Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting HOK thema 4 inclusief alle verwerkingsopdrachten. Cijfer 8,4

Beoordeling
5,0
(1)
Verkocht
4
Pagina's
130
Geüpload op
27-12-2019
Geschreven in
2019/2020

Uitgebreide samenvatting HOK thema 4 inclusief alle verwerkingsopdrachten en addenda en een totaal overzicht van de spieren (origo, insertie, functie, innervatie). In de fysiologie lessen is ook de herhaling van de fysiologie uit thema 1 t/m 3 weergegeven.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting HOK Thema 4

Thema 4 taak 1 OAC 1 PA Cox- en gonartrose

Doelstellingen:
• De student kan het ziektebeeld* van coxartrose beschrijven
• De student kan het ziektebeeld* van gonartrose beschrijven
• De student kan de revalidatie beschrijven na total hip en total knee
* Onder het ziektebeeld van een pathologie wordt verstaan: etiologie & risicofactoren,
pathofysiologie, symptomatologie & diagnostiek, beloop en behandeling

Verwerkingsopdracht:

Verhaar (2013). Paragraaf 20.3
1. Benoem de risicofactoren voor het ontstaan van coxartrose. Risicofactoren zijn trauma,
overbelasting en inflammatoire afwijkingen. Heupartrose komt vaker voor bij repeterende
mechanische overbelasting tijdens beroepsmatige werkzaamheden.
2. Benoem de risicofactoren voor het ontstaan van gonartrose. Knie artrose komt vaker
voor bij vrouwen dan bij mannen. Daarnaast wordt de prevalentie van artrose beïnvloed
door het gewicht. Obesitas is duidelijk geassocieerd met een hogere prevalentie van
knieartrose.
Verhaar (2013). Paragraaf 20.4
3. Beschrijf de symptomen van artrose. De klinische symptomen van artrose zijn
gewrichtsstijfheid, pijn, bewegingsbeperking, crepitaties, instabiliteit, hydrops en
inflammatoire afwijkingen die afhankelijk zijn van het stadium van de artrose.
Startstijfheid is vrij klassiek. Na enige tijd rust komt het gewricht met moeite op gang.
Daarnaast komt ook ochtendstijfheid voor. Ook kunnen spontaan kraakbeenpartikels
loslaten, en kunnen meniscusresten in het kniegewricht problemen veroorzaken
(slotklachten).
4. Geef een aantal mogelijke oorzaken voor het ontstaan van pijn bij artrose. Het is niet
precies bekend waardoor bij artrose pijn wordt veroorzaakt. Het kraakbeen zelf bevat
geen zenuwuiteinden en kan dus niet ‘pijnlijk’ zijn. Mogelijke oorzaken zijn intraossale
drukverhoging in het bot door veneuze stuwing, subchondrale microfracturen, prikkeling
van periostale vrije zenuwuiteinden, synovitis en rek van het gewrichtskapsel.
5. In 1/3 van de gevallen is er een discrepantie tussen het radiologisch beeld bij artrose en
de klinische symptomatologie. Wat wordt hiermee bedoeld? Ernstige afwijkingen op een
röntgenfoto bv. willen niet zeggen dat er ook veel pijn aanwezig moet zijn. Afwijkingen
kunnen ook asymptomatisch verlopen.

KNGF richtlijn artrose knie heup (2010) A.3.3 en A.3.5.
6. Geef een uitgebreide beschrijving van het klinisch beeld bij cox- en gonartrose.
Pijn is voor de meeste mensen het belangrijkste symptoom van heup- en/of knieartrose.
Deze pijn treedt aanvankelijk op bij het starten van bewegen en bij langdurig belasten; de
pijn neemt vaak toe naarmate de dag vordert. In latere fasen is er ook pijn in rust en
nachtelijke pijn. Stijfheid bij artrose is meestal startstijfheid, die na enkele minuten
verdwenen is. Aan de gewrichtsranden kunnen benige zwellingen (osteofyten) worden
gepalpeerd, die gevoelig zijn bij druk. Naast benige zwelling kan er sprake zijn van
wekedelenzwelling of intra-articulaire zwelling (hydrops of synoviitis). Karakteristiek voor

, artrose zijn crepitaties, die worden gehoord en gevoeld. Ze worden veroorzaakt door
ruwe gewrichtsoppervlakken en de benige verdikkingen aan de gewrichtsranden, die
langs de ligamenten strijken. Een ander kenmerk van artrose is het ontstaan van
bewegingsbeperkingen van het gewricht. Daarnaast kunnen door toenemende destructie
van de gewrichtsstructuren standsveranderingen ontstaan, zoals een varus- of
valgusstand van de knie. Deze standsveranderingen kunnen leiden tot klachten van
instabiliteit.
• Klinisch beeld, specifiek voor heupartrose: leeftijd > 45 jaar, pijnklachten > 3
maanden en met name bij belasten, pijn in de lies of het dijbeen en soms in de bil of
lage rug, verminderde endorotatie, exorotatie, extensie en flexie, een benig
eindgevoel, krachtsverlies van de heupabductoren, startpijn en/of -stijfheid bij
bewegen en pijn bij palpatie over het ligamentum inguinale.
• Klinisch beeld, specifiek voor knieartrose: > leeftijd 45 jaar, pijnklachten > 3
maanden en ochtendstijfheid < 30 minuten. Andere veel voorkomende verschijnselen
zijn: pijnklachten bij belasten, crepitaties bij bewegingsonderzoek, gevoeligheid van
de benige structuren, een benige zwelling, geen warmte bij palpatie, krachtsverlies
van de knie-extensoren en startpijn en/of -stijfheid bij bewegen.
7. Geef een uitgebreide beschrijving van het beloop van artrose. Het natuurlijke beloop van
heup- en knieartrose is zeer heterogeen. Over het algemeen is artrose een langzaam
voortschrijdend proces, waarbij perioden van relatieve stabiliteit zonder veel symptomen
worden afgewisseld met perioden met meer klachten. De snelheid waarmee de artrose
zich ontwikkelt, hangt onder andere af van een aantal prognostische factoren.

Addendum: Diagnostiek bij artrose van heup en knie
8. Beschrijf de klinische bevindingen bij coxartrose.
Bij heupartrose gelden vrijwel altijd de volgende klinische bevindingen:
• Patiënt is ouder dan 60 jaar.
• Klachten bestaan langer dan drie maanden.
• Zitten verergert de pijn niet.
• Er is sprake van drukpijn ter plaatse van het ligamentum inguinale.
• Verminderde endorotatie.
• Verminderde exorotatie (heupartrose vertoont dus ook dikwijls een niet-capsulair
patroon). Vermindering in de mobiliteit van de andere bewegingsrichtingen.
• Een hard eindgevoel bij eindstandige passieve bewegingen.
• Krachtsverlies van de abductie: hierdoor is vaak het symptoom van Duchenne
waarneembaar
9. Beschrijf de loopstoornissen die kunnen voorkomen bij coxartrose. De volgende
loopstoornissen kunnen voorkomen bij patiënten met heupartrose:
• Het bekken kantelt voorover en de romp beweegt naar voren, zodra het
aangedane been zich achter bevindt. Dit komt door een beperkte, vaak pijnlijke
retroflexie van het heupgewricht. Zelfs een lichte retroflexiebeperking leidt tot dit
fenomeen, omdat bij iedere stap de eindstand van het aangedane heupgewricht te
vroeg wordt bereikt.
• Het symptoom van Duchenne: hierbij maakt de romp een shift in de richting van het
aangedane been zodra dit vol wordt belast. Hierdoor hoeven de heupabductoren
minder aan te spannen. Het symptoom van Duchenne ontstaat onder andere bij
verzwakte abductoren. Het symptoom ontstaat ook als de patiënt heuppijn heeft bij

, hoge drukbelastingen. De drukbelasting binnen het gewricht vermindert namelijk
aanzienlijk als de heupabductoren minder hoeven te contraheren.
10. Wat is er op een röntgenfoto te zien bij artrose? Op de röntgenfoto kun je aantreffen:
osteofytvorming; gewrichtsspleetversmalling; subchondrale sclerosering (verharding) en
cystevorming.
11. Beschrijf de klinische bevindingen bij gonartrose. Wanneer vier van de volgende zes
klinische bevindingen bij een patiënt aanwezig zijn, dan is de kans op knieartrose 89%.
• leeftijd > 50 jaar;
• ochtendstijfheid < 30 minuten;
• crepitaties tijdens het bewegingsonderzoek;
• gevoeligheid van de benige structuren;
• verbreding van het kniegewricht
• geen verhoogde temperatuur van het kniegewricht.
Andere symptomen zullen de waarschijnlijkheid doen toenemen:
• eindstandige beperking en/of pijn van het gewricht;
• de flexie is het meest beperkt (volgens een capsulair patroon);
• pasteuze zwelling (zacht/ week) van het gewricht.
12. Wat is meestal de eerste bevinding op een röntgenfoto wanneer er sprake is van
artrose? De eerste bevinding is meestal osteofytvorming. Gewrichtsspleetversmalling en
subchondrale veranderingen van het bot treden gewoonlijk pas op als er al
osteofytvorming heeft plaatsgevonden.




Symptoom van Duchenne: hierbij maakt Loopstoornis coxartrose: bekken kantelt
de romp een shift in de richting van het voorover en romp beweegt naar voren,
aangedane been zodra deze vol wordt belast. zodra aangedane been zich achter bevind

Addendum: Revalidatie na totale heupprothese
13. Geef een uitgebreide beschrijving van het revalidatieproces na een total hip.
• De eerste 4 dagen postoperatief: De fysiotherapeut begeleidt de patiënt bij het maken
van transfers, het mobiliseren door middel van een loophulpmiddel en het traplopen.
Verder worden enkele eenvoudige spieractiverende oefeningen voor de kuit, het
bovenbeen en de heup met de patiënt doorgenomen. Tot 100% belasten tweede dag
postoperatief.
• 4 dagen tot 8 weken postoperatief: Vanaf de vijfde dag postoperatief wordt geadviseerd
twee keer per dag ongeveer een half uur op de buik, dan wel zo plat mogelijk op de rug,
te gaan liggen om verkorting van de heupflexoren te voorkomen. Geef de patiënt
leefregels om luxatie te voorkomen. Leefregels:

, ▫ Meer dan 95% van de totale heupoperaties wordt uitgevoerd via de posterolaterale
zijde van de heup. Na een posterolaterale benadering moet de patiënt de combinatie
van flexie, >90o endorotatie en adductie vermijden.
▫ Tijdens de eerste acht weken na de operatie slaapt de patiënt uitsluitend op de rug,
met eventueel een kussen tussen de benen. Het omdraaien naar buiklig gebeurt over
de geopereerde zijde.
▫ Bij het gaan zitten of opstaan wordt eerst het geopereerde been naar voren gestoken.
Om iets te kunnen oprapen van de grond wordt het geopereerde been naar achteren
gebracht.
▫ Bij het in- en uitstappen in/ uit de auto gaat de patiënt eerst zitten en haalt daarna de
voeten één voor één naar binnen; de autostoel staat daarbij zo ver mogelijk naar
achteren, evenals de rugleuning. De patiënt mag niet zelf autorijden.
▫ Het lopen buitenshuis gebeurt de eerste acht weken met twee krukken, en, indien
mogelijk, binnenshuis met één kruk. Bij het traplopen wordt niet doorgestapt, maar
bijgesloten.
▫ Verder wordt fietsen afgeraden; de patiënt mag wel op een hometrainer waarvan het
zadel hoog staat. Op een aangepaste manier zwemmen kan het herstel ook
bevorderen.
• 2 tot 5 maanden postoperatief: Als na acht weken met een twaalf weken durend
huiswerkprogramma wordt gestart, blijkt dit een significante verbetering te geven in
spierkracht, loopsnelheid en functioneel herstel. Een dergelijk programma bestaat uit:
▫ heupflexie bevorderende oefeningen;
▫ bilaterale krachtoefeningen voor de heupflexoren, -extensoren, en -abductoren;
▫ balans-, stabiliteits- en coördinatieoefeningen;
▫ minstens dertig minuten lopen, bij voorkeur dagelijks.
Het is wel van belang om dit programma minstens drie keer per week uit te voeren. De beste
resultaten worden bereikt met een functioneel oefenprogramma gericht op vergroting van de
spierkracht en stabiliteit van de onderste extremiteiten.

Addendum: Werken en sporten na totale knieprothese
14. Welke beroepen zullen het meest profiteren van een total knee? Welke het minst? Leg uit
waarom. Activiteiten als lopen op een vlak terrein, autorijden en staan zullen sterk
verbeteren na implantatie van een totale knieprothese, terwijl bewegingen als knielen en
hurken nauwelijks beter worden. Hieruit kan geconcludeerd worden dat taxichauffeurs,
postbodes en winkelmedewerkers het meest zullen profiteren van een nieuwe knie.
Hoveniers, loodgieters en andere beroepen waarbij veel gehurkt en geknield moet
worden, zullen na de operatie veel moeite hebben om hun vak te blijven uitoefenen.
15. Welke factoren bevorderen werkhervatting na een total knee?
• Gevoel van urgentie. Totale knieprothesepatiënten met een hoog urgentiegevoel
hervatten hun werkzaamheden twee keer zo snel na de operatie.
• Een goede toegankelijkheid van de werkplek. Dit versnelt de werkhervatting met 1-3
weken.
• Het vertrouwen in de prothese. Dit blijkt eveneens belangrijk te zijn bij werk- en
sporthervatting met een totale knieprothese.
• Vrouwelijk geslacht. Zij blijken, onafhankelijk van de BMI en fysieke eisen van het
werk, hun werkzaamheden sneller te hervatten dan mannen.

Documentinformatie

Geüpload op
27 december 2019
Aantal pagina's
130
Geschreven in
2019/2020
Type
SAMENVATTING
€9,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
5 jaar geleden

5,0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
daniquethim Thim Hogeschool voor Fysiotherapie
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
95
Lid sinds
6 jaar
Aantal volgers
53
Documenten
15
Laatst verkocht
1 jaar geleden

4,6

12 beoordelingen

5
8
4
3
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen