Comparativus Superlativus
-τερος -τατος
-(ι)ων -ιστος
2 De voornaamwoorden
ZIE P.29 VOOR OVERZICHT PERSOONLIJK VOORNAAMWOORDEN
Gebruik van αυτος:
1. Zelf: als het na een zelfstandnaamwoord komt end us niet congrueert
2. Persoonlijk voornaamwoord: als het in de genitivus, dativus en accusativus staat,
wordt het bijv. van hem
3. Lidwoord + αυτος: dezelfde
ZIE OP P.31 VERBUIGING VAN AANWIJZEND VOORNAAMWOORD
3 Het werkwoord
Heden Verleden Toekomst
Praesensstam Praesens Imperfectum Futurum
Aoristusstam - Aoristus -
4 modi:
1. Indicativus
2. Conjunctivus
3. Optativus
4. Gebiedende wijs
Conjunctivus: herkennen aan de η of ω in de uitgang
Optativus: herkennen aan de ι in uitgang
Aoristus en imperfectum hebben een augment, maar conjunctivus, optativus, gebiedende
wijs, infinitivus en participium van praesens en aoristus hebben nooit een augment.
Participium en verbuiging
Tijdstam Actief Medium Passief
Praesens λυων, λυουσα, λυον λυομενος, μενη, μενον λυομενος, μενη, μενον
Aoristus λυσας, λυσασα, λυσαν λυσαμενος, μενη, μενον λυθεις, λυθεισα, λυθεν
ZIE VERBUIGINGEN P.62 ETC VOOR VERBUIGING PARTICIPIUM