Hoofdstuk 1 Het lichamelijk onderzoek
Orthopedie is gericht op het verbeteren of handhaven van de functie van het bewegingsstelsel als geheel, met
daarbij als doel dat de patiënt de voor hem noodzakelijke of gewenste activiteiten kan uitvoeren.
De meeste aandoeningen kunnen worden gediagnosticeerd door middel van anamnese en lichamelijk
onderzoek. Hierbij blijft anamnese het belangrijkst.
Voorbeelden van onderwerpen: pijn, bewegingsbeperking, voorgeschiedenis, erfelijk, klachten van andere
gewrichten, ontstekingsverschijnselen of beperkingen in ADL.
Vlakken en assen
1. Frontaal vlak
Sagittale as
2. Sagittaal vlak
Frontale (transversale) as
3. Transversaal vlak
longitudinale as
1
, Orthopedische terminologie
Bewegingen in een gewricht
Flexie en extensie Buigen en strekken
(bijna alle gewrichten) Rond frontale as
Beweging in sagittale vlak
Abductie en adductie Ab- van de lichaamsas (extremiteitsas) af.
(schouder, heup, metacarpalen, metatarsalen) Ad- naar lichaamsas toe.
- Rond sagittale as
- Beweging in frontaal vlak
Endorotatie en exorotatie Endo- draaiing van ventrale zijde van arm of been
(heup, schouder, wervelkolom) om de lengteas naar binnen, mediaal
Exo- draaiing naar buiten, lateraal.
Let op bij 90 graden flexie (in knie)
Pronatie en supinatie Pronatie: Handrug komt boven (‘proost’)
(onderarm, voet) Supinatie: handrug naar onder (‘subsidie vragen’)
Pronatie voorvoet: de voetzool naar lateraal
Supinatie voorvoet: voetzool naar mediaal
(voetzool bekijken van jezelf)
Inversie en eversie Inversie naar binnen draaien van de enkel met
(enkel) lichte plantairflexie
Eversie naar buiten draaien met lichte
dorsaalextensie
Contractuur: beweging is beperkt
Ankylose: bewegingen zijn volledig opgeheven (geen beweging)
Hyperextensie of hyperflexie: overmatige beweging
Houdingsdeformiteit: standafwijking door onvoldoende spieractiviteit (behandel met oefentherapie)
Statische deformiteit: standafwijking door inwerking zwaartekracht (bv bij verkortingen)
Dynamische deformiteit: standafwijking door overmatige verkeerd uitgeoefende spieractiviteit.
Structurele deformiteit: standafwijking door misvormde gewrichten/andere structuren.
Varus en valgus
Zijn standafwijkingen in het frontale vlak die een hoekstand aangeven naar de lichaamsas toe (valgus) of van de
lichaamsas af (varus).
Cubitus: elleboog
Coxa: heup
Genua: knie, genu vara (O-benen), genu valga (X-benen)
Crus: onderbeen
Calcaneus en equinus: hakkenvoet (pes calcaneus) en spitsvoet.
2
, Cavus en planus: holvoet (pes cavus) en platvoet
Endotorsie en exotorsie: draaiing in bot naar binnen of buiten.
Anteversie en retroversie: om de stand van collum femoris ten opzichte van de kniegewrichtsas. (anteversie
naar ventraal wijzende, komt meestal voor)
Klinisch Meten
De uitgangspositie (0 graden) is bijna altijd de strekstand of middenpositie van het te meten lichaamsdeel.
Uitzondering is de enkel: uitgangspositie is hier 90 graden. Gebruik goniometer.
Handgreep van Thomas om een flexiecontractuur in de heup vast te stellen.
Handgreep van Thompson om een achillespeesruptuur vast te stellen.
3