H1 Bewegingen beschrijven
1 Plaats bepalen
De plaats van een voorwerp is de afstand die het voorwerp heeft ten opzichte van
een afgesproken punt. De verplaatsing van een voorwerp is het verschil in plaats.
Verplaatsing kan zowel positief als negatief zijn. De afgelegde weg van een voorwerp is
de totale afstand die het voorwerp heeft afgelegd tussen twee tijdstippen.
2 Snelheid: verandering van plaats
De gemiddelde snelheid tussen twee punten A en B is gelijk aan de helling van de lijn
die de punten A en B in de grafiek van het x,t-diagram met elkaar verbindt. De snelheid
op een tijdstip is gelijk aan de helling van de raaklijn aan de grafiek in het x,t-
diagram.
3 Verandering van snelheid
Als een voorwerp vertraagt, heeft de gemiddelde versnelling een negatieve waarde. De
steilheid of helling in een v,t-diagram geeft de versnelling, op dezelfde manier als de
steilheid in een x,t-diagram de snelheid geeft. Als het v,t-diagram geen rechte lijn is,
bepaal je de versnelling op een tijdstip door eerst een raaklijn te tekenen bij dat
tijdstip en daarna de steilheid van de raaklijn te bepalen.
Een vrije val is een beweging onder invloed van alleen de zwaartekracht. Bij een vrije
val is de versnelling naar beneden gericht en in Nederland 9,81 m s -2 groot.
4 Van versnelling en snelheid naar verplaatsing
Het oppervlak onder een v,t-diagram geeft de verplaatsing. Het oppervlak onder een
a,t-diagram geeft de snelheidsverandering. Voor een eenparige beweging is de snelheid
constant. Voor een eenparig versnelde beweging is de versnelling constant.
Voor een eenparig versnelde beweging vanuit stilstand is de verplaatsing vanaf t =
0 s gelijk aan:
1
- ∆x = s = ∙ a ∙ t2
2
5 Banen berekenen
Een horizontale worp is een combinatie van een beweging met constante snelheid in
horizontale richting en een vrije val in verticale richting. Daarbij horen de volgende
formules:
x=v∙t
1
y = h0 - ∙ g ∙ t2
2
In een computermodel verdeel je de beweging in kleine stukjes, zodat je binnen die
kleine stukjes de relevante grootheden als constant kunt beschouwen.
1 Plaats bepalen
De plaats van een voorwerp is de afstand die het voorwerp heeft ten opzichte van
een afgesproken punt. De verplaatsing van een voorwerp is het verschil in plaats.
Verplaatsing kan zowel positief als negatief zijn. De afgelegde weg van een voorwerp is
de totale afstand die het voorwerp heeft afgelegd tussen twee tijdstippen.
2 Snelheid: verandering van plaats
De gemiddelde snelheid tussen twee punten A en B is gelijk aan de helling van de lijn
die de punten A en B in de grafiek van het x,t-diagram met elkaar verbindt. De snelheid
op een tijdstip is gelijk aan de helling van de raaklijn aan de grafiek in het x,t-
diagram.
3 Verandering van snelheid
Als een voorwerp vertraagt, heeft de gemiddelde versnelling een negatieve waarde. De
steilheid of helling in een v,t-diagram geeft de versnelling, op dezelfde manier als de
steilheid in een x,t-diagram de snelheid geeft. Als het v,t-diagram geen rechte lijn is,
bepaal je de versnelling op een tijdstip door eerst een raaklijn te tekenen bij dat
tijdstip en daarna de steilheid van de raaklijn te bepalen.
Een vrije val is een beweging onder invloed van alleen de zwaartekracht. Bij een vrije
val is de versnelling naar beneden gericht en in Nederland 9,81 m s -2 groot.
4 Van versnelling en snelheid naar verplaatsing
Het oppervlak onder een v,t-diagram geeft de verplaatsing. Het oppervlak onder een
a,t-diagram geeft de snelheidsverandering. Voor een eenparige beweging is de snelheid
constant. Voor een eenparig versnelde beweging is de versnelling constant.
Voor een eenparig versnelde beweging vanuit stilstand is de verplaatsing vanaf t =
0 s gelijk aan:
1
- ∆x = s = ∙ a ∙ t2
2
5 Banen berekenen
Een horizontale worp is een combinatie van een beweging met constante snelheid in
horizontale richting en een vrije val in verticale richting. Daarbij horen de volgende
formules:
x=v∙t
1
y = h0 - ∙ g ∙ t2
2
In een computermodel verdeel je de beweging in kleine stukjes, zodat je binnen die
kleine stukjes de relevante grootheden als constant kunt beschouwen.