RB48
Theorie en Geschiedenis van het Hedendaags Strafrecht
Samenvatting artikelen + Colleges
1
,Samenvatting Theorie en Geschiedenis van het Hedendaags Strafrecht
College 1:
• Remmelink: actuele stromingen in het Nederlands strafrecht
• Na de 2e wereldoorlog kan de hoofdstroom worden aangeduid als ‘functionalisme’
o Pas binnen een bredere stroming binnen ons recht: socialisering van het recht
• Tegenstroom van het functionalisme is ‘due proces’ of ‘mensenrechtenbescherming’
• Functionalisme: de tendens om het strafrecht niet te zien als een volledig op zichzelf staande,
geïsoleerde discipline met een eigen doel, zonder dat bij de toepassing ervan met menselijk,
doch met name ook maatschappelijk factoren rekening behoeft te worden gehouden, maar
als een functie in het sociale systeem van de staat, gericht op de doeleinden die de staat zoekt
te verwezenlijken.
• Nadruk op dit doel en derhalve een duidelijke stroming of tendens te herkennen. Na de
tweede wereldoorlog; instrumentalisering van het strafrecht: doelmatig inzetten ten
behoeve van de verbredende overheidstaak en gedragsbeïnvloeding van de burger.
• Met name op economisch terrein, maar ook volksgezondheid en milieu; regelrecht
stuurmechanisme van de overheid en politiek op het betreffende gebied. Treft men ook in het
commuun strafrecht
• In de klassieke leer van het strafrecht stond de vraagstelling centraal naar de rechtvaardiging
– op basis van dogmatiek en legaliteit - van de daadvergelding waarbij naar utiliteit weinig
aandacht ging. In de instrumentaliteit baseert men zich meer op de samenleving. Hier wordt
het strafrecht aangewend om een maatschappelijk doel te bereiken. In een functioneel
strafrecht worden de doeleinden minder afgestemd op een abstracte juridische orde, is de
aanpak minder begripsmatig en oriënteert men zich op de maatschappij, het hoofdsysteem,
waarvan het strafrechtelijke circuit slechts een onderdeel uitmaakt.
• Functionalisering is breed aanvaard mede omdat de defense sociale dit al reeds in zich had;
rigide strafsysteem uit de jaren 1886 vervangen door een methode van strafbejegening waar
de rechter veel ruimte had om de straf af te stemmen op de bijzondere omstandigheden van
de daad en de dader.
• Utrechtse school en school van van Vrij (Groningse school)
• Twee scholen geprofileerd na de 2e wereld oorlog met ieder eigen accenten vanuit de defense
sociale;
• Utrechtse school: Pompe Baan Kempe: interesseerden zich vooral ( in de geest van de defense
socialle nouvelle) in de penitentiaire en reclasseringsaspecten. Centraal stond de gedachte van
de ontmoeting: de delinquent zou na een ontmoeting met de strafrechtspleging zijn vrijheid
moeten hervinden. Criminele-politiek moest humaan zijn.
• School van van Vrij: cleane rationele criminele politiek ter bescherming van de maatschappij:
wederom gebaseerd op de defense sociale en inquisitoire aspecten van het strafproces.
o Hij deed een voorstel om naast schuld en wederrechtelijkheid een nieuwe derde
algemene voorwaarde te introduceren: subsocialiteit: terrein van de
gedragswetenschap en derhalve een dejuridiserend element.
• De functionele heenstroom nader geanalyseerd:
• Beide stromingen worden door Remmelink als functioneel getypeerd: die van van Vrij meer
omdat die meer ziet op haar belangstelling in de ethiek en het humanum.
2
,• Blijven typische verschillen: Mulder (onderdeel van de school van van Vrij: het functionele
model afgezet tegenover het juridische model. Hij stelt dat de twee elkaar over en weer
beïnvloeden.
o Zo zal niemand die het juridisch model aanhangt nut of zin niet in zijn streven naar
gerechtvaardigdheid verwerken of het strafproces slechts tot pure wetshandhaving en
niet mede tot bestrijding van asociaal gedrag willen laten functioneren.
o Anderzijds de tegenstelling: genoemd door mulder: de rechter is volgens het juridisch
model gebonden aan de wet en volgens het stuurmodel slechts voorzover dit sociaal
nuttig is allerminst typerend voor de functionele richting in Nederland.
• Remmelink: (door mulder opgemerkt is een accentverschil) belangrijke tegenstelling het
criterium of men zich al dan niet door de wet gebonden acht en gevolglijk of men bereid is
in het strafrecht een instrument, mede strekkend tot concretisering van de
gerechtigheidsidee te zien.
• Doorslaggevend wat al deze deelnemers aan de functionele stroming bijeenhoudt: allereest
de aanvaarding door vrijwel allen van het rechtvaardigheidsmoment in de straf, hetgeen
impliceert dat er een relatie wordt gelegd tussen de daad en de zwaarte van de op te leggen
sanctie.
• Belangrijker is dat zij ook respecteren het Formeel wettelijk perspectief: blijven binnen door
de overheid getrokken lijnen, hechten aan de norm en wel aan de wet zoals deze door het
parlement is vastgesteld. Artikel 1 strafrecht, overschrijden kwalificatiegrens wat tot niet
strafbaarheid zou leiden en de afwijzing van afwezigheid van materiele wederrechtelijkheid
in nagenoeg alle gevallen wordt afgewezen; achtergrond trias politica. (ook dit kan als
functioneel worden benoemd)
• Functionalisten buiten de hoofdstroom: hielden zich hier niet aan, invloed beperkt maar wel
aanzet tot theorievorming van het maatschappelijk functioneren van het strafrecht;
o Ter Heide: vrijheid in der zin der straf: aanhanger defense sociale een alternatief
functioneel strafrecht heeft ontworpen gebaseerd op in de maatschappij erkende
normen: (beginselen) de mens moet worden gezien als functionaris, die
disfunctionerend uit zijn rol valt en die via een strafrechtelijk leerproces weer tot
maatschappelijk aangepast gedrag moet worden teruggebracht; mens als zodanig niet
centraal maar het gedrag; het betrekkingspunt van sociale akten.
§ Lastig bij psychische afwijkende delinquenten: gaat hier juist om het
persoonlijke
§ Achteruitstelling van de wet: slechts een actielijn voor de beslissende
maatschappelijke norm: waardoor afwijkend gedrag mits maatschappelijk
aanvaardbaar zou worden – trant van vee-arts - gerechtvaardigd.
o Zodra men de wet loslaat en het zoekt in ongeschreven actuele waarderingspatronen
is de kans groot dat er open plekken vallen waar duidelijk uiteenlopende waarderingen
een belangrijke aanhang hebben en waar de rechter gedwongen wordt om zijn eigen
waardenpatroon in te vullen: ter Heide: niet-justiabel verklaren van het probleem;
rechter weigert recht te spreken. Dit is problematisch omdat in de samenleving een
grote differentatie aan waarden en normen voorkomt.
o Hulsman: maatschappelijk primaat heeft eveneens geleid tot een breuk met het
bestaande stelsel: aanvankelijk beperkt tot meer efficiënte strafbaarstellingen:
criminalisering: bijvoorbeeld niet strafbaar stellen wanneer het enkel om een morele
3
, norm gaat; Hulsman propageerde conflict oplossing als voornaamste strafdoel à
schaderegeling en verzoening als alternatief. En alternatieve werkvormen: community
service etc. Later ontwikkeld – hij raakte pessimistisch; strafrecht zou niet werken, de
lage klasse raken en niet geschikt als instrument om tot een meer menswaardige
samenleving te komen - tot een abolitionistisch standpunt: afschaffing van het
strafrecht;
• Enkele praktische toepassingen waar de functionele tendens duidelijk aanwijsbaar is volgens
Remmelink:
o Ten aanzien van bepaalde wetgeving: ordeningsstrafrecht: typisch instrumentele
wetgeving: verkeerswetgeving: WED
o Formeel strafwet: seponeerbevoegdheid OM, Schikkingsbevoegdheid OM, beperking
cassatiemogelijkheid
o Materieelstrafrecht: tendens tot decriminalisering gericht tegen wildgroei:
homoseksuele contacten, voorbehoedsmiddelen, gedoogbeleid drugs.
o Duidelijk ander voorbeeld: strafbaarstelling van de rechtspersoon: geheel geen
probleem van de pragmatici:
§ Dit acht hij zelf problematisch omdat hij het strafrecht – hoezeer verbonden
met de maatschappij – ook verbonden is met het recht: een rechtspersoon
heeft geen verstand of rede: notities als schuld en straf spelen hier geen rol.
Gaat hier veelal om het bereiken van een – economisch – doel.
§ Disfunctioneel is bijvoorbeeld de abortusbepaling, disfunctionele strafmaxima
o Ander functioneel element van het huidig strafrecht vindt men in het
vervolgingsbeleid: management: leidt tot beleidssepots.
o Ook in de sanctionering en de executie speelt functionaliteit een rol:
§ Functionele sancties: ontzegging rijbevoegdheid, stillegging onderneming
§ Differentiatie in het gevangeniswezen; maatschappelijk doelmatigheid
§ Reclassering: persoonlijke aanpak
o Ook functionele trend bij de Hoge Raad:
§ Functionele interpretatie van bestanddelen: die de strafbepaling doorgaans
een ruimere werking geven dan wanneer enkel grammaticaal was
geïnterpreteerd. Ook hier doorslaggevend: maatschappij meest
aanvaardbare resultaat disfunctioneren van de bepaling moet worden
voorkomen. à Domineren van het doel van de wet.
o In het strafprocesrecht werkt de functionele interpretatie eveneens door voorzover zij
de overheid greep wil laten houden op het onwettig gebeuren en in de processuele
fase wil bevorderen dat snel wordt doorgedrongen tot de waarheid (factual guilt)
Crime-control-model (packer) procesrecht dat doelmatig moet zijn aan de bestrijding
van criminaliteit: HR: relativering van nulliteiten, vrijer bewijsmodel, dit ten nadele van
de verdachte
• Tegenstroom: reactie op de functionaliserende tendens; geen zuivere tegenstelling omdat in
de tegenstroom het strafrecht ook een functie vervult: functie gericht op effectuering van het
recht en niet primair een ten behoeve van het welzijn van de staat en diens wetgeving.
o Ook hier nuance: ook deze stroming inherent aan het recht: het recht heeft immers
altijd iets van doen met rechten. Ook hier eveneens een toename, een tendens.
4
Theorie en Geschiedenis van het Hedendaags Strafrecht
Samenvatting artikelen + Colleges
1
,Samenvatting Theorie en Geschiedenis van het Hedendaags Strafrecht
College 1:
• Remmelink: actuele stromingen in het Nederlands strafrecht
• Na de 2e wereldoorlog kan de hoofdstroom worden aangeduid als ‘functionalisme’
o Pas binnen een bredere stroming binnen ons recht: socialisering van het recht
• Tegenstroom van het functionalisme is ‘due proces’ of ‘mensenrechtenbescherming’
• Functionalisme: de tendens om het strafrecht niet te zien als een volledig op zichzelf staande,
geïsoleerde discipline met een eigen doel, zonder dat bij de toepassing ervan met menselijk,
doch met name ook maatschappelijk factoren rekening behoeft te worden gehouden, maar
als een functie in het sociale systeem van de staat, gericht op de doeleinden die de staat zoekt
te verwezenlijken.
• Nadruk op dit doel en derhalve een duidelijke stroming of tendens te herkennen. Na de
tweede wereldoorlog; instrumentalisering van het strafrecht: doelmatig inzetten ten
behoeve van de verbredende overheidstaak en gedragsbeïnvloeding van de burger.
• Met name op economisch terrein, maar ook volksgezondheid en milieu; regelrecht
stuurmechanisme van de overheid en politiek op het betreffende gebied. Treft men ook in het
commuun strafrecht
• In de klassieke leer van het strafrecht stond de vraagstelling centraal naar de rechtvaardiging
– op basis van dogmatiek en legaliteit - van de daadvergelding waarbij naar utiliteit weinig
aandacht ging. In de instrumentaliteit baseert men zich meer op de samenleving. Hier wordt
het strafrecht aangewend om een maatschappelijk doel te bereiken. In een functioneel
strafrecht worden de doeleinden minder afgestemd op een abstracte juridische orde, is de
aanpak minder begripsmatig en oriënteert men zich op de maatschappij, het hoofdsysteem,
waarvan het strafrechtelijke circuit slechts een onderdeel uitmaakt.
• Functionalisering is breed aanvaard mede omdat de defense sociale dit al reeds in zich had;
rigide strafsysteem uit de jaren 1886 vervangen door een methode van strafbejegening waar
de rechter veel ruimte had om de straf af te stemmen op de bijzondere omstandigheden van
de daad en de dader.
• Utrechtse school en school van van Vrij (Groningse school)
• Twee scholen geprofileerd na de 2e wereld oorlog met ieder eigen accenten vanuit de defense
sociale;
• Utrechtse school: Pompe Baan Kempe: interesseerden zich vooral ( in de geest van de defense
socialle nouvelle) in de penitentiaire en reclasseringsaspecten. Centraal stond de gedachte van
de ontmoeting: de delinquent zou na een ontmoeting met de strafrechtspleging zijn vrijheid
moeten hervinden. Criminele-politiek moest humaan zijn.
• School van van Vrij: cleane rationele criminele politiek ter bescherming van de maatschappij:
wederom gebaseerd op de defense sociale en inquisitoire aspecten van het strafproces.
o Hij deed een voorstel om naast schuld en wederrechtelijkheid een nieuwe derde
algemene voorwaarde te introduceren: subsocialiteit: terrein van de
gedragswetenschap en derhalve een dejuridiserend element.
• De functionele heenstroom nader geanalyseerd:
• Beide stromingen worden door Remmelink als functioneel getypeerd: die van van Vrij meer
omdat die meer ziet op haar belangstelling in de ethiek en het humanum.
2
,• Blijven typische verschillen: Mulder (onderdeel van de school van van Vrij: het functionele
model afgezet tegenover het juridische model. Hij stelt dat de twee elkaar over en weer
beïnvloeden.
o Zo zal niemand die het juridisch model aanhangt nut of zin niet in zijn streven naar
gerechtvaardigdheid verwerken of het strafproces slechts tot pure wetshandhaving en
niet mede tot bestrijding van asociaal gedrag willen laten functioneren.
o Anderzijds de tegenstelling: genoemd door mulder: de rechter is volgens het juridisch
model gebonden aan de wet en volgens het stuurmodel slechts voorzover dit sociaal
nuttig is allerminst typerend voor de functionele richting in Nederland.
• Remmelink: (door mulder opgemerkt is een accentverschil) belangrijke tegenstelling het
criterium of men zich al dan niet door de wet gebonden acht en gevolglijk of men bereid is
in het strafrecht een instrument, mede strekkend tot concretisering van de
gerechtigheidsidee te zien.
• Doorslaggevend wat al deze deelnemers aan de functionele stroming bijeenhoudt: allereest
de aanvaarding door vrijwel allen van het rechtvaardigheidsmoment in de straf, hetgeen
impliceert dat er een relatie wordt gelegd tussen de daad en de zwaarte van de op te leggen
sanctie.
• Belangrijker is dat zij ook respecteren het Formeel wettelijk perspectief: blijven binnen door
de overheid getrokken lijnen, hechten aan de norm en wel aan de wet zoals deze door het
parlement is vastgesteld. Artikel 1 strafrecht, overschrijden kwalificatiegrens wat tot niet
strafbaarheid zou leiden en de afwijzing van afwezigheid van materiele wederrechtelijkheid
in nagenoeg alle gevallen wordt afgewezen; achtergrond trias politica. (ook dit kan als
functioneel worden benoemd)
• Functionalisten buiten de hoofdstroom: hielden zich hier niet aan, invloed beperkt maar wel
aanzet tot theorievorming van het maatschappelijk functioneren van het strafrecht;
o Ter Heide: vrijheid in der zin der straf: aanhanger defense sociale een alternatief
functioneel strafrecht heeft ontworpen gebaseerd op in de maatschappij erkende
normen: (beginselen) de mens moet worden gezien als functionaris, die
disfunctionerend uit zijn rol valt en die via een strafrechtelijk leerproces weer tot
maatschappelijk aangepast gedrag moet worden teruggebracht; mens als zodanig niet
centraal maar het gedrag; het betrekkingspunt van sociale akten.
§ Lastig bij psychische afwijkende delinquenten: gaat hier juist om het
persoonlijke
§ Achteruitstelling van de wet: slechts een actielijn voor de beslissende
maatschappelijke norm: waardoor afwijkend gedrag mits maatschappelijk
aanvaardbaar zou worden – trant van vee-arts - gerechtvaardigd.
o Zodra men de wet loslaat en het zoekt in ongeschreven actuele waarderingspatronen
is de kans groot dat er open plekken vallen waar duidelijk uiteenlopende waarderingen
een belangrijke aanhang hebben en waar de rechter gedwongen wordt om zijn eigen
waardenpatroon in te vullen: ter Heide: niet-justiabel verklaren van het probleem;
rechter weigert recht te spreken. Dit is problematisch omdat in de samenleving een
grote differentatie aan waarden en normen voorkomt.
o Hulsman: maatschappelijk primaat heeft eveneens geleid tot een breuk met het
bestaande stelsel: aanvankelijk beperkt tot meer efficiënte strafbaarstellingen:
criminalisering: bijvoorbeeld niet strafbaar stellen wanneer het enkel om een morele
3
, norm gaat; Hulsman propageerde conflict oplossing als voornaamste strafdoel à
schaderegeling en verzoening als alternatief. En alternatieve werkvormen: community
service etc. Later ontwikkeld – hij raakte pessimistisch; strafrecht zou niet werken, de
lage klasse raken en niet geschikt als instrument om tot een meer menswaardige
samenleving te komen - tot een abolitionistisch standpunt: afschaffing van het
strafrecht;
• Enkele praktische toepassingen waar de functionele tendens duidelijk aanwijsbaar is volgens
Remmelink:
o Ten aanzien van bepaalde wetgeving: ordeningsstrafrecht: typisch instrumentele
wetgeving: verkeerswetgeving: WED
o Formeel strafwet: seponeerbevoegdheid OM, Schikkingsbevoegdheid OM, beperking
cassatiemogelijkheid
o Materieelstrafrecht: tendens tot decriminalisering gericht tegen wildgroei:
homoseksuele contacten, voorbehoedsmiddelen, gedoogbeleid drugs.
o Duidelijk ander voorbeeld: strafbaarstelling van de rechtspersoon: geheel geen
probleem van de pragmatici:
§ Dit acht hij zelf problematisch omdat hij het strafrecht – hoezeer verbonden
met de maatschappij – ook verbonden is met het recht: een rechtspersoon
heeft geen verstand of rede: notities als schuld en straf spelen hier geen rol.
Gaat hier veelal om het bereiken van een – economisch – doel.
§ Disfunctioneel is bijvoorbeeld de abortusbepaling, disfunctionele strafmaxima
o Ander functioneel element van het huidig strafrecht vindt men in het
vervolgingsbeleid: management: leidt tot beleidssepots.
o Ook in de sanctionering en de executie speelt functionaliteit een rol:
§ Functionele sancties: ontzegging rijbevoegdheid, stillegging onderneming
§ Differentiatie in het gevangeniswezen; maatschappelijk doelmatigheid
§ Reclassering: persoonlijke aanpak
o Ook functionele trend bij de Hoge Raad:
§ Functionele interpretatie van bestanddelen: die de strafbepaling doorgaans
een ruimere werking geven dan wanneer enkel grammaticaal was
geïnterpreteerd. Ook hier doorslaggevend: maatschappij meest
aanvaardbare resultaat disfunctioneren van de bepaling moet worden
voorkomen. à Domineren van het doel van de wet.
o In het strafprocesrecht werkt de functionele interpretatie eveneens door voorzover zij
de overheid greep wil laten houden op het onwettig gebeuren en in de processuele
fase wil bevorderen dat snel wordt doorgedrongen tot de waarheid (factual guilt)
Crime-control-model (packer) procesrecht dat doelmatig moet zijn aan de bestrijding
van criminaliteit: HR: relativering van nulliteiten, vrijer bewijsmodel, dit ten nadele van
de verdachte
• Tegenstroom: reactie op de functionaliserende tendens; geen zuivere tegenstelling omdat in
de tegenstroom het strafrecht ook een functie vervult: functie gericht op effectuering van het
recht en niet primair een ten behoeve van het welzijn van de staat en diens wetgeving.
o Ook hier nuance: ook deze stroming inherent aan het recht: het recht heeft immers
altijd iets van doen met rechten. Ook hier eveneens een toename, een tendens.
4