Pathofysiologie Pijn
Klinische Neurologie
Definitie pijn
Een onaangename sensorische en emotionele ervaring geassocieerd met echte of potentiële
weefselschade.
Anatomie pijnnetwerk
1. Weefselschade
2. Triggering nociceptoren
3. Afferente C-vezels
4. Afferente Aδ-vezels
5. Dorsale hoorn
6. Tractus spinothalamicus
7. Thalamus
8. Cortex
9. Dalende tractus (remmend)
Er zijn twee soorten pijn: nociceptieve en neuropathische pijn. Nociceptieve pijn ontstaat door
schade aan niet-neuronaal weefsel en er worden nociceptoren geactiveerd. Nociceptoren zijn
uiteinden van zenuwen. Neuropathische pijn ontstaat door schade aan de zenuwen.
1. Weefselschade
2. Nociceptoren
Na weefselschade gaan mestcellen, neutrofielen en macrofagen stoffen afgeven, zoals cytokines en
groeifactoren. Deze stofjes worden bij elkaar sensitizing soup genoemd. Er zijn een aantal receptoren
die door bepaalde stofjes worden geprikkeld. Voorbeelden van deze receptoren zijn TRPV1 en PGs
(prostaglandines).
Doordat de receptoren geactiveerd worden door de stofjes, vinden er intracellulaire veranderingen
plaats. Door deze veranderingen bouwt TRPV1 in in het celmembraan. Hierdoor komen er meer
receptoren waardoor meer stoffen gebonden kunnen worden. Hierdoor vinden er steeds meer
intracellulaire veranderingen plaats. Door deze intracellulaire veranderingen kunnen natriumkanalen
1.8 en 1.9 open gaan staan, waardoor een actiepotentiaal kan ontstaan.
Elke TRPV (transient receptor potential) reageert op een eigen trigger. TRPV1 reageert bijvoorbeeld
op vetten, H+, capsaicine en hitte. TRPVM reageert juist op kou.
Triple response of Lewis:
Weefselschade en inflammatie sensitizing soup nociceptor met hoge drempelwaarde
nociceptor met lage drempelwaarde
Zenuwen geven bij weefselschade ook terugkoppeling aan de bloedvaten rondom de zenuw. Dit
wordt gedaan door CGRP. CGRP zorgt ervoor dat bloedvaten gaan dilateren.
3. C-vezels
4. Aδ-vezels
Aδ-vezels bevatten een myelineschede. Een Aδ-vezel zal daarom impulsen sneller doorgeven dan C-
vezels. C-vezels zijn het dunst en geleiden het langzaamst, Aβ-vezels zijn dik gemyeliniseerd en
geleiden heel snel.
C-vezels: temperatuur, chemisch, druk (primaire hyperalgesie, nociceptief)
Aβ-vezels: aanraking (secundaire hyperalgesie, non-nociceptief)
Klinische Neurologie
Definitie pijn
Een onaangename sensorische en emotionele ervaring geassocieerd met echte of potentiële
weefselschade.
Anatomie pijnnetwerk
1. Weefselschade
2. Triggering nociceptoren
3. Afferente C-vezels
4. Afferente Aδ-vezels
5. Dorsale hoorn
6. Tractus spinothalamicus
7. Thalamus
8. Cortex
9. Dalende tractus (remmend)
Er zijn twee soorten pijn: nociceptieve en neuropathische pijn. Nociceptieve pijn ontstaat door
schade aan niet-neuronaal weefsel en er worden nociceptoren geactiveerd. Nociceptoren zijn
uiteinden van zenuwen. Neuropathische pijn ontstaat door schade aan de zenuwen.
1. Weefselschade
2. Nociceptoren
Na weefselschade gaan mestcellen, neutrofielen en macrofagen stoffen afgeven, zoals cytokines en
groeifactoren. Deze stofjes worden bij elkaar sensitizing soup genoemd. Er zijn een aantal receptoren
die door bepaalde stofjes worden geprikkeld. Voorbeelden van deze receptoren zijn TRPV1 en PGs
(prostaglandines).
Doordat de receptoren geactiveerd worden door de stofjes, vinden er intracellulaire veranderingen
plaats. Door deze veranderingen bouwt TRPV1 in in het celmembraan. Hierdoor komen er meer
receptoren waardoor meer stoffen gebonden kunnen worden. Hierdoor vinden er steeds meer
intracellulaire veranderingen plaats. Door deze intracellulaire veranderingen kunnen natriumkanalen
1.8 en 1.9 open gaan staan, waardoor een actiepotentiaal kan ontstaan.
Elke TRPV (transient receptor potential) reageert op een eigen trigger. TRPV1 reageert bijvoorbeeld
op vetten, H+, capsaicine en hitte. TRPVM reageert juist op kou.
Triple response of Lewis:
Weefselschade en inflammatie sensitizing soup nociceptor met hoge drempelwaarde
nociceptor met lage drempelwaarde
Zenuwen geven bij weefselschade ook terugkoppeling aan de bloedvaten rondom de zenuw. Dit
wordt gedaan door CGRP. CGRP zorgt ervoor dat bloedvaten gaan dilateren.
3. C-vezels
4. Aδ-vezels
Aδ-vezels bevatten een myelineschede. Een Aδ-vezel zal daarom impulsen sneller doorgeven dan C-
vezels. C-vezels zijn het dunst en geleiden het langzaamst, Aβ-vezels zijn dik gemyeliniseerd en
geleiden heel snel.
C-vezels: temperatuur, chemisch, druk (primaire hyperalgesie, nociceptief)
Aβ-vezels: aanraking (secundaire hyperalgesie, non-nociceptief)