1. De christelijke Kerk in West-Europa valt uiteen
Groeiende kritiek op de katholieke Kerk rond 1500
Sommige critici vonden dat de Kerk de Bijbel anders uitlegde dan volgens hen voor de hand
lag en dat de Kerk er gebruiken op nahield die nergens in de Bijbel terug te vinden waren.
De leiders van de katholieke Kerk waren het hier niet mee eens.
Een deel van deze critici wilde alleen misbruiken zoals de aflaathandel in de kerk afschaffen.
Anderen besloten zich van de katholieke Kerk af te scheiden en een nieuwe Kerk te stichten
(of zich bij zo’n nieuwe Kerk aan te sluiten).
De kritiek van Luther
- De zelfgemaakte wetten en regels van de rooms-katholieke kerk waren onterecht
- Iedereen moest de Bijbel kunnen lezen, niet alleen de priesters
- De aflaathandel moest afgeschaft worden; je kwam in de hemel door in God te
geloven, niet door goede werken te doen
- Afschaffing van pausschap, celibaat, veel sacramenten, heiligenverering en
kloosterorden; hier staat niks over in de Bijbel
Steun van veel Duitse vorsten voor Luther
Veel vorsten steunden de Reformatie/Hervorming zoals Luther die wilde. Het lutheranisme
was voor hen aantrekkelijk omdat:
- Zij hoofd zouden worden van de Kerk
- Ze konden kloosters sluiten en hun bezittingen overnemen
- Onderdanen moesten altijd gehoorzamen, zelfs als de vorst zich slecht gedroeg
Bij de Vrede van Augsburg (1555) dwongen de vorsten Karel V de afspraak ‘cuius regio eius
religio’ af. Dit hield in dat de vorst het geloof van zijn onderdanen bepaalde. Voor Karel V
was dit een enorme nederlaag, aangezien hij streefde naar handhaving van de eenheid
onder de christenen.
Verschillen tussen het lutheranisme en het calvinisme
- Lutheranisme: de vorst is het hoofd van de Kerk
Calvinisme: iedere ‘gemeente’ bestuurt zichzelf door een raad van gekozen
ouderlingen
- Lutheranisme: onderdanen moeten altijd gehoorzamen aan hun vorst
Calvinisme: onderdanen mogen tegen hun vorst in verzet komen
2. De opstand in Nederlanden breekt uit
, Oorzaken van de Opstand
Indirecte oorzaken:
- Sterke positie van de stedelijke burgerij in de Nederlanden
- Splitsing van de christelijke Kerk door de Hervorming
Directe oorzaken:
- Karel V en Filips II gaan protestanten streng vervolgen
- Karel V en Filips II streven naar centralisatie en het ongedaan maken van privileges
Reacties in de Nederlanden op de vervolging van protestanten
- Edelen schrijven een Smeekschrift om de vervolgingen te matigen
- Calvinisten durfden door de minder strenge vervolgingen hun geloof meer te uiten
a.d.h.v. hagenpreken, dit leidde tot de Beeldenstorm (1566)
Maatregelen Filips II en Alva als gevolg van de Beeldenstorm
- Filips geeft de adel de schuld van de Beeldenstorm en stuurt hertog van Alva naar de
Nederlanden. Landvoogdes Margaretha van Parma neemt ontslag en Alva werd
landvoogd. Hij verving stadhouder Willem van Oranje
- Alva stelde een ‘Raad van Beroerten’ in (een centrale rechtbank) om opstandelingen
te straffen
De aanleiding tot de Opstand
Door het harde optreden van Alva vluchtten inwoners (onder andere Willem van Oranje)
naar het buitenland. Hier begonnen zij een gewapende strijd en vielen ze de Nederlanden
binnen. Ze werden door de legers van Alva verslagen. Vanuit het Westen vielen de
watergeuzen aan (calvinisten die voor Alva waren gevlucht naar Engeland of het Noord-
Duitse kustgebied). Zij startten een guerilla.
Eerste strijd tussen Holland en Zeeland tegen Spanje
- De Hollandse steden namen in 1572 (in een Statenvergadering) twee besluiten in het
belang van de Opstand:
● Gezamenlijk de financiële lasten op zich nemen
● Willem van Oranje erkennen als stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht
- De Statenvergadering uit 1572 was revolutionair omdat:
● Ze werden niet bijeengeroepen door de landsheer
● Ze benoemden zelf een stadhouder, in plaats van de landsheer
- Holland en Zeeland kregen de kans zich goed te organiseren omdat:
● Er weinig initiatief was van Alva tegen de Opstand
● Alva voor steun van de hugenoten (Franse protestanten) probeerde te zorgen
Het lukte Alva en Requesens niet om de Opstand te onderdrukken
- Filips was voortdurend in geldnood door de vele oorlogen. Alva en Requesens