Samenvatting Vloeiendheid – blok 3
HC 1 – Vloeiendheid
Inleiding (H1 – Guitar)
- Terminologie
o Persoon die stottert versus een stotteraar
o (On)vloeiend spreken versus stotteren
Op een gemakkelijke wijze, zonder veel inspanning, betekenisvolle spraak
produceren (Startwheater, 1991)
Stotteren wordt gekenmerkt door een abnormaal hoge frequentie of duur
van pauzes in de stroom van de spraak
o Kernstottergedrag versus secundair gedrag
o Gevoelens en attitudes
- Ontwikkelingsstotteren
o Jaar 2: psychogeen stotteren, Neurogeen stotteren, Broddelen
- Onset
- Prevalentie & Incidentie
- (Spontaan) herstel
- Verhouding naar geslacht
- Variatie & voorspelbaarheid
- Vloeiendheidsbevorderende condities
Constitutionele (aanleg) factoren (H2 – Guitar)
- Erfelijke factor
o Stamboomonderzoek
o Tweelingonderzoek
o Adoptieonderzoek
o Genetische onderzoek
- Hersenstructuur en –functie
o Verschil in hersenprocessen:
Meer rechterhemisfeer activiteit tijdens spraak bij mensen die stotteren, dan
bij vloeiende sprekers
De verhoogde hersenactiviteit neemt af en de activiteit in de linkhemisfeer
neemt toe na therapie of langere periode van vloeiende spraak
o Verschil in de hersenstructuren
, - Sensorische processen
o Minder ontwikkelde auditieve verwerking
o Uitschakeling auditieve feedback vermindert het stotteren
- Sensomotorische processen
o Mensen die stotteren hebben vaak langzamere reactietijden
o Vloeiende spraak van iemand die stottert is meestal langzamer
o Langzamere en minder precieze reactie in niet-spraakgebonden taken
- Linguïstische factoren
o Onset vaak geassocieerd met taalontwikkeling
o Minder stevige taalmogelijkheden
o Meer stotteren bij langere, complexere uitingen
o Complexere taal vermindert prestaties op andere gebieden
- Emoties
o Mensen die stotteren zijn niet angstiger dan mensen die niet stotteren, maar angst
doet stotteren wel toenemen
o Mensen die stotteren lijken een gevoeliger temperament te hebben, meer introvert
Ontwikkelingsfactoren (H4 – Guitar)
Competitie voor ‘neural resources’
- Lichamelijke ontwikkeling
- Spraak-taalontwikkeling
- Cognitieve ontwikkeling
- Sociaal-emotionele ontwikkeling
Omgevingsfactoren (H4 – Guitar)
- Ouders
- Eisen spraak-taal
- Levensgebeurtenissen
Leerfactoren (H4 – Guitar)
- Klassieke conditionering
- Operante conditionering
- Vermijdingsconditionering
, Klinisch werkmodel (Ad Bertens, 1993)
Ontwikkelingsstadia van stotteren (Guitar, 2006)
- Normale onvloeiendheid 1;5 – 6;0
- Borderline stotteren 1;5 – 6;0
- Beginnend stotteren 2;0 – 8;0
- Intermediate stotteren 6;0 – 13;0
- Gevorderd stotteren 14;0 en ouder
HC 1 – Vloeiendheid
Inleiding (H1 – Guitar)
- Terminologie
o Persoon die stottert versus een stotteraar
o (On)vloeiend spreken versus stotteren
Op een gemakkelijke wijze, zonder veel inspanning, betekenisvolle spraak
produceren (Startwheater, 1991)
Stotteren wordt gekenmerkt door een abnormaal hoge frequentie of duur
van pauzes in de stroom van de spraak
o Kernstottergedrag versus secundair gedrag
o Gevoelens en attitudes
- Ontwikkelingsstotteren
o Jaar 2: psychogeen stotteren, Neurogeen stotteren, Broddelen
- Onset
- Prevalentie & Incidentie
- (Spontaan) herstel
- Verhouding naar geslacht
- Variatie & voorspelbaarheid
- Vloeiendheidsbevorderende condities
Constitutionele (aanleg) factoren (H2 – Guitar)
- Erfelijke factor
o Stamboomonderzoek
o Tweelingonderzoek
o Adoptieonderzoek
o Genetische onderzoek
- Hersenstructuur en –functie
o Verschil in hersenprocessen:
Meer rechterhemisfeer activiteit tijdens spraak bij mensen die stotteren, dan
bij vloeiende sprekers
De verhoogde hersenactiviteit neemt af en de activiteit in de linkhemisfeer
neemt toe na therapie of langere periode van vloeiende spraak
o Verschil in de hersenstructuren
, - Sensorische processen
o Minder ontwikkelde auditieve verwerking
o Uitschakeling auditieve feedback vermindert het stotteren
- Sensomotorische processen
o Mensen die stotteren hebben vaak langzamere reactietijden
o Vloeiende spraak van iemand die stottert is meestal langzamer
o Langzamere en minder precieze reactie in niet-spraakgebonden taken
- Linguïstische factoren
o Onset vaak geassocieerd met taalontwikkeling
o Minder stevige taalmogelijkheden
o Meer stotteren bij langere, complexere uitingen
o Complexere taal vermindert prestaties op andere gebieden
- Emoties
o Mensen die stotteren zijn niet angstiger dan mensen die niet stotteren, maar angst
doet stotteren wel toenemen
o Mensen die stotteren lijken een gevoeliger temperament te hebben, meer introvert
Ontwikkelingsfactoren (H4 – Guitar)
Competitie voor ‘neural resources’
- Lichamelijke ontwikkeling
- Spraak-taalontwikkeling
- Cognitieve ontwikkeling
- Sociaal-emotionele ontwikkeling
Omgevingsfactoren (H4 – Guitar)
- Ouders
- Eisen spraak-taal
- Levensgebeurtenissen
Leerfactoren (H4 – Guitar)
- Klassieke conditionering
- Operante conditionering
- Vermijdingsconditionering
, Klinisch werkmodel (Ad Bertens, 1993)
Ontwikkelingsstadia van stotteren (Guitar, 2006)
- Normale onvloeiendheid 1;5 – 6;0
- Borderline stotteren 1;5 – 6;0
- Beginnend stotteren 2;0 – 8;0
- Intermediate stotteren 6;0 – 13;0
- Gevorderd stotteren 14;0 en ouder