Week 1 les 1
De student herkent het nieuwe concept van gezondheid van Machteld Huber (moeten we weten!)
en het scoringsinstrument “positieve gezondheid”, zodanig dat hiermee gezondheid in kaart wordt
gebracht.
Vroeger was de gezondheid gericht op infectieziekten en nu meer op chronische ziekten bij mensen
die ouder worden. Huber bedacht een nieuwe beschrijving; Health as the ability to adapt and to self-
manage.
Huidige definitie niet goed omdat;
Probleem 1; wanneer is de toestand tot compleet welbevinden bereikt?
Probleem 2; statisch, gaat om een toestand waarin iemand moet zijn.
Probleem 3; een gezond mens heeft veerkracht en dat mist.
Nieuwe definitie;
Positieve gezondheid; gezondheid moet geen doel op zich zijn, gezondheid is een middel waardoor
mensen een gezond leven kunnen leiden waarin ieder zijn ding kan doen.
Mensen met ziekten kunnen wel geluk ervaren.
Bron van pijlers; ipositivehealth.com
De student is bekend met de competentiegebieden van de hbo-verpleegkundige, zodanig dat
eenvoudige verpleegkundige interventies geordend worden onder de CanMEDS-rollen
zorgverlener, communicator en gezondheidsbevorderaar.
Zorgverlener;
• Omvat het vaststellen van de behoefte aan verpleegkundige zorg door middel van klinisch
redeneren, therapeutische interventies en persoonlijke verzorging (educatie,
informatievoorziening, advies). Dus lichamelijke, emotionele en geestelijke ondersteuning.
• Iedereen is anders dus om informatie te winnen kan je informatie vragen aan de persoon
zelf, van zijn omgeving en van andere zorgverleners (dossier)
Communicator;
• Communiceren op maat, dus kijken naar factoren als leeftijd, etnisch/culturele achtergrond,
taalbeheersing, kennis en begripsniveau, emotie, copingsstijl en draagkracht.
• Patiënten die op internet hebben gezocht gaat de verpleegkundige na welke informatie
betrouwbaar is en welke informatie niet.
Gezondheidsbevorderaar;
• Ondersteunen van mensen in hun zorgproces en waar mogelijk het betrekken van
mantelzorg, naasten of sociale netwerken.
• Gezondheid verbeteren, maar voornamelijk preventie (iemand niet ziek worden)
, Kijk klinisch redeneren collgege week 2