In de Victoriaanse tijd (1839 – 1901) was er wijdverbreide (extreme) armoede in deze tijd. Mannen
werkte voor de kost terwijl de vrouwen thuis bleven om voor de kinderen te zorgen. Verder werden
vrouwen uitgesloten van hoger onderwijs. Daarnaast heerste er een syfilis epidemie en was er nog
geen anticonceptie uitgevonden. Dit naast dat er voor zowel de moeder als het kind een grote kans
op overleiden was bij de bevalling maakte dat er sprake was van een maatschappelijk repressie van
seksualiteit.
Freud groeide op in dit tijdperk. Hij werd geboren in 1856 in het Oostenrijkse dorpje Freiberg. Freud
zijn familie was Joods en hij was het lievelingetje van zijn moeder. Hierover zei hij later in zijn leven
zelf: “Een man die de onbetwistbare favoriet van zijn moeder is geweest houdt voor de rest van zijn
leven het gevoel dat hij een veroveraar is.”.
Al snel bleek dat Freud erg slim was en hij studeerde aan de universiteit van Wenen. Niet veel later
werd hij dokter in medicijnen en kort daarna ook universitair docent neuropathologie. Freud was dus
nooit een psycholoog, maar een dokter.
Freud was erg geïnteresseerd in doorbreken en beroemd worden. hij experimenteerde regelmatig
met medicaties voor genezingen en andere kleine onderzoeken tot Freud op hysterie duiden. Hij
schreef hier in 1885 zijn (samen met een collega) eerste boek over wat ook wel als het begin van de
psychopathologie wordt gezien. In dit boek gingen ze in gesprek met Anna O. die depressieve en
andere symptomen vertoonde.
Dit boek kan als de eerste belangrijke bijdrage van Freud aan de psychologie worden gezien.
Het praten met een patiënt om zo opluchting te kunnen geven. Tegenwoordig verwijzen we
hiernaar als de praatkuur of meta-analyses. Deze vorm van psychotherapie is effectief bij
veel psychische stoornissen. Op de korte-termijn psychodynamische therapie zelfs even
effectief als CBT. Wel is op de lange termijn het effecten moeilijk te onderzoeken.
Daarnaast introduceerde Freud overdracht. Dit is het kijken naar de relatie tussen de patiënt
en de therapeut. Heel vaak zullen patiënten namelijk een relatie met dichtbij staande
personen ‘overdragen’ op de relatie tot de therapeut. Tegenwoordig weten we dat die
relatie, alliantie, een goede voorspeller is voor de uitkomst van de therapie.
Verder met de levensloop van Freud. Freud trouwde in 1886 en startte zijn privépraktijk. Niet kort
daarna publiceerde hij zijn tweede boek genaamd de Droomduiding. Dit kan gezien worden als Freud
zijn doorbraakwerk. Het boek ging over het idee dat dromen als vervulling van onderdrukte wensen
dienen.
Dit boek was Freud zijn tweede bijdrage aan de hedendaagse psychologie, de technieken om
het onderbewuste te onderzoeken. Methode hiervoor was volgens hem onder andere
therapeutische technieken als vrije associatie, freudiaanse versprekingen, droomanalyse &
hypnose en overdracht of onderzoekstechnieken als projectieve tests en impliciete tests
(rorschachtest , TAT, IAT).
Vijf jaar later introduceerde Freud zijn theorie over
seksualiteit in een driedelige essay publicatie. Hij
deelde de psychoseksuele ontwikkelingstheorie van
een mens op in 5 stadia: oraal (mond), anaal (anus),
fallisch (geslachtsdelen) , latentie (verstand) en
genitaal (geslachtscontact). Deze stadia hebben elk
, een eigen lichaamsdeel dat lust verschaft. Wanneer iemand zich niet volledig kan ontwikkelen tijdens
een van deze stadia door geen of teveel bevrediging zal dit voor fixatie zorgen en gevolgen hebben
op de latere ontwikkeling van het kind.
Deze gedachtegangen worden tegenwoordig niet meer serieus genomen worden door
onderzoeken. Echter is er wel een bijdrage van deze essays meegenomen naar nu, namelijk
de gedachten dat de vroege ontwikkeling van invloed is op ons latere leven. Denk hierbij aan
dingen als de vroege jeugd, seksuele motieven en gehechtheid.
In 1920 publiceert Freud het lustprincipe met hierin de ‘ijsberg van Freud’. Dit boek is van groot
belang voor persoonlijkheidspsychologen. In dit werk introduceert Freud de Id, Superego en Ego. De
Id behoud als ons onderbewuste, Superego met al onze schuld gevoelens, morele bezwaren &
waarden en de Ego het bewuste deel.
Dit boek is van groot belang, omdat hij de samenhang van persoonlijkheid probeert te
begrijpen. Daar waar hiervoor de persoonlijkheid eerder als losse onderdelen werd gezien.
Daarnaast introduceert Freud een begrip van zelfregulatie en executieve controle. Dit zijn
tegenwoordig belangrijke begrippen binnen de cognitieve psychologie en zijn de functies om
zelf ons eigen gedrag aan te sturen (bewust).
In 1940 introduceert de dochter van Freud (Anna Freud) haar eerste werk over het
afweermechanisme van de Ego. Hierbij benoemt ze de processen repressie, ontkenning,
verplaatsing, rationalisatie, projectie en sublimatie. Deze mechanisme zijn er om ons te beschermen
tegen angst. Het kan zijn dat we deze angst soms niet eens bewust ervaren, maar slechts in
lichamelijke symptomen. Deze mechanisme hebben als functie onze Ego beschermen en het
minimaliseren van angst en stress.
Deze mechanisme bieden bescherming tegen schade aan het zelfvertrouwen en iemand psychische
staat. Ze proberen Ego van mensen goed te houden.
- Repressie: de neiging om dingen waar je niet aan wil denken, omdat je er bang van wordt,
gewoon geen aandacht te schenken. Het wegmoffelen en onder het kleed vegen ervan.
- Ontkenning: wanneer de realitieit heel beangstigend is, kan iemand ontkenning inzetten. De
ontekent dan dat dingen zijn zoals ze lijken te zijn; de feiten worden genegeerd.
- Verplaatsing:
- Rationalisatie: Dit komt voornamelijk voor onder hoog opgeleiden. Hierbij worden er
acceptabele reden bedacht voor sociaal onacceptabel gedrag of gebeurtenissen. Het doel
hiervan is angst te doen afnemen dor een beter geaccepteerde verklaring.
- Projectie: het zien van je eigen ongewenste eigenschappen in de tegenstander of om je heen.
Hierbij projecteer je je eigen gedrag op de ander.
- Sublimatie: de psychische energie die gaat naar iets waar je bang voor bent omzetten in iets
positief. Zoals het kanaliseren van onacceptabel seksuele of agressieve driften in sociaal
geaccepteerde activiteiten als bijvoorbeeld sport of bouwwerken.
De bijdrage van Anna Freud zit hem in het introduceren van de belangen van coping en
emotieregulatie en onze hedendaagse blik hierop. Deze lijst met afweermechanisme zien we
als een manier van omgaan met onze emoties.
In 1938 moest Freud vluchten voor de nazi’s en hij vluchtte naar London. Minder dan een jaar hierna
overlijd Freud aan de gevolgen van kanker.
Na Freud