Benauwdheid bij hartfalen
Naam: Britt Hoogland
Studentnummer: 500876253
Groep:
Examinator:
Studieonderdeel: Case Study Chronisch Zieken
Studiegids:
Aantal woorden:
Inleverdatum: 13-05-2024
, Inleiding
Meneer Houten1 is een 61-jarige man, afkomstig uit Cuba en woont al 15 jaar in Nederland.
Dhr. heeft 6 kinderen en meerdere kleinkinderen waar hij regelmatig uitstapjes mee doet.
Zijn sociale kring is groot en hij kan hierin ook veel steun vinden.
Meneer is 19 jaar geleden gediagnosticeerd met Diabetes Mellitus type 2, als gevolg van
langdurig overgewicht en hypertensie. Voor diabetes slikt meneer metformine en spuit hij in
de avond een langdurige insuline. Gedurende de dag spuit dhr. zo nodig een kortwerkende
bij. Voor de hypertensie krijgt dhr. clonidine.
Begin februari 2024 presenteerde dhr. met aanvallen van kortademigheid. Na meer
onderzoeken bleek dhr. mitralisklepinsufficiëntie en endocarditis te hebben, waarvoor een
mitralisklepplastiek is uitgevoerd. Postoperatief is er gestart met benzylpenicilline wat dhr.
voor een maand moet krijgen. Verder is dhr. gediagnosticeerd met hartfalen, met als
symptomen longoedeem, oedeem in de benen en benauwdheid. Er is gestart met
furosemide intraveneus, waarvoor een PICC-lijn is geplaatst. Voor het oedeem in de benen
zijn er steunkousen aangeschaft.
Tijdens zijn verblijf kwam zijn familie vaak op bezoek. Er is een taalbarrière aanwezig,
waardoor dhr. vaak informatie moeilijk begreep. Hierdoor ervaart dhr. veel angst. Ook draagt
zijn ziektesituatie bij aan deze angst. Zijn familie kan tolken om de informatie voor dhr.
begrijpelijk te maken. Echter blijft zijn angst aanwezig. Dhr. weet niet hoe het verder moet na
alle tegenslagen.
Dhr. geeft aan veel benauwdheidsklachten te ervaren, die volgens zijn familie sinds de
operatie zijn verergerd. Dhr. is minder aan het mobiliseren en is bedlegerig, wat zorgt voor
een verhoogd risico op een herhalend DVT. Dhr. is hier echter al bekend mee en slikt hier
antistolling voor.
Aangezien dhr. geen verbetering aangeeft in benauwdheid, is het de volgende stap om de
furosemide op te hogen. Echter is dit bij meneer niet mogelijk, vanwege een verslechterde
nierfunctie. Hierdoor ontstaat de volgende vraagstelling:
Wat is de meest geschikte verpleegkundige interventie om benauwdheid te verminderen bij
patiënten met hartfalen?
1
Pseudoniem
Naam: Britt Hoogland
Studentnummer: 500876253
Groep:
Examinator:
Studieonderdeel: Case Study Chronisch Zieken
Studiegids:
Aantal woorden:
Inleverdatum: 13-05-2024
, Inleiding
Meneer Houten1 is een 61-jarige man, afkomstig uit Cuba en woont al 15 jaar in Nederland.
Dhr. heeft 6 kinderen en meerdere kleinkinderen waar hij regelmatig uitstapjes mee doet.
Zijn sociale kring is groot en hij kan hierin ook veel steun vinden.
Meneer is 19 jaar geleden gediagnosticeerd met Diabetes Mellitus type 2, als gevolg van
langdurig overgewicht en hypertensie. Voor diabetes slikt meneer metformine en spuit hij in
de avond een langdurige insuline. Gedurende de dag spuit dhr. zo nodig een kortwerkende
bij. Voor de hypertensie krijgt dhr. clonidine.
Begin februari 2024 presenteerde dhr. met aanvallen van kortademigheid. Na meer
onderzoeken bleek dhr. mitralisklepinsufficiëntie en endocarditis te hebben, waarvoor een
mitralisklepplastiek is uitgevoerd. Postoperatief is er gestart met benzylpenicilline wat dhr.
voor een maand moet krijgen. Verder is dhr. gediagnosticeerd met hartfalen, met als
symptomen longoedeem, oedeem in de benen en benauwdheid. Er is gestart met
furosemide intraveneus, waarvoor een PICC-lijn is geplaatst. Voor het oedeem in de benen
zijn er steunkousen aangeschaft.
Tijdens zijn verblijf kwam zijn familie vaak op bezoek. Er is een taalbarrière aanwezig,
waardoor dhr. vaak informatie moeilijk begreep. Hierdoor ervaart dhr. veel angst. Ook draagt
zijn ziektesituatie bij aan deze angst. Zijn familie kan tolken om de informatie voor dhr.
begrijpelijk te maken. Echter blijft zijn angst aanwezig. Dhr. weet niet hoe het verder moet na
alle tegenslagen.
Dhr. geeft aan veel benauwdheidsklachten te ervaren, die volgens zijn familie sinds de
operatie zijn verergerd. Dhr. is minder aan het mobiliseren en is bedlegerig, wat zorgt voor
een verhoogd risico op een herhalend DVT. Dhr. is hier echter al bekend mee en slikt hier
antistolling voor.
Aangezien dhr. geen verbetering aangeeft in benauwdheid, is het de volgende stap om de
furosemide op te hogen. Echter is dit bij meneer niet mogelijk, vanwege een verslechterde
nierfunctie. Hierdoor ontstaat de volgende vraagstelling:
Wat is de meest geschikte verpleegkundige interventie om benauwdheid te verminderen bij
patiënten met hartfalen?
1
Pseudoniem