Hoofdstuk 1: theorie B&M
Tempo:
Bewegen in het juiste tempo: bewegen op de maat van de muziek.
Onderkennen van het tempo van de muziek.
- Onderkennen en realiseren van een vast, gelijkblijvend tempo.
- Onderkennen en realiseren van tempo veranderingen.
Tijd:
Bewegen op het juiste moment.
Onderkennen van de verdelingen van de muziek.
- Onderkennen van het begin/einde van de muziek.
- Onderkennen van verschillende delen binnen de muziek.
- Onderkennen van accenten in de muziek.
Richting:
Bewegen in de juiste richting.
Het onderkennen van richtingsveranderingen.
- Het realiseren van een zelf gekozen richting.
- Het realiseren van een vaste, gegeven richting.
Richting wordt gebruikt te behoeve van het tempo- en tijdsaspect. Door richtingsveranderingen toe
te passen, kan het tempo- of tijdsprobleem: duidelijker, interessanter en boeiender blijven.
Betekenisgebied Bewegingsprobleem
Het doorlopen van muzikale zinnen Het onderweg zijn voor een bepaalde tijd, zonder
vastgestelde richtingen.
Het doorlopen van figuren Het met elkaar afleggen van een figuur volgens de
afgesproken richting.
Het maken van motieven Op bepaalde momenten bepaalde verdelingen en
richtingsveranderingen maken.
Tempo Tijd Richting
Het doorlopen van muzikale zinnen X X
Het doorlopen van figuren X X
Het maken van motieven X X X
Leerdoelen:
1. Bewegen in het juiste tempo.
2. Bewegen op het juiste moment.
3. Bewegen in de juiste richting.
Geledingen (voor observeren):
1. De activiteit. Wat wordt er gedaan?
2. De aanleiding. Wat gaat er mis?
3. Specifieke doelstelling. Wat willen we bereiken?
4. Geledingen onderscheiden.
- Klaarstaan (meetellen)
1
, - Starten op het juiste moment, in het juiste tempo en in de juiste richting.
- Vervolgen in het juiste TTR.
- Stoppen op het juiste moment.
5. Wijze van deelnemen. (dominante geleding achterhalen, waar gaat het fout?)
6. Conclusie & ingrijpen. (arrangement aanpassen, meetellen, tip geven)
7. Geslaagd?
Niveaubeschrijvingen: zie reader bladzijde 7&8.
Complimenten – Zorg + niveau 1
Aanwijzingen – Niveau 2
Leervragen – Niveau 3
Hoofdstuk 2: de theorie in de praktijk
Bewegen in het juiste tempo:
- Stappen op de maat
- Klappen op de maat
- Kontje zwaaien op de maat
Bewegen op het juiste moment:
- Pippi Langkous
- Pinon Pinon
- Motieven
Stoppen op het juiste moment is makkelijker dan starten op het juiste moment.
Bewegen in de juiste richting:
Het richtingsaspect is geen op zichzelf staand leerdoel. Het richtingsaspect kan toegevoegd worden
aan het bewegen in het juiste tempo en/of moment.
Complexiteit:
- Voor- en achteruit of zijwaarts is makkelijker dan draaien.
- Logische volgorde: vooruit + achteruit.
- Onlogische volgorde: vooruit + zijwaarts.
Hoofdstuk 5: Motieven
Verschillende didactische werkvormen voor het aanbieden van B&M:
1. Klassikale les B&M: met z’n alle hetzelfde doen.
2. Klassikaal B&M: in groepjes.
- Groepjes gaan stationnetjes af.
- Groepjes gaan eerst uit elkaar en komen daarna weer samen.
3. Deels klassikaal, deels in groepjes.
4. Twee groepjesles: helft van de groep B&M, de andere helft een andere activiteit.
5. B&M in een ‘gewone’ groepjesles.
6. B&M in een vrije les.
Voor de uitleg van de verschillende vormen: reader bladzijde 43 + 44.
Gemiddeld genomen kun je bij het ontwerpen van uitgangsmotieven voor het basisonderwijs de
volgende richtlijnen volgen voor de basispassen:
2