Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Antwoorden

Formeel belastingrecht werkcolleges compleet uitgewerkt (TLS)

Beoordeling
3,0
(3)
Verkocht
13
Pagina's
46
Geüpload op
22-11-2019
Geschreven in
2019/2020

De werkcolleges van formeel belastingrecht volledig uitgewerkt. Uitwerking van het tentamen volgt volgende week.

Voorbeeld van de inhoud

Formeel belastingrecht
Werkcollege 1: heffingsmethoden

Opgave 1
Geef bij onderstaande belastingmiddelen aan of er sprake is van
a. Aanslagbelasting of een aangiftebelasting.
b. Tijdvakbelasting of tijdstipbelasting.

Onderbouw uw antwoord met de relevante wetsartikelen
1. Inkomstenbelasting
Aanslagbelasting: art. 9.1 lid 1 IB. Je doet aangifte. Aanslag wordt gemaakt, daarna betaal je pas.
Tijdvakbelasting: art. 2.3 IB.
2. Loonbelasting
Aangiftebelasting en tijdvakbelasting: art. 27 lid 5 LB.
3. Omzetbelasting
Aangiftebelasting en tijdvakbelasting: art. 14 lid 1 OB
4. Schenk- en erfbelasting
Aanslagbelasting: art. 37 lid 1 SW
Tijdstipbelasting: art. 1 lid 1 SW
5. Vennootschapsbelasting
Aanslagbelasting: art. 24 lid 1 Vpb
Tijdvakbelasting: art. 7 lid 4 Vpb. …Het boekjaar dan wel, zo de belastingplichtige niet regelmatig
boekhoudt met geregelde jaarlijkse afsluitingen, kalenderjaar.

Wat is het verschil tussen een aanslagbelasting en een aangiftebelasting?
Bij een aangiftebelasting berekent de belastingplichtige of inhoudingsplichtige zelfde de verschuldigde belasting.
Bij een aanslagbelasting volgt het opleggen van een aanslag na de indiening van de aangifte door de
belastingplichtige.

Wat is het verschil tussen een tijdvakbelasting of een tijdstipbelasting?
Tijdvak ziet op een tijdvak, periode waarin belasting verschuldigd is. Tijdstip ziet op een gebeurtenis, bijvoorbeeld
de successiewet.

Opgave 2
Bij naheffing van aangiftebelasting is in art. 20 Awr in tegenstelling tot art. 16 Awr niet het vereiste van een
nieuw feit opgenomen. Wat is hiervan de achterliggende gedachte?
Art. 20 en art. 16 Awr zien allebei op correctie van de aangifte. Bij art. 20 heb je zelf je belasting opgegeven dus is
het je eigen fout als je dat verkeerd doet, gaat over aangiftebelastingen. Bij art. 16 heeft de inspecteur de aanslag
opgelegd dus hij heeft echt een nieuw feit nodig om te kunnen navorderen, gaat over aanslagbelastingen. Bij een
aanslagbelasting dient de belastingplichtige eerst de aangifte in. De belastingdienst is bekend met de feiten, op
het moment dat daar vragen over zijn kunnen deze worden gesteld. Op het moment dat er een definitieve
aanslag is moet er sprake zijn van een nieuw feit. Bij een aangiftebelasting gebeurd dit allemaal niet. De
belastingplichtige berekent zelf de verschuldigde belasting. Daarom geen nieuw feit vereiste. Bij aanslagbelasting
is het uitgangspunt dat de inspecteur de aangifte controleert en dan een aanslag oplegt. De inspecteur is dus
bekend met de feiten.

Opgave 3
Joker B.V. heeft over het jaar 2015 aangifte vennootschapsbelasting gedaan en daarbij ook een kopie van de
jaarrekening gevoegd. De inspecteur neemt uitgebreid de tijd om de ingediende aangifte en de bijlagen te
bestuderen. Hij stelt ook een groot aantal schriftelijke vragen en neemt ruim de tijd om de antwoorden op deze
vragen te bestuderen. Uiteindelijk legt hij in december 2018 de aanslag vennootschapsbelasting 2015 op,
overeenkomstig de ingediende aangifte. De aanslag krijgt een dagtekening 30 december 2018. Door technische
storingen wordt de aanslag pas in januari 2019 verzonden. Joker B.V. ontvangt de aanslag op 10 januari 2019.

,a) Wat kan formeelrechtelijk ten aanzien van deze aanslag worden gesteld?
Dit is een tijdvak belasting (Vpb): art. 7 lid 4 Vpb. Het is een aanslagbelasting op grond van art. 24 lid 1 Vpb. Welke
termijn geldt hier voor het opleggen van de aanslag? Art 11 lid 3 AWR  termijn is 3 jaar. De belastingschuld
ontstaat op het tijdstip dat het tijdvak waarover wordt geheven eindigt (art. 11 lid 3 AWR). Je begint te tellen aan
het einde van het tijdvak. De belasting wordt dus geheven over 2015, termijn begint te lopen eind 2015. De
aanslag moet hier dus opgelegd worden voor 1 januari 2018. Einde boekjaar 2015 is 31-12-2015 + 3 jaar = 31
december 2018. Art. 5 AWR: de dagtekening van de aanslag van 30/12/2018 is doorslaggevend.

HR 18 april 2014 BNB 2014/182. Als de aanslag later komt door de schuld van de belastingdienst dan geldt niet
meer de dagtekening maar de bekendmaking van besluit. Indien het aanslagbiljet na de datum van de
dagtekening ter post is bezorgd, geldt de datum van terpostbezorging als de datum waarop de aanslag is
opgelegd. In casu is het in januari 2019 verzonden en dus te laat. De aanslag is te laat opgelegd en dus derhalve
verjaard.
Als bijv belastingplichtige zijn adres niet goed doorgeeft dan is het je eigen schuld en geldt gewoon art 5 AWR. In
dit geval is de aanslag dus niet rechtsgeldig opgelegd.

b) Gesteld dat de aanslag te laat is opgelegd. Wat zijn de gevolgen. Kan de inspecteur zich nog ergens op
beroepen om de aanslag in stand te laten?
Gevolgen van het te laat opleggen is dat de aanslag vernietigd wordt (dit is de primitieve aanslag). Evt voorlopige
aanslagen vervallen ook op grond van HR 16 oktober 1991 BNB 1991/339 . Evt voorheffingen worden verrekend
voor zover ze de materiele belastingschuld overtreffen. Wat kan de inspecteur doen? Conversie. Je converteert
een primitieve aanslag naar een navorderingsaanslag (dit is een vb kan op verschillende manieren). Dit kan alleen
toegepast worden als je dan vervolgens voldoet aan een van de voorwaarden van art 16 AWR. In dit geval  geen
nieuw feit. Sprake van kenbare fout? (art 16 lid 2 sub c) dat zou in dit geval wel kunnen. Veel discussie over deze
bepaling. (met een fout wordt hier bedoelt bijv een technische storing ed. als je echt een juridische fout maakt,
zoals 2 keer een primitieve aanslag opleggen (wat dus niet kan in het belastingrecht) dan geldt dit niet als fout in
de zin van art.

Indien een definitieve aanslag buiten termijn is opgelegd, is deze niet rechtsgeldig en zal deze moeten worden
vernietigd (ook VA’s). De aanslag is weliswaar buiten de aanslagtermijn van art. 11 lid 3 AWR opgelegd, maar
binnen de navorderingstermijn van art. 16 lid 3 AWR. De primitieve aanslag wordt dan beschouwd als een
navorderingsaanslag. Daarvoor is dan wel vereist dat is voldaan aan de voorwaarden voor navordering (ex art. 16
AWR).

Stel dat de inspecteur destijds negen maanden uitstel heeft verleend voor het indienen van de aangifte maar
Joker B.V. heeft van dat uitstel geen gebruik gemaakt.

c) Is de aanslag vennootschapsbelasting over 2015 alsnog rechtsgeldig opgelegd?
Art. 11 lid 3 AWR: indien voor het doen van aangifte uitstel is verleend, wordt deze termijn met de duur van dit
uitstel verlengd. De inspecteur heeft 9 maanden uitstel verleend. De aanslagtermijn wordt dus met 9 maanden
verlengd. Einde boekjaar 2015 is 31-12-2015 + 3 jaar + 9 maanden dus 30 september 2019. Het maakt niet uit of
van dat uitstel van het doen van aangifte gebruik is gemaakt. De aanslagtermijn is eindigt dus op 30 september
2019 en de aanslag is dus tijdig opgelegd, aangezien hij in januari 2019 is verzonden.

Opgave 4
Job is student aan de Design Academy in Eindhoven. Hij heeft tijdens een opdracht op school een opvouwbare
robot bedacht. Dit idee is zo goed dat het op televisie wordt verkozen tot het slimste idee van Nederland voor
het jaar 2017. Job kan meteen goed zaken doen en verkoopt zijn idee aan een groot concern die de robot kan
verkopen aan meer dan 5000 winkels in Nederland en in zeven landen in Europa. Job heeft bij de verkoop
afgesproken dat hij per verkochte robot € 1,00 ontvangt. Naast zijn studiebeurs is dat een lucratieve
inkomstenbron. Hij heeft hiermee al een inkomen gegenereerd van € 50.500,- in 2018. Job meent dat hij geen
aangifte Inkomstenbelasting hoeft in te dienen omdat hij geen aangiftebiljet heeft ontvangen.

a) Klopt de stelling van Job dat hij geen aangifte hoeft te doen voor de inkomstenbelasting indien hij geen
aangiftebiljet heeft ontvangen? Motiveer uw antwoord.

,Het gaat in dit geval om inkomstenbelasting en dat is een aanslagbelasting: art. 9.1 lid 1 IB. Art. 6 lid 3 AWR: als je
geen uitnodiging krijgt dat kan je verplicht worden om de uitnodiging zelf te verzoeken. Dit artikel is verder
uitgewerkt in een ministeriële regeling Bij ministeriële regeling: art. 2 lid 1 uitvoeringsregeling AWR: met
betrekking tot belastingen die bij wijze van aanslag worden geheven, dus een aanslagbelasting, en dus van
toepassing op de IB. Art. 6 lid 3 is een kan bepaling, maar art. 2 zegt dat hij er om moet verzoeken (moet-
bepaling). Hij moet verzoeken binnen 2 weken, art. 2 lid 4 uitvoeringsregeling AWR. Een belastingschuld ontstaat
(art. 2 lid 5 uitvoeringsregeling) op 31-12-2018. Op basis van lid 1 moet dit gebeuren binnen 6 maanden, op basis
van lid 4 binnen twee weken. Dus 31-12-2018 + 6 maanden + 2 weken = 14 juli 2019.

Stel dat de inspecteur een aangifte inkomstenbelasting 2018 heeft uitgereikt. Job meent dat hij deze aangifte
niet hoeft in te vullen omdat hij die € 50.500,- heeft ontvangen naar aanleiding van een wedstrijd. Hij meent
daarom dat die inkomsten niet belast zijn. Job ondertekent het aangiftebiljet en stuurt het biljet verder
oningevuld retour.

b) Heeft Job hiermee voldaan aan de wettelijke aangifteplicht?
Art. 8 lid 1 AWR: ieder die is uitgenodigd, Job is uitgenodigd op grond van art. 4a uitvoeringsregeling AWR want
hij heeft een aangifte brief ontvangen, aan deze verplichting wordt alleen voldaan indien de gevraagde gegevens
duidelijk zijn ingevuld. Het standpunt van Job is dus niet juist.
Job is van mening dat hij niet belast is voor de IB, dit ontslaat hem niet van de verplichting dit inkomen te melden
en een standpunt voor te leggen. BNB 1996/273: wanneer een belastingplichtige zijn aangifte oningevuld retour
zendt, maar daarbij uitdrukkelijk en gemotiveerd aangeeft dat en waarom hij van mening is dat hij niet
belastingplichtig is, wordt hij echter niet nalatig geacht te zijn in het doen van aangifte. Job had dus uitdrukkelijk
en gemotiveerd moeten aangeven waarom hij geen IB verschuldigd is. Het niet inleveren van een uitgereikt
aangiftebiljet leid tot omkering van de bewijslast (artt. 25 lid 3 en 27e AWR).

Naar aanleiding van het blanco aangiftebiljet legt de inspecteur aan Job een aanslag inkomstenbelasting 2018
op naar een geschat bedrag van € 2.000.000,-.

c) Heeft de inspecteur die bevoegdheid?
Art. 11 lid 2 AWR: hij kan een ambtshalve aanslag opleggen. De inspecteur heeft dus deze bevoegdheid.
Grens: dit moet wel een redelijke schatting zijn (op grond van BNB 1955/51 en BNB 1989/145). Als je 50.000 hebt
verdiend is het niet redelijk om een aanslag van 2.000.000 op te leggen. De inspecteur zal stellen dat niet de
vereiste aangifte is gedaan omdat daarin het inkomen uit de verkoop van de robots niet is opgekomen. Nu in de
aangifte in het geheel niets is aangegeven over dit inkomen is de vereiste aangifte niet gedaan.

De inspecteur stelt dat Job maar moet aantonen dat de aanslag tot een te hoog bedrag is opgelegd.

d) Bent u het eens met deze stelling van de inspecteur?
Omdat hij niet voldaan heeft aan art. 8 AWR is de vereiste aangifte niet gedaan. Dit leidt tot omkering en
verzwaring van de bewijslijst (art. 27e AWR en 25 lid 3 AWR). Belastingplichtige moet doen blijken dat de aanslag
onjuist is. De stelling van de inspecteur is dus juist.

e) Maakt het voor de beantwoording van vraag d. uit of Job een aangiftebiljet uitgereikt heeft gekregen?
Ja, indien geen aangiftebiljet is uitgereikt dan kan inspecteur niet stellen dat niet de vereiste aangifte is gedaan.
Dan geldt de normale bewijslastverdeling, tenzij een informatiebeschikking is opgelegd.

Werkcollege 2: navordering/naheffing

Navorderen: art. 16 AWR. Je dient eerst een aanslag in, dan krijg je pas een aanslag die de inspecteur controleert
(aanslagbelasting)
 Hoofdregel: 5 jaar
 Uitzonderingen
o Navordering met toepassing van art. 2.17 lid 4 IB, termijn is dan onbeperkt
 Op het moment dat partners geen keus maken binnen de IB, dan zegt 2.17 dat je 50/50
moet toereken aan elkaar. Aangifte staat in principe onherroepelijk vast. Je kunt hier

, laten tegen in bezwaar en beroep gaan. Het meerder kan vaak niet meer worden
nagevorderd. Daarvoor is 2.17 dat je wel nog na kunt vorderen.
 Man en vrouw hebben een box 3 vermogen van 1 miljoen. De eerste keus is dat het 50/50
wordt verdeeld. De man krijgt een aanslag IB van 500.000. Dit is een definitieve aanslag.
Hetzelfde geldt voor de vrouw. Paar maanden later wil de vrouw alles toebedelen aan de
man. Haar aanslag moet dus worden verminderd. Vrouw had box 3 500.000 en krijgt nu
een aanslag van 0. Kun je bij de man terugkomen op de aanslag? Inspecteur heeft in dit
geval geen nieuw feit. Als deze regeling er dus niet was, was de belastingdienst in dit
geval 500.000 verloren. Op grond van lid 4 mag de inspecteur dus wel navorderen
o Navordering in een buitenlandse situatie: termijn is dan 12 jaar en begint pas te lopen op het
moment dat de belastingschuld is ontstaan (lid 4)
 Rechtszekerheidsbeginsel
 Let op voortvarendheideis: inspecteur moet voortvarend te werk gaan. BNB 2010/199: op
het moment dat je in een casus gaat navorderen in een buitenlandse situatie altijd dit
arrest noemen. Ondanks dat de inspecteur 12 jaar had, moet hij voortvarend te werk
gaan. Op het moment dat hij het weet, moet hij er ook wat mee doen.
o Navordering op grond van kenbare fout; termijn is dan 2 jaar, te rekenen vanaf de dagtekening
van de aanslag of van het besluit dat er geen aanslag zal worden opgelegd (lid 2 sub c)
 Verschil van meer dan 30%

Wat zijn de voorwaarden voor navordering?
Voor de beoordeling of een navorderingsaanslag terecht is opgelegd is het van belang om de vragen in de juiste
volgorde te stellen.

Stappenplan:
1. Eerst de termijnen controleren ex. art. 16 lid 3 en 4 Awr
2. Toetsen aan art. 16 lid 2 Awr: daarna controleren of aan de verkorte navorderingstermijn is voldaan
indien sprake is van een kenbare fout
3. Er is geen sprake van een situatie als bedoeld in art. 16 lid 2 Awr: een voorlopige aanslag, een voorheffing,
een voorlopige teruggaaf of een voorlopige verliesverrekening die ten onrechte of tot een onjuist bedrag
is verrekend, of een situatie als bedoeld in art. 2.17 lid 3 of 4 IB of een kenbare fout in de zin van art. 16
lid 2 sub c Awr
4. Daarna pas controleren of voldaan is aan art. 16 lid 1: is sprake van een nieuw feit of te kwader trouw

Opgave 1
De heer Pieterse heeft een café met restaurant. Hij roomt zijn omzet regelmatig af en geeft dit geld niet aan bij
de Belastingdienst. Hij heeft in de jaren 2006 tot en met 2015 een bankrekening gehad bij de F bank in
Antwerpen, waarop hij de afgeroomde en niet-aangegeven omzet contant heeft gestort. Voor de jaren 2006 tot
en met 2015 heeft zijn belastingadviseur – die niets wist van deze ‘zwarte’ bankrekening in Antwerpen – ieder
jaar negen maanden uitstel van aangifte gevraagd. De heer Pieterse wist niks van dit uitstel voor het doen van
die aangifte.
a) Over welk jaar of welke jaren kan de Inspecteur nog rechtsgeldig een navorderingsaanslag
inkomstenbelasting opleggen?
Art. 16 lid 3: uitstel
Art. 11 lid 4 Awr: indien voor het doen van aangifte uitstel is verleend …

Art. 16 lid 4 AWR. Op grond van deze bepaling kan de inspecteur nog tot 12 jaar terug en navorderingsaanslag
opleggen nadat de schuld is ontstaan. De schuld is ontstaan voor 1 september + 9 maanden uitstel, dan nog 12
jaar terug. We kijken naar IB 2015, dit is een tijdvakbelasting. Het tijdvak eindigt op 31-12-2015 en op dit moment
ontstaat de belastingschuld. Er is 9 maanden uitstel verleend. Dus 31-12-2015 + 9 maanden = 30 september 2016.
Hier gaat dan vervolgens 12 jaar vanaf. Hij had dus kunnen navorderen vanaf 30 september 2004. Het valt dus
over alle jaren van de schuld. Het maakt niet uit dat Heer Pieterse wel of niet wist van de aangevraagde uitstel.
Is de inspecteur hier voortvarend te werk gegaan? BNB 2010/199. Er is in dit geval aan voldaan. De inspecteur is
direct aan de slag gegaan. Dus over de jaren 2006 t/m 2015 kan een navorderingsaanslag worden opgelegd.

Documentinformatie

Geüpload op
22 november 2019
Bestand laatst geupdate op
22 november 2019
Aantal pagina's
46
Geschreven in
2019/2020
Type
Antwoorden
Persoon
Onbekend
€3,49
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 13 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 3 reviews worden weergegeven
5 jaar geleden

5 jaar geleden

6 jaar geleden

3,0

3 beoordelingen

5
1
4
0
3
1
2
0
1
1
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
britt_heijligers Tilburg University
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
134
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
107
Documenten
2
Laatst verkocht
2 jaar geleden

3,4

19 beoordelingen

5
7
4
4
3
3
2
0
1
5

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen