Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Week 4, hoorcollege 1

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
7
Geüpload op
21-11-2019
Geschreven in
2018/2019

Alle uitgeschreven informatie gegeven in het bovengenoemde hoorcollege voor Persoonlijkheidsleer- en persoonlijkheidsonderzoek gegeven in 2019 aan de Vrije Universiteit van Amsterdam.

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 7: Fysiologische benaderingen van persoonlijkheid

De verschillen tussen substraten en correlaat. Substraten is iets in de biologie wat iets veroorzaakt,
een causaal verband. Bij een correlaat spreken we van marker. Een bepaalde biologische maat zegt
iets over een psychologisch fenomeen. Dit is dus niet specifiek een causaal verband.

Substraten van persoonlijkheid.

Een hele oude gedachten is dat lichaamsvorm als substraat
voor persoonlijkheid dient. Hierbij werd je lichaamsbouw als
van belang voor je karaktervorming gezien. Dit soort
typologieën zien we vandaag de dag nog terug in
stereotypes.

Tegenwoordig zien we de hersenen als substraat van
persoonlijkheid. Hiervoor zijn twee benadering. De eerste stroom gaat ervanuit dat hersenstructuren
onze persoonlijkheid beïnvloeden. Denk hierbij aan structuren als de amygdala, het limbische
systeem, etc. Daarnaast is er de benadering dat individuele verschillen voortkomen uit
neurotransmissie. Hierbij gaat het om een heel pad door de hersenen en niet een specifieke
structuur.

Hans Eysenck heeft een belangrijke bijdrage geleverd tot wat
men de emancipatie van de wetenschappelijke psychologie of
van de psychologie als wetenschap zou kunnen noemen. Hij
deed onderzoek naar de empirische evidentie van de
persoonlijkheidspsychologie.

De eertse belangrijke dimensie volgens hem was extraversie en
introversie. Hij stelde dat het substraat voor deze
persoonlijkheidsdimensie is de gemiddelde mate van activatie
van het centrale zenuwstelsel (arousal). Bij activatie van de
hersenen door zintuigelijke prikkels speelt het Ascending
Reticular Activating System (ARAS) in de hersenstam een
belangrijke rol.

Cognitieve prestaties en emotioneel welbevinden zijn optimaal bij
een optimaal arousalniveau volgens de Yerkes-Dodson
wetmatigheid.

De theorie van Eysenck stelt dat introverten een hoger niveau
van activiteit hebben in de ARAS van het brein dan extraverten.
De ARAS heeft voornamelijk de controle over de corticale stimulatie en fungeert als een soort
toegangspoort. Bij introverte mensen zou de ARAS te veel stimulatie in het brein toelaten wat maakt
dat mensen rustige situaties opzoeken. Extraverte mensen Willen Het niveau van stimulatie verhogen
en zoeken daarom een drukke(re) omgeving op.

De arousal bij introverte en extraverte mensen kan onderzocht worden op basis van indicatoren. Het
gedrag van mensen is de functie van genetische informatie en de omgeving. Vervolgens is er een
objectiveerbare maat nodig. Dit kan op basis van een fysiologische indicator, in dit geval meten we
arousal aan de hand van hardslag en huisgeleiding. De hartslag is typerend voor de ervaring van
arousal en de huidgeleiding kan de activiteit van zweetklieren meten. Wanneer een persoon meer
arousal ondervind zal men meer zweten.

, Wanneer we de focus leggen op de hardslag. Wanneer is vastgelegd is of een participant
introvert of extravert is en wat hun hardslag in rust is wordt de participanten in een prettige en
onprettige arousal omgeving een taakje te volbrengen wordt er verwacht dat ze in de prettige
omgeving beter presteren. Dit is in de omgeving van extraverte met meer prikkels en voor introverte
een prikker arme omgeving.

De tweede dimensie van Eysenck is neuroticisme en emotionele
stabiliteit. Het substraat van deze persoonlijkheidsdimensie is volgens
Eysenck de mate van activatie van het limbische systeem (‘visceral brain’).
Personen met een hoge score op neuroticisme reageren sterker op
emotioneel betekenisvolle prikkels en vertonen een grotere activatie van
structuren in het limbische systeem dan emotioneel stabiele personen.
Dit komt door de activiteit in het limbisch systeem.
Met name de amandelvormige kern of amygdala wordt
geactiveerd door prikkels met een emotionele betekenis. De mate van
activiteit in de amygdala kan gemeten worden in een fMRI. Hierbij worden de activatie van de
hersenen tijdens twee staten van elkaar afgetrokken. Bijvoorbeeld de activatie in de hersen tijdens
angst min de activatie in de hersenen tijdens een neutrale stimulus. De uitkomst hiervan zijn de
geactiveerde gebieden specifiek voor angst. Mensen die hoog scoren op neuroticisme hebben een
meer reactieve amygdala dan mensen die laag scoren. Dit maakt dat mensen die hoog score op
neuroticisme sensitiever zijn voor emotionele prikkels dan de mensen die emotioneel stabiel zijn.

Gevoeligheid voor straf en beloning

Gebaseerd op uitgebreid dieronderzoek met psychofarmaca definieerde Jeffery Gray twee
substraten van persoonlijkheid:

- BAS: Behavioral Activation System:
Activatie van het BAS hangt samen met positieve emoties en gedragsactivatie, met name
beloningzoekend gedrag (‘approach behavior').
- BIS: Behavioral Inhibition System:
Activatie van het BIS hangt samen met negatieve en onderdrukking van gedrag, met name
gedrag dat straf kan opleveren (‘avoidance behavior)’.

Gray’s persoonlijkheidstheorie is gebaseerd op verschillen in de gevoeligheid voor straf en beloning
die teruggaan op verschillen in het gemak waarmee het BAS en BIS worden geactiveerd.

- Personen die hoog scoren op BAS-activatie zijn gevoelig voor (directe) beloning. Impulsiviteit
is de gedragsdimensie die met deze gevoeligheid samenhangt.
- Personen die hoog scoren op BIS-activatie zijn gevoelig voor straf. Angstigheid is de
gedragsdimensie die met deze gevoeligheid samenhangt.

Om dit te meten wordt er gebruik gemaakt van ElectroEncephaloGrafie (EEG).
Deze kan de ritmische elektrische hersenactiviteit van de linker en
rechterhersenhelft op de schedel worden gemeten (bijvoorbeeld in de alfa-
frequentie ~10 Hz).

De stimuli met een positieve inhoud wekken relatief meer activiteit op in de
voorste linker- dan rechterhersenhelft (F3/F4↑) en stimuli met een negatieve
inhoud wekken juist het omgekeerde activiteit op (F3/F4 ↓).

Documentinformatie

Geüpload op
21 november 2019
Aantal pagina's
7
Geschreven in
2018/2019
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€3,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
jalienvandentweel Vrije Universiteit Amsterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
35
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
28
Documenten
10
Laatst verkocht
3 jaar geleden

3,5

2 beoordelingen

5
0
4
1
3
1
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen