Farmacologie
BASIS
Louise Hoek|Neurologie|
,Inhoud
Farmacodynamiek.................................................................................................. 2
Aangrijpingspunten van geneesmiddelen...........................................................2
Bijwerkingen....................................................................................................... 3
Farmacokinetiek..................................................................................................... 4
Absorptiefase / Resorptiefase..............................................................................4
Distributie........................................................................................................... 6
Eliminatie............................................................................................................ 7
Bloedspiegels...................................................................................................... 9
Systemische toedieningsvormen..........................................................................11
Orale toediening................................................................................................ 12
Rectale toediening............................................................................................15
Parenterale toediening......................................................................................15
Lokale toedieningsvormen................................................................................16
Geneesmiddelen bij kinderen, ouderen................................................................19
Dosering............................................................................................................ 20
Farmacokiteniek...............................................................................................21
Farmacodynamiek.............................................................................................21
Toedieningsvormen of hulpmiddelen................................................................22
Geneesmiddelen bij zwangeren en borstvoeding.................................................22
Zwangerschap en geneesmiddelen...................................................................23
Geneesmiddelen en lactatie..............................................................................24
Veiligheidsmanagementsysteem en farmacologie................................................25
Medicatieverificatie bij opname en ontslag.......................................................26
High risk medicatie........................................................................................... 27
Literatuur/bronnen............................................................................................... 27
PAGINA 1
, Farmacodynamiek.
Farmacodynamiek is de wijze waarop het geneesmiddel zijn effecten uitoefent. Het
betreft zowel de effectiviteit als de bijwerkingen van het geneesmiddel. Voor
bijwerkingen geldt dat deze in een tweetal hoofdgroepen in te delen zijn: goed
verklaarbaar op basis van het werkingsmechanisme (ook wel de farmacologische
bijwerkingen genoemd) of onverwacht.
Aangrijpingspunten van geneesmiddelen
a. Via receptor
Een receptor is een eiwit dat aan de celwand vastzit. Als je een receptor vergelijkt
met een slot, kan je lichaamseigen stoffen of geneesmiddelen vergelijken met een
sleutel die op de receptor past. Als het geneesmiddel op de receptor gaat zitten
wordt het proces in gang gezet. Het geneesmiddel kan de receptor zowel stimuleren
(zo'n geneesmiddel wordt een receptor-agonist genoemd) als remmen (dit
geneesmiddel wordt een receptor-antagonist of receptor-blokker genoemd).
+ stimulatie receptor:
Het geneesmiddel zorgt – net als de lichaamseigen stof – voor stimulatie van de
receptor en dus voor het in gang zetten van het lichaamseigen proces. Zo’n
geneesmiddel noemen we dan een receptor-agonist.
blokkade receptor:
Het geneesmiddel zorgt voor blokkade van de receptor, waardoor de lichaamseigen
stof er niet bij kan en dus het normale lichaamsproces niet plaatsvindt. Zo’n
geneesmiddel noemen we een receptor-antagonist of een receptor-blokker.
b. Via beïnvloeding enzym
Een voorbeeld van een geneesmiddel dat een enzym in het lichaam beïnvloedt is
diclofenac. Deze pijnstiller remt de aanmaak van
prostaglandinen. Prostaglandinen voorkomt dat dat maagzuur de maagwand aantast.
Het remmen van dit beschermende effect kan zorgen voor maagklachten.
c. Aanvulling ontbrekende stof
Bepaalde ziekten ontstaan door tekorten van een bepaalde stof (bijvoorbeeld
diabetes mellitus door tekort aan insuline). Door die ontbrekende stof toe te dienen
als geneesmiddel kan de ziekte in elk geval symptomatisch behandeld worden.
d. Geen effect op (ons) lichaam
En dan toch een werkzaam geneesmiddel zijn? Jazeker, denk maar aan de
antibiotica. Deze zijn zo ontworpen dat ze bacteriën doden (of in de groei remmen),
maar ons eigen lichaam met rust laten.
PAGINA 2
BASIS
Louise Hoek|Neurologie|
,Inhoud
Farmacodynamiek.................................................................................................. 2
Aangrijpingspunten van geneesmiddelen...........................................................2
Bijwerkingen....................................................................................................... 3
Farmacokinetiek..................................................................................................... 4
Absorptiefase / Resorptiefase..............................................................................4
Distributie........................................................................................................... 6
Eliminatie............................................................................................................ 7
Bloedspiegels...................................................................................................... 9
Systemische toedieningsvormen..........................................................................11
Orale toediening................................................................................................ 12
Rectale toediening............................................................................................15
Parenterale toediening......................................................................................15
Lokale toedieningsvormen................................................................................16
Geneesmiddelen bij kinderen, ouderen................................................................19
Dosering............................................................................................................ 20
Farmacokiteniek...............................................................................................21
Farmacodynamiek.............................................................................................21
Toedieningsvormen of hulpmiddelen................................................................22
Geneesmiddelen bij zwangeren en borstvoeding.................................................22
Zwangerschap en geneesmiddelen...................................................................23
Geneesmiddelen en lactatie..............................................................................24
Veiligheidsmanagementsysteem en farmacologie................................................25
Medicatieverificatie bij opname en ontslag.......................................................26
High risk medicatie........................................................................................... 27
Literatuur/bronnen............................................................................................... 27
PAGINA 1
, Farmacodynamiek.
Farmacodynamiek is de wijze waarop het geneesmiddel zijn effecten uitoefent. Het
betreft zowel de effectiviteit als de bijwerkingen van het geneesmiddel. Voor
bijwerkingen geldt dat deze in een tweetal hoofdgroepen in te delen zijn: goed
verklaarbaar op basis van het werkingsmechanisme (ook wel de farmacologische
bijwerkingen genoemd) of onverwacht.
Aangrijpingspunten van geneesmiddelen
a. Via receptor
Een receptor is een eiwit dat aan de celwand vastzit. Als je een receptor vergelijkt
met een slot, kan je lichaamseigen stoffen of geneesmiddelen vergelijken met een
sleutel die op de receptor past. Als het geneesmiddel op de receptor gaat zitten
wordt het proces in gang gezet. Het geneesmiddel kan de receptor zowel stimuleren
(zo'n geneesmiddel wordt een receptor-agonist genoemd) als remmen (dit
geneesmiddel wordt een receptor-antagonist of receptor-blokker genoemd).
+ stimulatie receptor:
Het geneesmiddel zorgt – net als de lichaamseigen stof – voor stimulatie van de
receptor en dus voor het in gang zetten van het lichaamseigen proces. Zo’n
geneesmiddel noemen we dan een receptor-agonist.
blokkade receptor:
Het geneesmiddel zorgt voor blokkade van de receptor, waardoor de lichaamseigen
stof er niet bij kan en dus het normale lichaamsproces niet plaatsvindt. Zo’n
geneesmiddel noemen we een receptor-antagonist of een receptor-blokker.
b. Via beïnvloeding enzym
Een voorbeeld van een geneesmiddel dat een enzym in het lichaam beïnvloedt is
diclofenac. Deze pijnstiller remt de aanmaak van
prostaglandinen. Prostaglandinen voorkomt dat dat maagzuur de maagwand aantast.
Het remmen van dit beschermende effect kan zorgen voor maagklachten.
c. Aanvulling ontbrekende stof
Bepaalde ziekten ontstaan door tekorten van een bepaalde stof (bijvoorbeeld
diabetes mellitus door tekort aan insuline). Door die ontbrekende stof toe te dienen
als geneesmiddel kan de ziekte in elk geval symptomatisch behandeld worden.
d. Geen effect op (ons) lichaam
En dan toch een werkzaam geneesmiddel zijn? Jazeker, denk maar aan de
antibiotica. Deze zijn zo ontworpen dat ze bacteriën doden (of in de groei remmen),
maar ons eigen lichaam met rust laten.
PAGINA 2