AZT: ECG kennis.................................................................................................................................... 2
AZT: ECG ritmes uit sinus...................................................................................................................... 8
AZT: ECG ritmes uit atria........................................................................................................................ 9
AZT: ECG ritmes uit de AV-knoop........................................................................................................ 11
AZT: ECG AV-geleidingsstoornissen.................................................................................................... 14
AZT: ECG ritmes uit het ventrikel......................................................................................................... 15
AZT: ECG Intraventriculaire geleidingsstoornissen/ Hypertrofie/ Pacemaker ritme..............................17
, AZT: ECG kennis
ECG stappenplan (gegevens op ecg: naam, datum/tijd, indicatie, snelheid en mV)
1. Ritme (gangmaker?)
2. Hartfrequentie
3. Geleidingstijden
4. Hartas
5. P top
6. QRS morfologie
7. ST morfologie
1. Vergelijking met het oude ECG
2. Conclusie
Infarcering herkennen op het ECG
(RCX= ramus circumflex= CX en LCX)
Op een ECG zou je bij een laag Hb op alle afleidingen depressies kunnen zien. Diffuse ST-depressies
spreek je van, omdat het tekort aan hemoglobine leidt tot een zuurstof tekort in alle stroomgebieden
van het hart.
Op een ECG zou je geen ST-elevaties kunnen zien bij een posteriorinfarct. Vaak voorziet de RCA de
achterwand van bloed maar in sommige gevallen de CX. Je ziet in V1-V3 reciproke depressies, je kan
een achteruitdraai maken door V4, 5 en 6 door polen naar V7, 8 en 9 zoals op bovenstaande foto. Je
zou dan wel ST-elevatie kunnen zien die dan passen bij een posteriorinfarct.
Hoofdstamstenose elevaties in AVR
RCA zorgt met name voor geleiding dus verwacht je ritmestoornissen in plaats van pompfunctie
Grote inferior infarcten gaan samen met bradyartimieën
Elektrolyten geleiden anders door necrotisch weefsel