De hoofdstukken die we in het boek moeten leren
1. Afbakening van de inhoud
2. Inkoop in sectoren
3. Sourcing
4. Inkoopproces (tactische en operationele inkoop)
5. Patronen in de inkoopuitgaven
6. Organisatie van de inkoop
Week 1. Afbakening van de inhoud
1.1 begripsbepaling inkoop
inkoop → is alles waar een externe factuur tegenover staat.
Mensen stellen inkopen vaak gelijk aan het aanschaffen van producten, maar dit noemen wij kopen.
Inkoop echter staat gelijk aan professionele inkoop bv voor een organisatie.
Het begrip inkoop kun je op verschillende manieren opvatten:
1. als de aanschaf zelf
2. als functie
3. als afdeling
inkoopfunctie : het van externe bronnen betrekken van alle goederen en diensten die noodzakelijk
zijn voor de bedrijfsuitoefening, de bedrijfsvoering en de instandhouding van het bedrijf, tegen de
voor de organisatie meeste gunstig voorwaarden.
Een inkoper moet zich de vraag stellen welk strategische, tactische of operationele dimensie bij deze
aanschaf een rol speelt. Dat is concreet:
• strategisch: het vertalen van de bedrijfsstrategie naar een inkoopstrategie.
• Tactisch: het beheersen van een bestand van leveranciers.
• Operationeel: het inkopen zelf.
Zeven inkooprollen
De ‘moderne inkoper’ kan in 2018 de volgende inkooprollen hebben:
1 De inkoper/aanbesteder
: Verantwoordelijk voor het inkoopproces (producten/diensten vergaren)
2 De analyticus
: Verantwoordelijk voor het verzamelen van informatie en dit vertalen naar inkoop strategieën
(analyse en besluitvorming)
3 De relatiemanager
: Verantwoordelijk managen klanttevredenheid (informatie samenbrengen)
4 De (interne) adviseur
: geeft advies aan verschillende belanghebbenden (sparringpartner)
5 De prestatiemanager
: Brengt alle aan de inkoopfunctie gekoppelde prestaties in kaart en stuurt hier op (controle)
6 De regisseur
: Organiseert en monitort het gehele proces (belangen managen van alle partijen)
7 De leidinggevende
: Geeft leiding aan inkoop.
,
, 1.2 inkoop binnen de keten
1. Inkoop draagt bij aan de continuïteit
2. Inkoop levert een bijdrage aan het bedrijfsresultaat
Inkoop in de keten. Inkoop en verkoop zijn nauw gerelateerd. De dienst en of het product dat het
bedrijf voortbrengt, wordt verkocht.
directe en indirecte inkoopkanalen. Iedere schakel wil iets
verdienen.
1. Directe kanaal. Een van producent naar
inkoopkanalen levert de elverancier direct aan de
inkopende organisatie
2. Indirect kanaal. Waarbij de leverancier goederen
levert via één of meer tussenstappen. Hoeveel
tussenstappen het hele proces heeft, hangt af van
de marktsituatie en de gegeven technologie.
Indirecte kanalen is voor een leverancier dat via een fijn vertakt distributienet een veel gorter bereik
heeft onder potentiële afnemers. Deze vorm heeft ook nadelen voor de leverancier en een nadeel
voor de afnemer.
• Elke schakel wil beloond worden voor zijn werk, ook de tussenhandel. → dit maakt het
product duurder.
• De leverancier kan afhankelijk worden van de tussenhandel voor zijn afzet.