productie in ruime zin: alle productie in het land.
productie formele sector:
- (in enge zin) productie door bedrijven/overheid waarvoor wordt betaald.
productie informele sector:
- productie waarvoor niet wordt betaalt + staat niet geregistreerd.
- zwart werk - vrijwilligerswerk - huishoudelijk werk
productiefactoren:
- alles wat je nodig hebt om te produceren.
- kapitaal
- kapitaalgoederen die geld kosten ( machines)
- arbeid
- ligemijk/geestelijke inspanning tijdens de productie
- natuur
- alles wat de natuur levert (graan)
- ondernemerschap
- wat een ondernemer doen om winst te maken
vergoedingen voor de productiefactoren:
- Kapitaal: huur/rente
- arbeid: loon
- Natuur: pacht
- ondernemerschap: winst
arbeidsintensief werken:
- in verhouding meer arbeid dan kapitaalgoederen
- meestal door mensen
kapitaal intensief:
- in verhouding meer kapitaalgoederen dan arbeid
- meestal veel machines
afschrijving: ( (aanschafprijs-restwaarde) : aantal gebruikte jaren)
- waardevermindering van een kapitaalgoed per jaar
Bedrijfskolom = bedrijven die na elkaar aan een product werken
- begint bij primaire sector
- laatste detaillist
- elk bedrijf bewerkt het product en verkoopt het aan het volgende.
- waarde neemt telkens toe (toegevoegde waarde)
Samenvatting 6.2