Naam: Anke Meijer
Vak: Fundamenten van de
FUNDAMENTEN Boek:
psychologie
Fundamenten van de
van de PSYCHOLGIE Psychologie
(Marc Brysbaert)
Semester: Toegepaste Psychologie
Vestiging: Hogeschool Utrecht
Datum: 14 november 2019
, 1. Wat is psychologie?
‘’Psychologie is een wetenschap waarbij het gedrag en de geest van de mens bestudeerd
wordt.’’ De gedragsevidentie wordt gebruikt om de interne processen die aan dat gedrag
liggen te verklaren.
De psychologie kon niet ontstaan zolang men er van uit ging dat de mens niet onderworpen
was aan aardse wetmatigheden.
De wortels van de psychologie
Jaren voor Christus begon het allemaal toen de Griekse Filosofen Plato (428-347 v.C.) en
Aristoteles (384-322 v.C.) de eerste invloedrijke geschriften over het functioneren van de
mens schreven. Zij stelden zich vragen over het universum en de rol van de mens hierin.
Plato Aristoteles
Hij maakte een onderscheid tussen Hij richtte meer belang aan de
de ware, onzichtbare wereld van observaties dan Plato. Om echte
onveranderlijke, ideale vormen en de kennis te hebben diende men uit te
zichtbare, veranderlijke wereld gaan van onwrikbare uitgangspunten.
rondom ons, die een onvolmaakte Deze werden door de mens intuïtief
afspiegeling van de echte wereld is. als zelfevidentie herkend.
De menselijke ziel is een deel van de Het herkennen werd ‘demonstratie’
ware en ideale wereld; zij woont genoemd.
tijdelijk in het lichaam en keert na de VB: demonstratie aarde en water
dood terug in de kosmos. streefde naar het centrum van de
De ziel had kennis van deze ideale wereld en lucht en vuur streefde naar
wereld. Observatie was minder van de maan. Voorwerpen bewegen niet
belang, gezien deze alleen wist over spontaan, hier was dus een drijvende
de zichtbare wereld. kracht voor nodig.
Het toenemende belang van de WETENSCHAP in de westerse maatschappij (Copernicus,
Galilei en Newton) en de ontwikkelingen binnen de FILOSOFIE (Descartes; empirisme) en de
BIOLOGIE (Darwin) effende het pad voor de PSYCHOLOGIE.
De wetenschappelijke revolutie
Nicolaus Copernicus (1473-1543) verspreidde als eerste in 1514 onder vrienden een
handgeschreven tekst, waarin hij de hypothese opperde dat de bewegingen in het heelal
beter te begrijpen vielen wanneer men uitging van de veronderstelling dat niet alle
hemellichamen rond de aarde draaiden. Maar dat de aarde rond de zon draaide.
è Copernicus: uitvinder van het feit dat de aarde niet het centrum van het heelal is.
(Copernicaanse revolutie)
Anke Meijer – Fundamenten van de psychologie 2
, Galileo Galilei (1514-1642) publiceerde in 1632 een boek waarin hij de theorieën van
Copernicus verdedigde en met een reeks nieuwe observaties onderbouwde. Dit werd
mogelijk door de uitvinding van de telescoop.
è Galilei: theorie Copernicus verder uitgewerkt in een boek.
Isaac Newton (1643-1727) werkte de inzichten van Galilei verder uit. Hij beschreef de
bewegingen van de planeten rond de zon met relatief eenvoudige wiskunde formules.
è Newton: wetten van Newton worden beschouwd als begin van natuurwetenschappen.
De evolutietheorie
Charles Darwin (1809-1882): bedenker van de theorie dat levende wezens het resultaat zijn
van een aanpassingsproces aan veranderende omstandigheden. Boek: origin of the species.
Ontwikkelingen filosofie
René Descartes (1596-1650): dualisme, rationalisme, nativisme en een mechanische kijk op de
wereld. Hij bestudeerde de theorieën van de Griekse filosofen.
Volgende Descartes was het universum een complexe machine die op basis van aangeboren
kennis (nativisme) en de menselijke reden (rationalisme) begrepen en door wiskundige
formules beschreven konden worden. Het menselijke lichaam was deel van de machine (het
universum), maar dit gold niet voor de menselijke geest. Deze stond namelijk los van het
lichaam en de natuurwetten (dualisme).
è Nativisme: de menselijke geest beschikt over aangeboren kennis
è Rationalisme: kennis en waarheid kunnen alleen verkregen worden door middel van
rede. De werkelijkheid is opgebouwd vanuit een logische structuur, waardoor de
waarheid door het verstand kan worden vastgesteld.
è Dualisme: Stelt dat de mensen uit onafhankelijke elementen bestaat. Namelijk een
lichaam en een geest (vrije wil) niet gebonden natuur en kern menselijk denken.
Empirisme in plaats van rationalisme
John Locke (1632-1704) was van mening dat alle menselijke kennis uit ervaringen met externe,
voelbare voorwerpen voort kwam en niet door aangeboren kennis.
è Empirisme: kennis komt voort uit zintuigelijke ervaringen die met elkaar geassocieerd
worden.
Anke Meijer – Fundamenten van de psychologie 3