Inhoudsopgave
Hoorcollege 1 dinsdag 14 november (05/01)............................................................................................................................ 2
Socialisatie theorieën.......................................................................................................................................................................2
Socialisatieprocessen en mechanismen...........................................................................................................................................3
Hoorcollege 2 dinsdag 21 november (05/01)............................................................................................................................ 4
Voorspellers van gehechtheid..........................................................................................................................................................5
Gevolgen van gehechtheid...............................................................................................................................................................6
Hoorcollege 3 dinsdag 28 november (05/01)............................................................................................................................ 6
Processen in de gendersocialisatie...................................................................................................................................................7
Hoorcollege 4 dinsdag 5 December (08/01).............................................................................................................................. 8
Primaire en secundaire emoties.......................................................................................................................................................8
Theoretische principes......................................................................................................................................................................8
Mijlpalen..........................................................................................................................................................................................9
Socialisatie........................................................................................................................................................................................9
Empathie..........................................................................................................................................................................................9
Prosociaal gedrag..........................................................................................................................................................................10
Hoorcollege 5 dinsdag 12 December (08/01).......................................................................................................................... 11
Theoretische perspectieven............................................................................................................................................................11
Opvoeding......................................................................................................................................................................................12
Hoorcollege 6 dinsdag 19 December (09/01).......................................................................................................................... 13
Belangrijke factoren: Bronfenbrenner............................................................................................................................................13
Gezinssysteem theorie (micro/meso).............................................................................................................................................15
Hoorcollege 7 dinsdag 9 Januari (15/01)................................................................................................................................. 15
Aantrekkelijkheid van social media................................................................................................................................................15
Theorieen over media-effecten......................................................................................................................................................17
Sociale media en zelfvertrouwen...................................................................................................................................................17
Hoorcollege 8 dinsdag 16 Januari (19/01)............................................................................................................................... 18
Theorieën.......................................................................................................................................................................................18
Peerfuncties....................................................................................................................................................................................19
Ontwikkeling van vriendschappen bij leeftijdgenoten...................................................................................................................19
Selectie en socialisatie....................................................................................................................................................................20
Vriendschapsvormen......................................................................................................................................................................21
,Hoorcollege 1 dinsdag 14 november (05/01)
Pedagogische systemen in kindertijd en adolescentie
Socialisatie= een proces waarbij kinderen kennis, vaardigheden en gedragingen verkrijgen/aanleren en
overtuigingen, waarden en normen eigen maken die eigen zijn aan een bepaalde cultuur/samenleven
waardoor ze in staat zijn te participeren in de samenleving
Socialisatie theorieën
Freud: kinderen hebben veel driften zorgt voor bepaald gedrag
- Regulatie impulsen
- Ouders zorgen voor externe controle
- Psychodynamische benadering
Id = primitieve driften
Ego = reguleert impulsen
Superego = geweten
Block&Block:
Ego-controle = expressie van impulsen, kan je dat op een maatschappelijk gewenste manier beheersen
Ego-resilliency = de aanpassing van de ego controle aan de omgeving
Rothbart:
Effortful control = aandacht kunnen verdelen, weten wanneer je moet focussen, waarneming sensitief,
aanvoelen wat de verwachtingen zijn van de omgeving, in staat om aansluiting te vinden bij anderen en je
aan te passen
- Hoge mate van ‘effortful control’ lage intensiteit van plezier door te veel bezig zijn met
aanpassen en bezig zijn met hun omgeving, minder zichzelf zijn
Langeveld: de taak van ouders is het kind helpen ‘mondig’ te worden door ‘met rust te laten’
- Doel: zelfverantwoordelijke zelfbepaling = je wilt dat kinderen zelf verantwoordelijk zijn, vragen om
wat ze willen, ‘mondig’ zijn
Spock: toch wel aandacht geven aan het kind
Watson:
Begin 20e eeuw Klassieke conditionering
- Little Albert = experiment met geluid en dieren aaien
- Pavlov = met de hond en de bel en eten
Skinner:
Halverwege 20e eeuw Operant conditioneren
- Aanleren van gewenst gedrag met positieve of negatieve bekrachtiging
Patterson:
Coercion cycle =
1. Moeder dringt op ‘aversieve’ manier binnen in de activiteit van het kind
2. Het kind gaat in de tegenaanval
3. Moeder stopt met berispen
a) Effect op korte termijn = kind denkt, mooi ik heb mijn zin, ik hoef niet te doen wat ik niet wil
b) Effect op lange termijn = kind gaat dat de volgende keer ook doen
4. Het kind staakt de tegenaanval
, Bandura:
Sociaal cognitieve leertheorie = leren door observeren/imiteren
Performance vs. learning = het goede gedrag ook laten zien wat je geleerd hebt
- Motivatie = kinderen moeten motivatie hebben om dit gedrag te laten zien
- Self-efficacy = kinderen moeten in zichzelf geloven
Bowlby:
Hechtingstheorie = kinderen hebben een aangeboren neiging om bescherming te zoeken bij ouders
Lorenz:
Imprinting = babyganzen volgen de eerste die ze zien als ze uit het ei komen, gans of mens
Harlow:
- Experiment met het aapje en de stomme/harde pop en de zachte vriendelijke
- ‘Koestering’
Socialisatieprocessen en mechanismen
1. Samenhang vs. causaliteit =
Unidirectioneel verband= ouder naar kind
Bidirectioneel verband= Ouders reageren ook op gedrag van kind
Transactioneel effect = alle bidirectionele verbanden bij elkaar over tijd/langere periode
Lewin, Lippitt, and White: Opvoeding als democratie
- Autoritaire stijl
- Democratische stijl beste!
- Laissez-faire(permissief)
Baumrind: zei dat ook permissief slecht is.
Opvoedingsdimensies =
1. Ondersteuning/warmte
2. Controle
o Negatieve aspecten = autoriteit, macht, bemoeiend, zonder argumentatie
o Positieve aspecten = redenering, weten wat er in een kinds leven speelt
Emotionele-/gedragsaanpassing =?
Evocatieve processen = het kind lokt reacties uit
Angst bij kind ouderlijke controle
Ouderlijke controle Angst bij kind
Vermijding
2. Moderatie = derde variabele heeft invloed op de twee variabelen
Moderator effect = een derde variabele heeft invloed op de relatie tussen twee variabelen
Interactie kind en omgeving
Hoorcollege 1 dinsdag 14 november (05/01)............................................................................................................................ 2
Socialisatie theorieën.......................................................................................................................................................................2
Socialisatieprocessen en mechanismen...........................................................................................................................................3
Hoorcollege 2 dinsdag 21 november (05/01)............................................................................................................................ 4
Voorspellers van gehechtheid..........................................................................................................................................................5
Gevolgen van gehechtheid...............................................................................................................................................................6
Hoorcollege 3 dinsdag 28 november (05/01)............................................................................................................................ 6
Processen in de gendersocialisatie...................................................................................................................................................7
Hoorcollege 4 dinsdag 5 December (08/01).............................................................................................................................. 8
Primaire en secundaire emoties.......................................................................................................................................................8
Theoretische principes......................................................................................................................................................................8
Mijlpalen..........................................................................................................................................................................................9
Socialisatie........................................................................................................................................................................................9
Empathie..........................................................................................................................................................................................9
Prosociaal gedrag..........................................................................................................................................................................10
Hoorcollege 5 dinsdag 12 December (08/01).......................................................................................................................... 11
Theoretische perspectieven............................................................................................................................................................11
Opvoeding......................................................................................................................................................................................12
Hoorcollege 6 dinsdag 19 December (09/01).......................................................................................................................... 13
Belangrijke factoren: Bronfenbrenner............................................................................................................................................13
Gezinssysteem theorie (micro/meso).............................................................................................................................................15
Hoorcollege 7 dinsdag 9 Januari (15/01)................................................................................................................................. 15
Aantrekkelijkheid van social media................................................................................................................................................15
Theorieen over media-effecten......................................................................................................................................................17
Sociale media en zelfvertrouwen...................................................................................................................................................17
Hoorcollege 8 dinsdag 16 Januari (19/01)............................................................................................................................... 18
Theorieën.......................................................................................................................................................................................18
Peerfuncties....................................................................................................................................................................................19
Ontwikkeling van vriendschappen bij leeftijdgenoten...................................................................................................................19
Selectie en socialisatie....................................................................................................................................................................20
Vriendschapsvormen......................................................................................................................................................................21
,Hoorcollege 1 dinsdag 14 november (05/01)
Pedagogische systemen in kindertijd en adolescentie
Socialisatie= een proces waarbij kinderen kennis, vaardigheden en gedragingen verkrijgen/aanleren en
overtuigingen, waarden en normen eigen maken die eigen zijn aan een bepaalde cultuur/samenleven
waardoor ze in staat zijn te participeren in de samenleving
Socialisatie theorieën
Freud: kinderen hebben veel driften zorgt voor bepaald gedrag
- Regulatie impulsen
- Ouders zorgen voor externe controle
- Psychodynamische benadering
Id = primitieve driften
Ego = reguleert impulsen
Superego = geweten
Block&Block:
Ego-controle = expressie van impulsen, kan je dat op een maatschappelijk gewenste manier beheersen
Ego-resilliency = de aanpassing van de ego controle aan de omgeving
Rothbart:
Effortful control = aandacht kunnen verdelen, weten wanneer je moet focussen, waarneming sensitief,
aanvoelen wat de verwachtingen zijn van de omgeving, in staat om aansluiting te vinden bij anderen en je
aan te passen
- Hoge mate van ‘effortful control’ lage intensiteit van plezier door te veel bezig zijn met
aanpassen en bezig zijn met hun omgeving, minder zichzelf zijn
Langeveld: de taak van ouders is het kind helpen ‘mondig’ te worden door ‘met rust te laten’
- Doel: zelfverantwoordelijke zelfbepaling = je wilt dat kinderen zelf verantwoordelijk zijn, vragen om
wat ze willen, ‘mondig’ zijn
Spock: toch wel aandacht geven aan het kind
Watson:
Begin 20e eeuw Klassieke conditionering
- Little Albert = experiment met geluid en dieren aaien
- Pavlov = met de hond en de bel en eten
Skinner:
Halverwege 20e eeuw Operant conditioneren
- Aanleren van gewenst gedrag met positieve of negatieve bekrachtiging
Patterson:
Coercion cycle =
1. Moeder dringt op ‘aversieve’ manier binnen in de activiteit van het kind
2. Het kind gaat in de tegenaanval
3. Moeder stopt met berispen
a) Effect op korte termijn = kind denkt, mooi ik heb mijn zin, ik hoef niet te doen wat ik niet wil
b) Effect op lange termijn = kind gaat dat de volgende keer ook doen
4. Het kind staakt de tegenaanval
, Bandura:
Sociaal cognitieve leertheorie = leren door observeren/imiteren
Performance vs. learning = het goede gedrag ook laten zien wat je geleerd hebt
- Motivatie = kinderen moeten motivatie hebben om dit gedrag te laten zien
- Self-efficacy = kinderen moeten in zichzelf geloven
Bowlby:
Hechtingstheorie = kinderen hebben een aangeboren neiging om bescherming te zoeken bij ouders
Lorenz:
Imprinting = babyganzen volgen de eerste die ze zien als ze uit het ei komen, gans of mens
Harlow:
- Experiment met het aapje en de stomme/harde pop en de zachte vriendelijke
- ‘Koestering’
Socialisatieprocessen en mechanismen
1. Samenhang vs. causaliteit =
Unidirectioneel verband= ouder naar kind
Bidirectioneel verband= Ouders reageren ook op gedrag van kind
Transactioneel effect = alle bidirectionele verbanden bij elkaar over tijd/langere periode
Lewin, Lippitt, and White: Opvoeding als democratie
- Autoritaire stijl
- Democratische stijl beste!
- Laissez-faire(permissief)
Baumrind: zei dat ook permissief slecht is.
Opvoedingsdimensies =
1. Ondersteuning/warmte
2. Controle
o Negatieve aspecten = autoriteit, macht, bemoeiend, zonder argumentatie
o Positieve aspecten = redenering, weten wat er in een kinds leven speelt
Emotionele-/gedragsaanpassing =?
Evocatieve processen = het kind lokt reacties uit
Angst bij kind ouderlijke controle
Ouderlijke controle Angst bij kind
Vermijding
2. Moderatie = derde variabele heeft invloed op de twee variabelen
Moderator effect = een derde variabele heeft invloed op de relatie tussen twee variabelen
Interactie kind en omgeving