Naam:
Klas:
Datum:
Leerling nummer:
Onderwerp:
1
,Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Hoofdstuk 1: ARBO en RI&E
• 1.1 RI&E
• 1.2 Duurzaam Ondernemen
3. Hoofdstuk 2: Afval en Schoonmaak
• 2.1
• 2.2
• 2.3
• 2.4
• 2.5
• 2.6
• 2.7
• 2.8
• 2.9
• 2.10
4. Hoofdstuk 3: Brand
5. Hoofdstuk 4: Agressie, Winkeldiefstal & Overvallen
6. Hoofdstuk 5: Derving
• 5.1 Criminele Derving
• 5.2 Niet- Criminele Derving
7. Conclusie
8. Bronvermelding
9. Eventuele Bijlagen
2
, 1. Inleiding
Het werkstuk heet VACCM. Dit werkstuk gaat over: veiligheid, arbo,
criminaliteit, calamiteiten en milieu. Het is belangrijk om kennis te hebben
over deze onderwerpen in een bedrijf, omdat je niet wilt dat je bij situatie
met een mond vol tanden staat en niks kan doen. In dit werkstuk deel ik
mijn kennis over deze bovenstaande onderwerpen. Ik vertel ook wat over
mijn werk/stage bedrijf Jumbo de Boeck, zelf werk ik daar als afdeling
chef, maar ik heb geen tot weinig kennis over de onderwerpen. Ik ga
mezelf dus meer verdiepen in het bedrijf en ‘’VACCM”. Veel lees plezier.
2. Hoofdstuk 1.1: Arbo en RI&E
Jumbo, een middel-grootbedrijf, draait maandelijks. Miljoenen
euro’s aan omzet, maar heeft een zwak RI&E aanwezig.
Werkgevers, werknemers en overheid hebben een groot
gemeenschappelijk belang bij goede arbeidsomstandigheden.
De Arbowet verplicht iedere werkgever om een arbobeleid te voeren
dat zo veel mogelijk gericht is op optimale arbeidsomstandigheden.
De primaire verantwoordelijkheid voor het bereiken van goede
arbeidsomstandigheden ligt binnen de onderneming. Om een goed
arbobeleid te kunnen vormgeven moet de werkgever een overzicht
opstellen van alle risico’s die in het bedrijf of de instelling kunnen
voorkomen. Ik ga het hebben over de volgende punten:
• Welzijn, werkdruk, werksfeer, en werktijden
• Tillen en houding
• EHBO en kwetsbare groepen
Welzijn, werkdruk, werksfeer, en werktijden:
Welzijn:
Inventarisatie: Sommige plekken zijn vies, met een slechte hygiëne ,
iemand met een lage weerstand kan makkelijk ziek worden of een infectie
oplopen.
Evaluatie: Schoonmaakplan moet worden aangepast en verbeterd en de
schoonmakers moeten beter hun best doen, om dit te voorkomen.
Plan van aanpak: Schoonmaakplan wordt door de hoofdcassiere en filiaal
leider aangepast en de schoonmakers worden aangesproken als ze het
niet goed doen, ook krijgen ze betere schoonmaakmiddelen en
gereedschap om aan die eisen te voldoen.
3