Blok 2.1 Nature/Nurture
Wat is nature en nurture?
Nature (aangeboren)
Ruime zin: alle invloeden die t/m geboorte werkzaam zijn en verloop ontwikkeling bepalen
- alle erfelijke factoren (op genen en chromosomen)
- invloeden tijdens zwangerschap (infecties en voedselstoornissen)
- invloeden tijdens geboorte (zuurstoftekort)
Enge zin: alleen erfelijke informatie op genen/chromosomen (DNA-streng) komt tot uitdrukking in biologische uitrusting
Genotype: gehele DNA
Fenotype: observeerbaar kenmerken + evt. invloed milieufactoren op genotype (oogkleur)
- niet alle genetische informatie uit zich in het fenotype
- omgevings-, voedings- en rijpingsfactoren hebben ook invloed op fenotype
- bijvoorbeeld IQ, gehechtheid, huidskleur (beïnvloed door zon)
Genetische amplificatie: genen komen pas later tot ontwikkeling, zenuwtrekjes komen pas in puberteit tevoorschijn
Nurture (aangeleerd)
- invloeden uit omgeving en milieu
- heeft betrekking op meer dan alleen opvoeding
- 3 invloeden van omgeving:
culturele transmissie: - gewoontes uit cultuur/familie worden overgedragen
- normen en waarden
gedeelde omgeving: - omgeving die wordt gedeeld met anderen (ouders, school) broer/zus, klasgenoten
unieke omgeving: - invloed van eigen kind (1e kind vs 2e kind andere gezinssamenstelling en
opvoedingservaring ouders tijdens geboorte)
Nature - nurture debat:
- onderzoek Judith Harris: - 50% genen en 50% aangeleerd ontwikkeling complex product van nature en nurture
- 50% aangeleerd: invloed leeftijdsgenoten groter dan invloed ouders (vooral pubers)
verantwoordelijkheid niet volledig bij ouders
- the nurture assumption (ouder meeste invloed) weerlegd
- merkwaardige van nature-nurture debat: men denkt als je uitkomst weet en in hoeverre erfelijkheid en omgeving
verantwoordelijk zijn voor uiteindelijk ontwikkelingsresultaat, je weet hoe te handelen is niet zo!
Wat zijn de visies op het nature-nurture debat?
2 hoofdstromen:
- theorie met biologisch primaat (nature)
- veranderingen tijdens ontwikkeling individu zijn endogeen (= komen van binnenuit)
- Gesell: readiness-theorie kind moet ‘biologisch gereed’ zijn voordat socialisatie succesvol kan beginnen
- normbevindingen van Gesell worden nog steeds toegepast (mijlpaal, bijv. blokje vasthouden) per fase aantal
normen voor gedragswaarden
- kritiek Gesell: normen niet gehaald kan leiden tot bezorgdheid en overfixatie bij kind en opvoeders
- leertheorie (nurture)
- Behaviorisme: alleen kijken naar waarneembaar gedrag
- Skinner: leerprincipes (straf en beloning)
Locke (Nurture)
- leertheorie
- de Verlichting
- kind komt ter wereld als tabula rasa (onbeschreven blad) karakter staat wel al vast!
alles aangeleerd, niets aangeboren
- verkrijgen van kennis door ervaringen
- niet de afkomst, maar de opvoeding telt invloed ouders is groot
- doel opvoeding: verwerven van vrijheid en zelfbestuur
opvoeding moet leiden tot deugd, godvruchtigheid, welgemanierdheid en kennis
- nadruk op lichamelijke en intellectuele ontwikkeling en hygiënische verzorging, minder op sociale en morele ontwikkeling
- kinderlijkheid is prima, zolang er niemand last van heeft
Rousseau (Nature)
- theorie met biologische primaat
- de Romantiek
- mens kan weinig sturen in opvoeding (komt van binnenuit) en er kan veel mis gaan
- taak opvoeder: alleen kind beschermen tegen maatschappij (negatieve opvoeding)
- natuurlijke ontwikkeling van kind van belang
- positief mensbeeld mens wordt ‘goed’ geboren
- negatief maatschappijbeeld maatschappij beïnvloed ontwikkeling kind negatief
- kind kan niet geïsoleerd van de maatschappij opgroeien