basis
waarvan kan worden bepaald of een probleem wel of niet tot een bepaalde categorie
ofwel stoornis behoort.
1
Hoorcollege 1.
Een normaal persoon houdt zich aan een bepaalde norm van een specifieke sociale groep.
- Normaal: Alle ontwikkelingen in het leven die mogelijk zijn en zodanig voorkomen zonder
dat deze tot grote opvoedproblemen leiden.
Abnormaliteit houdt in dat je afwijkt van die norm.
Afwijking van de norm komt ook door cultuur, tijd, opvoedingssituatie, context en
ontwikkelfasen.
Statische benadering: Gedrag of ontwikkeling vergelijken met een bepaalde norm, over de
kwaliteit van het gedrag wordt geen uitspraak gedaan.
Het gedrag wordt gemeten en op basis van een statische vergelijking kan dan worden
nagegaan of er een afwijking van het gemiddelde significant is. Een afwijking is significant
als zij niet aan het toeval kan worden geweten of tot de normale variaties behoort. Al het
gedrag dat te veel afwijkt van het gemiddelde is dan abnormaal te noemen.
- Nadelen:
o Houdt geen rekening met tijd, cultuur en de opvoedingssituatie waarin het kind
opgroeit.
o Niet elk afwijkend gedrag is ernstig genoeg voor professionele interventies.
o Tempo van ontwikkeling verschilt per kind, door factoren.
Wanneer is de opvoedingssituatie problematisch?
Kinderen die meer aandacht vragen, criteria (Rutter):
1. Leeftijdsadequaat Past het gedrag bij de leeftijd?
2. Duur van het probleemgedrag Hoe lang speelt het gedrag al?
3. Omstandigheden Is er een specifieke gebeurtenis, aanleiding, waarom het gedrag nu
plaatsvindt?
4. Socio-culturele setting Past het gedrag met de (sub)cultuur waarin je opgroeit, wijk,
culturele status?
5. Frequentie van de problemen Hoe vaak en veel komt het gedrag voor?
6. Type problemen en mate van voorkomen van die problemen in de populatie In
welke omgeving groei je op, in welke maatschappij, wat speelt daar?
7. De intensiteit van de problemen Hoe intensiever, hoe ernstiger.
8. Verandering van het gedrag Wat deed het kind hier voorafgaand, hoe heeft het zich
ontwikkeld, is het logisch dat het kind het gedrag veranderd in deze situatie?
9. Situatiegebondenheid Komt het op een plek of op meerdere plekken voor?
Classificeren Rangschikken van factoren die een rol spelen, die je in kaart brengt om te
achterhalen of het normaal of problematisch gedrag is. Systematisch ordenen.
Classificatie: Wat is eer aan de hand?
Diagnostiek: Hoe is dat zo gekomen?
Classificatiesystemen Wijkt gedrag af van de gestelde normen?
1. De categorale benadering
Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorder (DSM): Classificatiesysteem van
psychische of psychiatrische stoornissen.
- Gebaseerd op klinische ervaringen van deskundigen.
- Op basis van hun ervaringen zijn belangrijke gedragskenmerken gecategoriseerd die met
elkaar verwijzen naar een specifiek ontwikkelings- of psychiatrisch probleem. Een
stoornis.
- Een categoriaal systeem omdat het werkt met observeerbare gedragskenmerken op basis
waarvan kan worden bepaald of een probleem wel of niet tot een bepaalde categorie
ofwel stoornis behoort.
1